21 januari 2012, jaargang 56, nummer 2
Artikel 014650
Categoriaal Om (niet) gek te worden Jeannette Westerkamp ‘Ik word gek,’ zeggen de meisjes regelmatig als ze met mij komen praten in de gesloten jeugdinrichting waar ik werk.
Misschien hopen ze dat ik daar een remedie tegen heb, tegen gek worden. Ze worden gek van alles dat moet. Van de onzekerheid. Van andere meisjes. ‘Ik moet hier weg,’ zeggen ze. ‘Is het buiten anders?’ vraag ik. ‘Buiten kun je je verstoppen op je eigen kamer. Je kunt wat drinken om je beter te voelen. Seks. Lachen met vrienden. Buiten kan je zelf kiezen.’ Is dat zo? Ik zie meisjes die hier tot rust komen. Niet die ingewikkelde vrienden, geen geld om te besteden of manieren zoeken om aan geld te komen. Geen MSN en Blackberry en muziek en alles tegelijk. En toch hebben ze het gevoel dat ze hier gek worden. ‘Het is de echo,’ probeer ik. ‘De echo van alle herrie die eerst buiten was. ‘Hou even vol. Straks wordt het stiller.’ Maar dan komen er dingen van dieper weg. Herinneringen van onveiligheid, spoken in de nacht die ze wakker houden. Hoe lang duurt het eigenlijk tot je stil bent en in balans? Moet alle rommel er eerst uit? Is het toch niet handiger de boel weg te stoppen onder activiteiten, een pilletje en een drankje hier en daar?

‘Zullen we maar even gaan zitten om stil te worden?’ stel ik voor. Laura knikt. Niet meer praten nu. Proberen te ontspannen.
Eerst het lijf, op je ademhaling letten. Ze sluit haar ogen. Haar gezicht ontroert me. Zo vredig nu. ‘Als er gedachten komen, dan laat je ze wegglijden,’ zeg ik. ‘Je mag ze hardop zeggen als dat makkelijk is.’ Ze knikt, ze weet het wel. ‘De groep,’ zegt ze zachtjes, ‘mijn moeder.’ Er glijdt een traan over haar wang. ‘Ik ben dik.’ De pauzes worden groter.
Dan doet ze haar handpalmen naar boven, een teken dat het stil is in haar hoofd. ‘God U bent hier,’ zeg ik. ‘God help mij,’ zegt ze. ‘God help mij alstublieft.’ Ze zegt het een paar keer en is dan stil. Het verbaast me hoe lang ze zo blijft zitten. Dan doet ze haar ogen open, staat abrupt op en zegt: ‘Zo, dat voelt beter. Zo ga ik ook slapen. O ja, dat zult u leuk vinden om te horen, ik slaap met het licht uit!’ Mijn mond valt open van verbazing. ‘Sinds wanneer?’ ‘Sinds ik zo stil wordt met God erbij. Eh… vorige week?’

Ik fiets naar huis. Eten koken. De telefoon.
‘Zet je muziek wat zachter,’ gil ik naar mijn zoon met de telefoon tussen schouder en kin, terwijl ik groente snijd en daar gaat mijn mobiel. Je zou er toch gek van worden! Na het eten ga ik naar mijn plekje in huis om stil te zijn.
Ik ga zitten, pen en papier in de buurt voor als er iets door mijn hoofd schiet dat ik toch echt niet wil vergeten. De dag trekt aan me voorbij. ‘Heer, U bent hier,’ adem ik dan. Het is of ik in een ruimte zit met al die meisjes, en mijn kinderen en wie weet met wie en wat nog meer, maar het zit niet meer aan mij vast. Onder Gods vleugels. ‘Mam!’ klinkt het opeens onderaan de trap. ‘Telefoon!
Vergeet jij een afspraak?’ Ik schiet overeind. Ach, natuurlijk!
‘Ja!’ roep ik. ‘Ik kom eraan, zeg dat maar.’ ‘Mijn moeder komt eraan,’ hoor ik hem zeggen. Snel-snel mijn schoenen aan. Ik ben al bij de deur als ik me omkeer. Het is of iets in me zegt: ‘Laat je niet gek maken.’ En ik ga nog even zitten om bij God te zijn. Dat kan geen kwaad.

Jeannette Westerkamp is parttime justitiepredikant namens de NGK in Houten.
2007-2014 Persvereniging Opbouw