9 november 2007, jaargang 51, nummer 22
Artikel 001038
Column Het verschil tussen vol en volheid J.Westerkamp Hoe vol is Nederland eigenlijk? Hoe veel mensen kunnen er nog bij voordat we elkaar echt op de lip zitten? En hoe christelijk is Nederland eigenlijk en wanneer zijn er zoveel moslims dat we een moslimnatie worden? Ik weet het niet. Natuurlijk zijn er statistieken, maar die vermelden niet hoe het ruikt in je straat en of je er het geschal van een minaret hoort of kerkklokken op zondagmorgen en hoe veilig je je voelt.
Uit een onderzoek blijkt dat er 800.000 kerkgaande christenen uit andere landen in Nederland zijn en dat is meer dan alle moskeegaande moslims! Ze kerken in garages en scholen. Vooral rond Amsterdam. Van tijd tot tijd ga ik voor in een kerk vol vreemdelingen. Niet bij de vrij rondlopende vreemdeling, want die hebben hun eigen voorgangers. De mensen die ik tegenkom zijn van de wal in de sloot terecht gekomen. Letterlijk. Ze zitten vast op een detentieboot.
Dat is een boot die lijkt op een metalen ark van Noach, stevig gekluisterd aan de kade.
Niet God opent en sluit de deur, dat doet, mechanisch, een portier.
Er wonen mensen die niet voor strafrechtelijke feiten zitten, maar omdat ze de goede papieren niet hebben. Er zijn dan ook geen cellen op die boten, maar kamers, geen cipiers, maar vreemdelingbewaarders. Er zitten wel ijzeren deuren in de kamers die op slot en grendel kunnen, er zitten tralies voor de ramen, en zijn hoge hekken en lampen om het terrein en voor het uurtje per dag dat men naar buiten mag, zijn er grote kooien, zoals de vliegkooien in de dierentuin, maar dan zonder planten en vogels.

Het is een bont gezelschap in de ruimte waar doordeweeks bibliotheek is en zondags kerk. Zesentwintig personen is het maximum, want de brandveiligheid is heilig. Er zitten Chinezen en Indiërs, mensen uit het Oostblok en uit Afrika. Iemand lijkt me de hele dienst de woorden uit de mond te kijken. Na de dienst kom ik er achter dat we geen woord gemeenschappelijk hebben. Glimlachend en knikkend laten we elkaar weten dat het goed is zo. Veel mensen zijn al langer in Nederland en spreken de taal een beetje. Twee mannen hebben een bijbel gevraagd in een taal die ze lezen kunnen. Ik loop door de smalle gangetjes met een Chinese en een Engelse bijbel. De man van de Chinese bijbel buigt diep. Hij is de enige Chinees in een kamer met vier mannen die allemaal Engels spreken. De aanvrager van de Engelse bijbel is zoek. Opeens komt een Afrikaan druk gebarend voorbij. ‘I need a Bible!’ ‘Ik heb een bijbel nodig!’ roept hij naar de bewaarders. ‘Ik wil bidden, maar ik ben wanhopig. Hoe kan ik bidden als ik de beloftes van God niet bij me heb? Hoe weet ik wat ik bidden mag?!’ ‘Ik heb een Engelse bijbel’, zeg ik een beetje beduusd. We lopen samen naar zijn kamer, ik leg de Bijbel in zijn handen. Hij opent hem meteen, zoekt, leest en knikt. Ik vraag of ik het mag zien. Hij wijst me Lucas 10 vers 19: ’Bedenk wel: ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken, zodat niets jullie kan schaden.’ Als ik naar hem opkijk zie ik tranen.
‘Johannes tien vers tien’, zegt hij en geeft me de bijbel. Ik zoek het op en lees voor: ‘Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.’ We knikken zwijgend naar elkaar. We hebben dezelfde Vader, dezelfde Verlosser. Waar is de dief?

Jeannette Westerkamp is parttime justitiepredikant namens de NGK in Houten.
2007-2014 Persvereniging Opbouw