27 oktober 1989, jaargang 33, nummer 22
Artikel 010708
Internationale Conferentie van Gereformeerde Kerken (2) H.J. v.d. Kwast
De Westminster Confessie en de Vrijmaking

Onder de kerken die zijn toegetreden tot de internationale conferentie, die op initiatief van de vrijgemaakte kerken al enkele malen bijeenkwam, zijn ook presbyteriaanse kerken.
Deze kerken hebben als belijdenis van het geloof niet de drie formulieren van enigheid, maar de Westminster Confessie, met de grote en de kleine Catechismus.
Deze belijdenis is opgesteld en aangenomen op een synode gehouden te Westminster in Engeland en dateert van de jaren 1643/1649.
De tekst en een goede inleiding vindt u in een uitgave van de Vuurbaak, verzorgd door drs. G. van Rongen.
Het is niet zo verwonderlijk dat er wat moeilijkheden waren bij de aanvaarding van deze belijdenis als grondslag voor de internationale conferentie.
Deze aanvaarding betekent niet dat deze belijdenis in de vrijgemaakte kerken in ons land en elders als bindend wordt aanvaard. Met de instemming wordt te kennen gegeven dat deze belijdenis als gereformeerd wordt erkend.
Nu valt deze belijdenis niet samen met de drie formulieren van enigheid.
Op sommige punten is de Westminster uitvoeriger, maar dit niet alleen; er zijn ook verschillen aan te wijzen.
Nu wij uit het verleden weten en hebben ervaren hoe nauwgezet de vrijgemaakte kerken met de belijdenis omgaan, wordt het bijzonder interessant na te gaan welke verschillen in belijden bij kerken in het buitenland worden aanvaard.
De ouderen onder onze lezers zullen zich herinneren dat in de strijd, die aan de Vrijmaking voorafging, van 'synodale zijde' zowel t.a.v. de kerkrechtelijke als de dogmatische kant van het conflict een beroep gedaan werd op de Westminster Confessie, die de meest gerijpte weergave van het gereformeerd belijden zou zijn.
De Vrijmaking was allereerst een zaak van verzet tegen een opkomende hiƫrarchie van synoden, die over de kerken heersten met een eigen door Christus verleend gezag, door ambtsdragers te schorsen en zelfs een kerk buiten verband te zetten.
Wat vinden we in de Westminster over het gezag van synoden.
In artikel 31 (!) van deze belijdenis lezen we onder het opschrift: 'Synodes en Concilies' o.a.:
1 Om de kerk beter te regeren en verder op te bouwen dienen er"
zulke vergaderingen te zijn als gewoonlijk synodes of concilies genoemd worden.
2 Evenals het aan de overheid wettig geoorloofd is om een synode van dienaren en andere bekwame personen bijeen te roepen, om hen te raadplegen en van hen advies te ontvangen over godsdienstzaken, zo mogen - in geval de overheid een verklaard vijand van de kerk is - de dienaren van Christus krachtens hun ambt, of samen met andere bekwame personen, daartoe door hun kerken gedelegeerd, in zulke vergaderingen bijeenkomen.
Voor ons onderwerp is verder van belang wat onder 3 wordt gezegd over synodebesluiten: ...en deze besluiten en beslissingen dienen, als ze met het Woord van God in overeenstemming zijn, met eerbied"
en onderworpenheid ontvangen te worden en dat niet alleen om hun overeenstemming met het Woord, maar ook om de bevoegdheid waarmee ze genomen zijn en die een verordening van God is in zijn Woord daartoe aangewezen.
Bij eerste lezing valt al op dat volgens deze belijdenis synodes dienen gehouden te worden en vervolgens dat men ter synode krachtens het ambt bijeen is en de bevoegdheid om besluiten te nemen een verordening van God wordt genoemd.
Als Schriftbewijs wordt verwezen naar Handelingen: 15, het apostelconvent in Jeruzalem.
Ik kan me voorstellen dat broeders en zusters, die de vrijmaking bewust hebben meegemaakt zich afvragen wat wijlen Prof. Dr. S. Greijdanus hiervan zou zeggen.
We kunnen deze voortrekker het woord geven door te citeren uit het blad Dienst, 1957 nr. 10/12.
Op pag. 173 schrijft Greijdanus: "Volgens deze Westminster-Synode zijn het dus de overheden, die de synoden moeten samenroepen. En dat niet alleen, maar die haar leden hebben te kiezen en natuurlijk ook, hoewel dat er niet uitdrukkelijk bijstaat, maar dat volgt uit de aard der zaak, het agendum vaststelt".
Hiertegenover schrijft Greijdanus dat het de kerken zijn, die niet alleen predikanten, maar ouderlingen afvaardigen en het agendum van een synode opstellen. In verband hiermee is ook belangrijk wat Greijdanus op pag. 161 schrijft: "Wel bestaan Classisvergaderingen en Synoden meestal uit ambtsdragers.
lnzover kan men ze noemen vergaderingen van ambtsdragers.
Maar deze zitten daar toch niet qua ambtsdragers, ofschoon wel in en met hun ambt, doch krachtens afvaardiging, last en taakopdracht van die hen gezonden hebben en als deze vertegenwoordigende ..."
Nadat Greijdanus er op heeft gewezen dat in de Westminster ten onrechte gesteld wordt dat een synode of meerdere vergadering een eigen zelfstandige, onafhankelijke macht en bevoegdheid heeft, komt hij tot de niet mis te verstane uitspraak: "Het ongereformeerde in samenroeping, lastgeving en machtiging, had in deze als vanzelf een ongereformeerde uitwerking tot gevolg. Wie de daad van Koning Willem I tot samenbrenging van een 'Synode' niet Gereformeerd heten en goedkeuren kan, kan de samenroeping der Westminster Synode, en haar aanwijzing, door wie en hoe een Synode samengebracht moet worden, ook niet als Gereformeerd en goed verklaren".
Een voorzichtige conclusie kan zijn dat Greijdanus niet bepaald ingenomen was met deze belangrijke paragraaf uit de Westminster Confessie.
In de dagen van de vrijmaking bracht wijlen Prof. Dr. K. Schilder heel de kerkelijke strijd onder de noemer van het kerkrecht:" het ging ten principale om het onderhouden van art. 31 K.O., dat de kerken het recht gaf zich vrij te maken van synode-besluiten binnen het kerkverband.
Van K. Schilder is bekend dat hij het niet eens was met de stelling dat de Westminster Confessie een gerijpte vorm van gereformeerd belijden was. Van zijn hand staat in de Reformatie van 20 Dec. 1947 een aankondiging van een te verschijnen uitgave van een rectorale oratie van Prof. P. Deddens onder de titel: 'Van Dordt naar Westminster'.
Nader onderzoek wees uit dat deze oratie niet in druk verschenen is.
Schilder schrijft zeer te hebben genoten van deze rede en vervolgt: "Nu heeft prof. Deddens uitvoerig en overtuigend aangetoond dat 'Westminster' betekent: hiƫrarchie ", Het is dus niet verwonderlijk dat vrijgemaakte kerken moeite hebben met het aanvaarden van de Westminster Confessie.
Wat moeten we nu aan met dure woorden over het werk des Heren in de Vrijmaking?
Een volgend keer gaan we zien wat de Westminster Confessie leert over het verbond.
© 2007-2014 Persvereniging Opbouw