14 maart 2008, jaargang 52, nummer 6
Artikel 001165
Column Hij leeft J. Westerkamp Lang geleden, toen we nog in Afrika woonden, hield Vincent het gras kort rond het huis. Hij geselde het taaie gras met zijn 'slasher', een lang stuk metaal, tot de grassprieten en de zweetdruppels in het rond vlogen.
In de week voor Pasen dronken we een kop thee met Vincent. Zwarte thee met melk en veel suiker. We kregen het over Pasen. Ja, hij wist dat Jezus was opgestaan. Zijn oom was ook opgestaan trouwens. Die lag in het ziekenhuis en iedereen was al aan het weeklagen en opeens deed hij zijn ogen weer open. Tot twee keer toe zelfs.
Blijkbaar keek ik geschokt, want hij voegde er aarzelend aan toe, dat het wel anders is als iemand al in het graf heeft gelegen. Dat wel. 'Hij vind het niet eens bijzonder!' dacht ik.
'Mijn oom stond ook op.' Nou ja! Wat moet je daar nu van vinden?
'Er is één ding dat ik niet begrijp', zei Vincent toen. 'Wanneer is Jezus weer gestorven en waar is Hij toen begraven?' 'Hij is niet weer gestorven', zei ik, weer verbaasd. 'Niet weer gestorven?' vroeg Vincent, nog verbaasder.
'Maar hoe…' 'Hij leeft', zei ik, 'Hij is bij ons.' Het effect was verbluffend. Nu was Vincent wel degelijk onder de indruk.
Hij keek alsof ik hem op een onzichtbaar iemand in de kamer wees. Alsof?
Hij hield even zijn adem in. Dat hij omringd is door geesten, dat wist hij wel, maar Jezus, die niet een dode geest is, maar een mens, God… Het gevoel sloeg op me over. Jaren later denk ik nog regelmatig aan Vincent.
Jezus is hier. Werkelijk? Ben ik daar verwonderd genoeg over?
Er is een hele werkelijkheid om ons heen die we niet zien. De Afrikanen zijn zich daar zeer van bewust en kennen allerlei manieren om die wereld te manipuleren. Toen we in Afrika woonden, dacht ik dat dat in Nederland heel anders is. Maar inmiddels weet ik beter. Heel wat stoere mannen in de gevangenis hebben me toevertrouwd dat hun overleden vader, of broer, of vriend over ze waakt en dat ze met hen praten. Ik heb het idee dat het in onze samenleving al meer gemeengoed wordt.
Gaat het dan werkelijk om de doden?
Gaat het om geesten die zich als bekenden presenteren? Is het allemaal verbeelding? Ik weet het niet.
Wat ik wel weet is dat Jezus de sleutels van het dodenrijk in handen heeft en dat niemand om Hem heen kan.
Gelukkig maar. Een jonge vrouw wil leren bidden. Ze is er ook bang voor. Toen ze een klein meisje was, probeerde haar moeder met een paar vriendinnen haar gestorven vader op te roepen. Het liep geweldig uit de hand. Een glas vloog uit zichzelf kapot tegen de muur en het gezelschap rende gillend naar buiten. Als tiener wordt het meisje nog steeds achtervolgd door geesten, zoals ze dat zelf zegt. Ze wil heel graag iets van God weten, maar dat is toch ook een geest? Ze wil zo graag een medestander in die onzichtbare wereld. Iemand die ze vertrouwen kan. Nu komt ze een dominee tegen. Die moet het weten. Na een gesprek bid ik kort voor haar. Ze haalt diep adem of ze schrikt. Ik kijk op maar ze lacht. 'O, dát is Hij! Ik voel het hier.' Ze legt een hand boven haar borsten. 'Het is heel anders. O, kan ik dat zelf ook? Als ik er Jezus bij zeg, is het goed. Dan kom ik bij God, niet bij de geesten?' Ik sta er blijkbaar zo onnozel bij dat ze vraagt: 'Jezus is toch hier, zei u?' Ik knik. Ja, hij leeft… Hij leeft!

Jeannette Westerkamp

Jeannette Westerkamp is parttime justitiepredikant namens de NGK in Houten.
2007-2014 Persvereniging Opbouw