21 oktober 2011, jaargang 55, nummer 21
Artikel 013472
Uitdelen van wat je hebt ontvangen Henk Ruiter Al drie jaar lang zijn Harold en Erna Aalbers verantwoordelijk voor het reilen en zeilen in het SGJ1-
gezinshuis in Kampen. Dat is een intensieve taak die veel van hen vraagt maar die hen op het lijf geschreven is. Hier kunnen zij uitdelen van wat zij zelf hebben ontvangen. In een openhartig gesprek geven zij bij herhaling aan dat het de liefde van God is die hen in staat stelt dit werk vol te houden.

Fam. Aalbers, Kampen: ‘Fantastisch om een soort doorgeefluik van Gods liefde te zijn.’
Rustig gezeten aan de grote gezinstafel vertellen Harold en Erna over hun leven in het gezinshuis. Elders in het huis spelen de kinderen. ‘Zij zijn er aan gewend dat er regelmatig mensen over de vloer komen om met ons te praten en weten dat de kamer dan een tijdje voor ons is.’

Waarin onderscheidt jullie gezinshuis zich van andere vormen van opvang, zoals een pleeggezin of een leefgroep?
‘In een pleeggezin is er meestal maar één kind van buitenaf. Daar is sprake van een grote nabijheid tussen pleegouder en pleegkind. Voor sommige kinderen levert dat problemen op en is een andere vorm van opvang noodzakelijk.
Dat kan een leefgroep zijn. Daarin worden de kinderen begeleid door verschillende opvoeders en is de afstand tussen opvoeder en kind dus groter. Een gezinshuis is een tussenvorm. Wij hebben vier eigen kinderen en vier pleegkinderen.
Het voordeel ten opzichte van een pleeggezin is dat de pleegkinderen geen uitzonderingspositie hebben. Omdat in een gezinshuis wel de structuur van een gezin wordt geboden, heeft plaatsing daarin de voorkeur boven een leefgroep. Maar voor bepaalde kinderen kan ook deze vorm te belastend zijn, zodat zij toch doorverwezen moeten worden naar een leefgroep.’

Zijn er verschillen tussen een ‘gewoon’ gezin met acht kinderen en dat van jullie?
‘Jazeker. Omdat niet alle kinderen dezelfde ouders hebben, zijn er grote verschillen in karakter, eigenschappen, gewoontes en kerkelijke achtergrond.
Zelfs hun geuren zijn anders. Daarbij komt dat de pleegkinderen een problematisch verleden hebben en beschadigd zijn geraakt. Voor sommigen is ons huis het achtste adres. Dan is het niet verwonderlijk dat ze geen enkel vertrouwen meer hebben in volwassenen.
Ook blijft het altijd merkbaar dat wij van vier kinderen niet de biologische ouders zijn. Om een voorbeeld te noemen: onze eigen kinderen zeggen papa en mama, maar de andere noemen ons Harold en Erna. Daarmee laten we zien dat we respecteren dat zij een eigen vader en moeder hebben.
Dit alles neemt niet weg dat we wel echt een eenheid zijn. Als hier ’s avonds om zes uur iemand binnenstapt, ziet hij of zij één familie aan tafel. Dan is er geen verschil merkbaar.’

Waarom is het respecteren van de biologische ouders van belang?
‘Kinderen zijn van nature heel loyaal aan hun ouders. Door heel open over de ouders te spreken en de kinderen te stimuleren contact met hen te onderhouden, reageren zij veel ontspannener op de situatie hier. We zouden het prachtig vinden als de kinderen op enig moment weer terug konden naar de eigen ouders, maar de praktijk leert dat dit nauwelijks voorkomt.
Natuurlijk levert de gedachte aan de eigen ouder wel eens verdrietige situaties op. Het kan een kind pijn doen als het hier ziet dat ouders en kinderen goed met elkaar omgaan. Het voelt heel scherp aan wat het zelf gemist heeft.’

Op welke manier onderhouden de kinderen contact met hun ouders?
‘Soms komen de vader en/of de moeder hier op bezoek of nemen zij hun kind even mee de stad in. Verder zijn erbelcontacten. Dan heeft het kind alle gelegenheid om rustig met een van de ouders te praten. Meestal blijven we tijdens dat gesprek wel in de buurt, omdat er heel gemakkelijk misverstanden kunnen ontstaan; soms zijn die trouwens wel grappig. Het is een keer gebeurd dat een jongen die net bij ons was enkele dagen voor Oud en Nieuw in geuren en kleuren vertelde dat hij een grote zak vol vuurwerk kreeg en dat helemaal alleen mocht afsteken. Geen wonder dat de ouders zich ongerust afvroegen waar hun kind nu terecht was gekomen. De werkelijkheid was dat wij het kind hadden toegezegd dat hij onder toezicht enkele vuurpijltjes mocht afsteken.’

Blijven de kinderen lang bij jullie?
‘Het is de bedoeling dat ze blijven tot ze oud genoeg zijn om zelfstandig te wonen. Maar we hebben wel meegemaakt dat kinderen eerder vertrokken.
Het meest ingrijpend is de situatie dat een kind vanwege problemen niet kan blijven. Soms is ons gezinshuis te warm en komt het voor zo’n kind te dichtbij.
Er moet dan gekeken worden of het hier wel de goede plek is voor hem of haar. Voor ons is het moeilijk om dat te beslissen. Daarom is het fijn dat wij die beslissing niet zelf hoeven te nemen.
Wij worden ook op dit punt heel goed begeleid door een pleegzorgwerker en een gedragswetenschapper van SGJ.’

Hoe ervaren jullie eigen kinderen het wonen in een gezinshuis?
‘Wij zijn gezegend met onze eigen kinderen. Zij staan allemaal achter de keuze voor een gezinshuis, wat niet inhoudt dat het voor hen altijd gemakkelijk is. Wij praten daar open over. De kinderen zien het ook als wij het moeilijk hebben. In ons tweede jaar hadden we het best zwaar. Dan vraag je je wel af of het nog goed is om dit te doen. In die tijd kwam onze oudste zoon thuis met een pakje. Daarin zat een wanddecoratie, met daarop de woorden ‘God bless this home’.
Er zijn ook hele mooie ontwikkelingen.
Onze jongste dochter keek aan het eind van de vakantie echt uit naar het moment dat haar pleegzusje weer terugkwam.’

Jullie noemden ook het verschil in kerkelijk achtergrond. Hoe breed is die?
‘Heel breed. Er zijn kinderen bij die lid zijn van een reformatorische kerk, maar ook die niet christelijk zijn opgevoed.’

Hoe gaan jullie daarmee om?
‘Als ouders hier komen voor een kennismakingsgesprek, zeggen wij dat wij een christelijk gezin zijn, maar dat we er niet op uit zijn hun kinderen onze overtuiging op te leggen. Wel vertellen we erbij dat het geloof bij ons geen sausje is en dat de kinderen duidelijk zullen merken dat in ons gezin ons geloof een essentiële rol speelt. We gaan altijd gezamenlijk naar de kerk en bidden aan tafel. Dat levert soms mooie gesprekken op.’

Speelt de kerk verder nog een rol in jullie gezinsleven?
‘Wij worden in de kerk goed opgevangen.
Toen we drie jaar geleden startten, hebben we een stukje in het kerkblad geplaatst. Mensen kwamen uit zichzelf naar ons toe met de vraag of ze iets voor ons konden betekenen. Kerkleden zorgen bijvoorbeeld voor vervoer van de kinderen naar de weekendgezinnen of de sportvereniging, doen zo nodig de boodschappen en passen soms even op.
Bij de komst van een nieuw kind staat er altijd een stukje in het kerkblad, met een oproep voor gebed. Voor ons is het ontzettend belangrijk dat we weten dat er voor ons gebeden wordt.’

Al met al is het toch wel een druk leven voor jullie?
‘Ja, het is een flinke klus, die ook invloed heeft op onze sociale contacten. Voor een aantal zaken is er gewoon geen ruimte. Wij gaan bijvoorbeeld meestal alleen naar verjaardagen. In het begin hebben we geprobeerd om samen de ouderavonden van de scholen te bezoeken, maar dat lukt nu gewoon niet meer.
Wij hebben te maken met verschillende scholen, naast de basisschool ook met scholen voor speciaal en voortgezet onderwijs.
Gelukkig is het wel mogelijk via de mail contacten te onderhouden met de leerkrachten.’ Harold: ‘Eigenlijk is het Erna’s werk. Zij is gestopt met haar werk in het onderwijs en is nu in dienst van SGJ. Ik ben directeur van een christelijke basisschool in Swifterbant. Maar zodra ik het huis binnenstap, ben ik er ook helemaal voor het gezin en doen we alles samen.’ Erna: ‘Dat laatste is ook noodzakelijk.
In een leefgroep met soms wel tien opvoeders proberen kinderen die mensen tegen elkaar uit te spelen. Dat willen wij voorkomen. Een van de kinderen merkte eens op: “In dit gezin overleggen de vader en moeder alles met elkaar.” Voor ons is dat een basisvoorwaarde om deze taak aan te kunnen.’

Blijft er wel tijd over om iets voor jezelf te doen?
‘Op vrijdagmiddag zijn we allebei vrij.
Dan doen we samen iets gezelligs.
Daarnaast zijn de pleegkinderen een keer in de maand een weekend weg, zo mogelijk naar familie of anders naar een weekendgezin. Dat is ook in de zomervakantie drie weken lang het geval.’

Is de regelmatige confrontatie met zoveel gebrokenheid niet te belastend?
‘Natuurlijk doet het ons pijn als wij zien hoe deze kinderen lijden en geeft het verdriet als we worden geconfronteerd met wat deze kinderen is aangedaan of moeten meemaken. Maar we hebben ook geleerd om een bepaalde afstand te houden. Anders is het onmogelijk om deze taak uit te voeren.
Het belangrijkste dat wij kunnen doen is de kinderen laten ervaren dat wij er voor hen willen zijn en dat wij van hen houden. Aan de andere kant is het natuurlijk geweldig als we merken dat een kind hier echt op de goede plek zit en tot groei en ontwikkeling komt.’

Jullie geven veel liefde, maar krijgen daar vaak niets voor terug. Doet dat geen pijn?
‘Nee, voor ons is het niet belangrijk wat wij terugkrijgen. Natuurlijk wil iedereen wel eens merken dat hij wordt gewaardeerd, maar wij zijn niet afhankelijk van de liefde van deze kinderen.
Dat is geen voorwaarde voor ons levensgeluk.
De basis daarvoor is de liefde van God. En vanuit die basis willen we ons werk doen. Daarbij ervaren we steeds weer de kracht van het gebed. De kinderen weten dat wij onze moeiten bij God neerleggen. In crisissituaties bidden we ook samen met hen, als zij dat tenminste willen. Anders bidden wij voor hen.
En wij zijn dankbaar omdat anderen voor ons bidden.
Gelukkig wordt er ook veel gelachen in dit huis. We maken grappige dingen mee, maar ook hele mooie. Dat zit in hele kleine dingen die voor ons heel groot zijn. Bijvoorbeeld als een kind voor het eerst uit zichzelf naar je zwaait als het naar school gaat.
Wij ervaren juist dat het heel mooi is om te geven. Uiteindelijk zijn wij een soort doorgeefluik voor de liefde van God. Dat is toch fantastisch!’

Henk Ruiter werkt voor het Nederlands Bijbelgenootschap. Hij is getrouwd, vader van drie kinderen en grootvader van zeven kleinkinderen. Hij is lid van de GKv in Drachten Zuid/West.

1 SGJ: een landelijke instelling voor christelijke jeugdzorg. Meer informatie is te vinden op www.sgj.nl.
2007-2014 Persvereniging Opbouw