15 februari 2008, jaargang 52, nummer 4
Artikel 001065
C.S. Lewis (1898-1963) Hunkeren naar het grote geheim P.J. van Kampen Op 29 november 1898 werd Clive Staples Lewis geboren in Belfast, Noord-Ierland. Hij stierf op 22 november 1963, de dag waarop John Kennedy werd doodgeschoten.
Ook de sterfdag van de Britse schrijver en Nobelprijswinnaar Aldous Huxley, iemand met een totaal andere intellectuele en geestelijke levensgang.

In die krap 65 jaar zou hij zich ontwikkelen tot één van de meest aansprekende docenten aan de Universiteit van Oxford en uitgroeien tot de onbetwist bekendste christelijke apologeet van de twintigste eeuw.
Hij heeft immense invloed gehad op het leven van talloze gelovigen én ongelovigen in de laatste vijftig jaar.

Avontuurlijk
'Lewis was ongetwijfeld één van de meest avontuurlijke en geleerde mannen van de twintigste eeuw', zegt een Amerikaanse bewonderaar. Over de juistheid van dat laatste hoeft inderdaad weinig twijfel te bestaan. Al is het geleerdheid die in onze tijd niet zo hoog scoort: diepe kennis van de Klassieken, denkers uit de Middeleeuwen, schrijvers uit de engelse of schotse Renaissance-tijd etc. Hij was feitelijk behoorlijk tegendraads en vertegenwoordigde waarden en normen van een voorbijgaande beschaving.
Of we hem ook één van de 'meest avontuurlijke mannen' van de 20e eeuw achten, hangt af van onze normen bij zo'n beoordeling. Zijn leven was uitgesproken arm aan uitwendige gebeurtenissen. Hij maakte geen lange ontdekkingsreizen, had in feite maar twee banen (allebei in de academische wereld, Oxford en Cambridge) trouwde pas rond zijn zestigste, woonde vele jaren lang in hetzelfde huis met zijn oudere broer Warren, die levenslang ongehuwd bleef. Hij was sterk gehecht aan een (soms wat wisselende) kring van zeer hoogopgeleide academische vrienden met wie hij stevige discussies en debatten voerde. Avontuurlijk? Je kunt erop afdingen. Als je het echter hebt over zijn binnenwereld, dan concluderen we dat hij een uiterst rijke kennis had van vele terreinen van literatuur, geschiedenis, theologie en cultuur (hij was praktisch onwetend over alles wat in de krant stond en heel weinig geïnteresseerd in politiek!). Ook dat hij een bijzonder rijke verbeelding had en, heel belangrijk, een 'gedoopte verbeelding'. Veel van zijn geestkracht en energie heeft hij heel bewust in dienst gesteld van Gods Koninkrijk.

Een echte lezer
Als kind hechtte hij zich sterk aan zijn moeder die een heel gelijkmatig karakter had. Zijn vader had een heftig temperament, waarin gevoelens ook heftig geuit werden. Toen moeder jong overleed, was hij ontroostbaar.
De tekst op de Shakespearescheurkalender, die op haar sterfdag afgedrukt stond, is later ook op zijn eigen graf gebeiteld: 'Men must endure their going hence' ('Mensen moeten het lot dragen vanhier te gaan'). Merkwaardig, op 't graf van de bekendste christelijke apologeet van de twintigste eeuw staat geen Bijbeltekst, maar een tekst uit Shakespeare... Zijn jeugd werd verduisterd door de noodzaak te wonen bij een vader die zich in zijn verdriet terugtrok; het was overigens ook een grillig gebouwd huis met overal boeken. Na verloop van tijd moest hij naar een kostschool vertrekken. In totaal heeft hij er vier bezocht en vooral de laatste vond hij vréselijk. Een (kennelijk heel intense) ervaring van gepest-worden, heeft in Lewis' oeuvre zijn weerslag gevonden.
Van iedere zweem van intimidatie en van 'bullying' behield hij een levenslange afkeer, zoals herhaaldelijk bleek. Tijdens zijn studie in Oxford deed hij fenomenale belezenheid op.
Vooral de klassieke oudheid, de filosofie en de literatuur boeiden hem.

Diepe hunkering
Na de Eerste Wereldoorlog belandde Lewis in het Oxfordse academisch circuit om er feitelijk nooit meer uit weg te gaan. Hij doceerde Engelse Literatuur van de Late Middeleeuwen en Renaissance. Hij heeft op zijn vakgebied een paar bijzonder gezaghebbende boeken geschreven. Hij was toentertijd bepaald geen christen, maar achtte zich atheïst. Hij werd wel jarenlang geboeid door de mythologie van Kelten en Germanen; de 'noordsheid' van laatstgenoemde verhalen had hij in z'n botten! Meestal waren dat verhalen vol strijd en geweldpleging, trouw en kameraadschap in de strijd, maar ook verraad, ondergang en dood.
In zijn autobiografie spreekt hij over een onweerstaanbare hunkering naar een andere werkelijkheid, waarin alles anders zou zijn. Een besef van Sehnsucht ('joy', zoals hij dat zelf noemt) trok hem sterk in de richting van 'de hemel'. Net als Romantici van allerlei slag ervoer hij een besef van isolement, gescheiden zijn van het Ware Zijn, ballingschap, strijd met het bovennatuurlijke. Maar ook een diepe hunkering naar Zuiverheid, Schoonheid, Waarheid, Liefde.
In die geestelijke autobiografie spreekt hij over de tijd 'dat God mij insloot'. Hij merkt op: 'Een jonge atheïst kan werkelijk niet zorgvuldig genoeg over zijn geloof waken. Aan alle kanten dreigt gevaar. Je moet de wil des Vaders niet doen, zelfs niet proberen te doen, tenzij je bereid bent 'van de leer te weten''. Jaren later kwam hij tot geloof en noemde zich wrang 'de meest weerbarstige bekeerling in heel Engeland'. Hij schrijft in zijn autobiografie: 'Op een zonnige morgen reed ik met iemand mee naar Whipsnade, de diergaarde.
Toen we vertrokken, geloofde ik niet dat Jezus de Zoon van God is, en toen we bij Whipsnade arriveerden geloofde ik het.'

Gewoon gebleven
De 'most reluctant convert in all England', 32 jaar oud, begon meteen z'n pasverworven geloof in woord en geschrift uit te dragen. Zozeer was dat tegen de aanvaarde normen in Oxford dat hij, de meest succesrijke lector in Oxford, nooit voor een professoraat in aanmerking kwam. Een groot aantal boeken kwam in hoog tempo uit zijn handen die soms vele drukken beleefden. Een aanzienlijk aantal werd in het Nederlands en vele andere talen uitgegeven. En terecht.
Lewis bleef erg gewoon onder het succes. Hij leidde in Oxford het leven van een 'Don', was stipt in zijn colleges, tentamens en drinkgewoonten.
'Daar loopt C.S.Lewis, dan moet het dinsdag zijn', merkt één van de figuren in een detective uit de jaren '40 op; hij zit in een pub te drinken en maakt melding van de ijzeren wetmatigheid in Lewis' leven. Met een aantal vrienden, van wie J.R.R.Tolkien en Charles Williams de meest bekende zijn, ging hij 's dinsdags bier drinken, in een pub die je nog bezoeken kan (leuk om daar even wat te drinken!).
Op donderdag dronk het gezelschap port, in één van de vertrekken binnen de Universiteit. En dan maar praten, want deze academische en christelijke vrienden hielden van een goed gesprek! Het was een club met mannenvriendschappen.
Ze vormden een eigenaardig groep mensen. Voor hun plezier leerden ze Oud-IJslands. Ze gingen geregeld een paar dagen wandelen, door weilanden, langs beken en over heuvels. Als ze bij een pub aanlandden, werd er de tijd genomen voor een pot pils. Bij het passeren van een kerkje ging men binnen om het bijbelgedeelte dat op de lezenaar klaar lag, hardop aan elkaar voor te lezen. Hun leefpatroon is op een merkwaardige wijze aantrekkelijk.
Lewis, die openlijk bang was om arm te worden, bleek altijd 2/3 van zijn inkomsten aan goede doelen te hebben gegeven! Ondanks zijn bijzonder drukke leven heeft hij met een zeer groot aantal mensen gecorrespondeerd en daarin een opmerkelijke mate van trouw getoond.

Aantrekkelijk
Wat mij persoonlijk altijd het meest heeft gefascineerd is echter de manier waarop Lewis je steeds weer van de gewone aardse beslommeringen trekt naar de Uiteindelijke Werkelijkheid en de uiteindelijke keuzes die we in ons leven moeten maken. Of het nu om zijn kinderboeken van de Narnia-serie gaat, of zijn ruimtevaarttrilogie, of andere 'apologetische' boeken, steeds gaat het om het uiteindelijke Geestelijke Conflict. Waar sta je? Wat kies je en waarom?
Daarnaast heeft hij, meer dan enig ander die ik ken, in zijn werk een diep verlangen opgeroepen naar de Werkelijkheid van God. Naar de Eeuwigheid, zo je wilt. Opmerkelijk: dat de man die bekend is geworden met Brieven uit de Hel vooral anderen wilde meenemen naar de hemel en de oneindige aantrekkelijkheid van de Werkelijkheid van God en van Christus en dat hij het leven uit de Geest heeft willen overdragen. Meer dan wie ook heeft Lewis mij leren 'hunkeren' naar het Grote Geheim achter dit leven.

Drs. Pieter van Kampen is predikant van de NGK in Vlaardingen.
2007-2014 Persvereniging Opbouw