15 augustus 2008, jaargang 52, nummer 16
Artikel 001427
Column Luisteren naar God J. Westerkamp Sommige kinderen lijken op gekooide dieren als ze ingesloten zitten in een jeugdinrichting. Boy is onrustig, schichtig haast. Hij is jong, veertien, klein en lenig. Hij ziet er uit of hij uren kan rennen, of hij lachend politiemannen kan ontwijken en kan verdwijnen tussen een menigte, of dat hij van pure levensvreugd over daken kan springen. Ik verwacht een verhaal vol onmacht en boosheid, maar hij zegt, kijkend naar zijn handen: ‘Eerst bad ik nooit, maar toen de deur dicht ging, begon ik en ik bid nog steeds.’ Stop. Mijn beurt. ‘Heb je het gevoel dat er iemand naar je luistert?’ vraag ik. Zijn hoofd schiet omhoog. Hij kijkt me aan met iets van hooghartige verbazing. ‘Nee! God luistert niet naar mij. Ik moet leren om naar Hem te luisteren!
Iedereen luistert naar mij. Mijn moeder mijn broertjes en zusjes, de hele straat, de hele gang. I am the king of the world. Maar God luistert niet. Ik moet naar hem luisteren.’ Ik ben perplex. De autoriteit waar mee dat knulletje zegt wat hij zegt, en de inhoud… Het blijft de hele dag doorklinken.

Het schiet me weer te binnen bij de luide muziek van anderhalf duizend mensen die Gods grootheid bezingen op de conferentie van New Wine in Biddinghuizen. Het thema is ‘Medewerkers van God‘. God wil ons geven wat we nodig hebben om de wereld in te gaan het goede nieuws van het Koninkrijk zichtbaar en hoorbaar te maken. Wat hebben wij nodig om getuigen te kunnen zijn? We moeten zelf Gods liefde ervaren en ontvangen om te kunnen doorgeven. ‘Ik weet het wel’, zegt een jonge vrouw als er gelegenheid is voor persoonlijk gebed. ‘Gered door genade, maar ik blijf maar mijn best doen en mezelf dan afkraken. Het is iets uit mijn jeugd. Ik weet het wel, maar ik kom niet verder.’ Ze is gekomen omdat de man op het podium denkt dat God iemand wil genezen van rugpijn die ontstaan is bij een zwangerschap. Is het mogelijk dat God iemand iets over háár vertelt, dat Hij háár wil genezen door zomaar iemand hier? Ze zou nooit gekomen zijn als het haar niet zo getroffen had. Waarom zij? Twee mensen luisteren en bidden met haar. De pijn is minder, veel minder. Ze beweegt wat, buigt voorover, kijkt verbaasd. ‘Het is weg’, zegt ze. ‘Nu is het weg.’ De volgende dag komt ze vertellen dat ze in tijden niet zo lekker geslapen heeft. ‘Alsof de Vader me vasthield! Dat God dat voor mij doet!’ Ze heeft het anderen verteld. Ook aan een medegemeentelid, zieker dan zij, die al drie keer gebed gevraagd heeft voor haar kwaal. Ze heeft niet het gevoel dat ze beter is. De vrouw die is genezen begint zich schuldig te voelen. ‘Ben je mal’, zegt de ander. ‘Ik wil dolgraag beter worden, maar ik heb zoveel ontvangen. Ik ben bemoedigd. Veertig jaar in de woestijn is ook niet voor niks, als je maar vertrouwen kunt dat er altijd manna en water is.’ Er zijn veel zakdoekjes nodig voor de mensen die gebed krijgen. Mensen die zich klein voelen, ontoereikend en elkaar aanmoedigen groter van God te denken dan ze deden. Kinderen van God, gevuld met zijn Geest. Waarom kunnen zoveel christenen nauwelijks geloven dat ze waardevol zijn?

Ik denk aan dat kleine ventje in de inrichting. King of the world, die besefte dat hij een grotere koning nodig had. Een beetje meer van dat zou de kerk goed doen om die koninkjes buiten een basis van liefde te wijzen, van waaruit mensen bevrijd worden uit hun gevangenissen van verslaving, angst en bandeloosheid.

Jeannette Westerkamp is parttime justitiepredikant namens de NGK in Houten.
2007-2014 Persvereniging Opbouw