8 februari 1980, jaargang 24, nummer 6
Artikel 014824
Kerk zijn in Japan S. Haruma
1. Kort overzicht van de geschiedenis van de Gereformeerde Kerk in Japan
Het Protestantisme is in 1859, nu 120 jaar geleden, door Amerikaanse zendelingen in Japan geïntroduceerd. De eerste protestantse kerk in Japan werd in 1872 in de stad Yokohama geïnstitueerd. Deze gemeente was vooral ontstaan uit de arbeid van een zendeling van de (oude) Hervormde Kerk van Amerika. In de beginperiode stonden de protestanten hoofdzakelijk onder leiding van deze Gereformeerden en ook Presbyterianen, maar geleidelijk kwamen er ook vele andere kerkgenootschappen op het toneel. In 1885 arriveerden de eerste zendelingen van de Presbyterian Church U.S. om hun werk aan te vangen. Zodoende was er al voor de 2e Wereldoorlog een kerk van de gereformeerd-presbyteriaanse traditie, hoewel aan de andere kant ook het vrijzinnig christendom Japan binnengekomen was. Intussen had deze Japanse Christelijke kerk vele zwakke punten, vooral wat betreft haar belijdenis, In de 2e wereldoorlog moest de kerk echter zware tijden doormaken.

Het Japanse nationalisme ging een nauwe verbinding aan met het shintoïsme en het shintoïsme werd omgezet in het nationale shintoïsme dat de verering van keizer Hirohito invoerde. Het nationalisme ontplooide zich tot militairisme. De situatie was ongeveer gelijk aan die van Duitsland.
De militairisten riepen de "Groot Oost-Aziatische welvaartssfeer" . uit, waarvan Japan het centrum zou zijn. Onder hun bewind kwam er een Wet ter Regeling van de Godsdienstige Lichamen. Conform de bepalingen van deze wet werden zon dertig protestantse kerkgenootschappen gedwongen zich te bundelen tot de Verenigde Kerk van Christus in Japan (wij noemen haar de Kyodan).
Predikanten kregen vaak bezoek van agenten van de geheime politie, die dwaze vragen stelden als: "wie is er groter, de Keizer of Christus?"

Bij de aanvang van de eredienst op zondagmorgen moest de gemeente eerst een buiging maken in de richting van Tokyo, van het Keizerlijk Paleis. Vele ohristenen gooiden het met deze dingen op een akkoordje als behorend tot de nationale zede of gewoonte, Zoals "Deutsche Christen"
schipperden ten opzichte van Hitler, zo legden ook vele "Japanische Christen" zich bij de eisen van hun overheid neer.

Ook in de scholen waren leraren en leerlingen bij speciale gelegenheden verplicht een buiging te maken voor de portretten van de keizer en de keizerin. Een bekend geval is dat van Prof. Kanzo Uchimura - geen gereformeerde, maar stichter van de niet-kerkelijke Christelijke Beweging - die weigerde dit te doen en ontslagen werd bij de Eerste Hogeschool (nu een onderdeel van de Universiteit van Tokyo). Aan de vervolging hadden nog het meest de christenen en de marxisten te lijden.

Er werden dus wel christenen gevonden, die moedig weigerden de knieval voor de godkeizer te doen. Ook mogen we niet vergeten dat er onder de christenen die in deze benarde situatie verkeerden - helaas veelal in een niet-zuivere houding - een aantal predikanten waren die strikt vasthielden aan een krachtig calvinistische belijdenis en de wens levend hielden om een ware christelijke kerk te bouwen die zuiver gereformeerd in de leer en zuiver presbyteriaans in de kerkorde zou zijn. Het waren predikanten en gemeenteleden die, vóór de van hogerhand afgedwongen vereniging, tot de kerk van de reformatorische traditie hadden behoord. Zij zouden na de oorlog de oprichters worden van de Gereformeerde Kerk in Japan.

Op de Paasmorgen van april 1946, nog geen acht maanden na het beëindigen van de 2e wereldoorlog, kwam een groep van negen predikanten - waaronder mijn vader - en drie ouderlingen in Tokyo bijeen. Midden in de naoorlogse verwarring werd de Gereformeerde Kerk in Japan geboren.
De kleine groep van twaalf organiseerde zich formeel tot de Constituerende Algemene Vergadering van de G.K.J. (Reformed Church in Japan - RCJ).

Niet onvermeld kunnen we laten het grote belang van het bestaan van de Centrale Theologische Hogeschool te Kobe. Dit opleidingscentrum sloot in de oorlog vrijwillig zijn deuren teneinde zich niet te compromitteren door afgodendienst. De school was oorspronkelijk gesticht door de Southern Presbyterian Church of America. De rector, Dr. S. P. Fulton, was de streng-calvinistische leer toegedaan. Eén van de oprichters van onze kerk ontving hier zijn opleiding, waarna hij doorstudeerde aan het Westminster Theological Seminary te Philadelphia, Ook mijn vader leerde aan deze school onder leiding van Dr. Fulton het gereformeerde geloof kennen.

Weer een andere van onze oprichters wasbekend geworden met de grote werken van Nederlandse gereformeerden in Engelse vertaling en ontwikkelde er hoge waardering voor. Deze mannen kwamen ook in de oorlogsjaren vaak bij elkaar om de reformatorische geschriften te bestuderen en God te bidden een zuivere, gereformeerde kerk te bouwen. Voor deze bijeenkomsten zijn we God in zijn barmhartigheid en genade bijzonder dankbaar, want zij waren een voorbereiding voor de opbouw van de G.K.J. nadien. In mijn bezit zijn een aantal dagboeken van mijn vader uit de tijd vlak voor en na de oprichting van onze kerk, waarin te lezen is hoe hij gebeden heeft voor de opbouw van een zuivere gereformeerde kerk en hoe hij zich wijdden aan de bestudering van de gereformeerde theologie en aan de stichting van de Gereformeerde Theologische Hogeschool die de plaats zou hebben in te nemen van de opgeheven Centrale Hogeschool. Ik kan die dagboeken niet lezen zonder ontroerd te worden.

Natuurlijk, deze dingen vonden plaats en werden beschikt door de Almachtige God, maar de stichters hadden zich juist in dit moeilijke en chaotische tijdvak langdurige en energieke inspanningen getroost. De bijeengekomenen op die Paasmorgen waren de gekozen vertegenwoordigers van zo'n 300 leden uit 12 gemeenten van gereformeerd-presbyteriaanse achtergrond. Men kan zeggen dat aan de wieg van de G.K.J.
twee takken van het Calvinisme hebben gestaan. Eén ervan stond in de lijn van de Southern Presbyterian Church en de Princeton school (oude stijl) in Amerika, terwijl de andere voortkwam uit de Nederlandse calvinistische traditie. Onze kerk aanvaardde als haar belijdenisgeschriften de Westminster Confession, met de Shorter en de Larger Catechism, terwijl de Heidelbergse Catechismus en de Catechismus van Genève warm werden aanbevolen voor gebruik bij het onderricht van de lidmaten. Evenals u hier in Amsterdam-Centrum gebruiken onze kerken dan ook de Heidelbergse Catechismus in de middagdienst. Hij wordt ook gebruikt op de catechisatie voor volwassenen, die 's zondags gehouden wordt.

Tezelfder tijd werd tevens een Stichtingsverklaring afgegeven waarin de eigen leden en de buitenwacht gewezen werd op de twee hoofdpunten of taken die de kerk zich stelde. Ten eerste, de ontwikkeling van een christelijk-theïstische levens- en wereldbeschouwing en ten tweede, de vorming van een kerkgemeenschap die trouw zou zijn aan de Schrift. Prof. Hashimoto van de Theologische Hogeschool te Kobe schrijft hierover: "Wij menen dat de tweede taak gedurende de eerste twintig jaar na de vestiging van onze kerk althans gedeeltelijk is uitgevoerd door het aannemen van een geloofsbelijdenis, een kerkorde, een boek betreffende tuchtoefening en een leidraad voor de eredienst." Daarom concentreren wij ons nu op het eerste punt, ni, het tot stand brengen van een uitgewerkte levens- en wereldbeschouwing.

Dit laatste is van groot belang in een heidens land als Japan. Elk insluipsel van afgoderij moet afgesneden worden. De ervaring, met name tijdens de oorlog, heeft ons geleerd hoe moeilijk het is niet mee te doen aan de nationale offerdiensten en hoe diep deze gewoonten in het dagelijks leven ook vandaag nog is ingeburgerd. Drie jaar geleden, toen onze kerk haar 30-jarig bestaan herdacht, hebben wij, als resultaat van bezinning op het eerste punt, in een geest van berouwen inkeer een stuk gepubliceerd, getiteld "Geloofsverklaring omtrent de verhouding van Kerk en Staat".
Hadden de christenen in de oorlogsjaren het hier uiteengezette beginsel ingezien, dan zouden velen aan het compromis grotere weerstand hebben kunnen bieden. De bezinning aangaande die eerste punt wordt voortgezet, want het uitwerken van een theïstische levens- en wereldbeschouwing is van belang voor vele relaties met het christelijk leven, met name in een heidens land, niet alleen ten aanzien van het vraagstuk van kerk en staat maar ook wat betreft het dienen van één enig waarachtig God zonder compromis met allerlei afgodendienst en voor de uitbouw van een christelijke cultuur als een alles omvattende visie op de geschapen werkelijkheid.
Voor deze cultuurtaak bewijst het Japans Reformatorisch Verbond belangrijke hulpdiensten aan de kerk.

(wordt vervolgd)
2007-2014 Persvereniging Opbouw