17 februari 2006, jaargang 50, nummer 4
Artikel 001571
Een eerste ervaring van een predikant met ziekenzalving Geen geneeskrachtige olie, maar een machtig God Richard Vervoorn Begin 2005 werd een jonge vrouw in de gemeente ernstig ziek naar de intensive care gebracht. Haar toestand verergerde en na een week had ze levensbedreigende koorts. De dag daarop is zij gezalfd. Dit viel samen met het eind van de landelijke gebedsweek en een deel van de gemeente bleef bij elkaar in gebed om zo de ziekenzalving te ondersteunen.

Het gezin van de vrouw heeft het als een kostbaar en bemoedigend ervaren en ook ikzelf (zie hun persoonlijke verhaal op de volgende pagina). In zo’n beangstigende tijd was het een moment van rust, zorgvuldigheid, liefde en vertrouwen. De kerkenraadsleden zijn persoonlijk van tevoren benaderd en veel gemeenteleden zijn op de hoogte gesteld.

‘U zalft mijn hoofd met olie’
Naast allerlei geloofsvragen en theologische gedachten komen er ook praktische zaken op je af. Hoe doe je het? Doop en avondmaal heb je talloze malen zien bedienen voordat je het als predikant zelf doet. In onze kerken is daarmee geen breuk in de traditie. Maar ziekenzalving geeft ook praktische vragen. Welke olie gebruik je? Daar hoefde ik eigenlijk niet over na te denken: olijfolie.

‘U legt uw hand op mij’
De volgende vraag: giet je de olie op iemands hoofd? Meer voor priesters en koningen! Doop je je vingers in de olie, waarna je het hoofd van de zieke aanraakt? Dat leek me beter passend. Je legt je hand op het hoofd van de zieke als een teken van Hem die zijn hand naar ons uitstrekt. Toen was het zoeken naar een kommetje, breed genoeg om je vingers in te dopen. Ik heb wel iets gevonden, maar gelukkig was ik daar niet mee.
Als je dit eenmaal is overkomen, dan weet je: het kan zo weer nodig zijn. Waarom de tijd daarvóór niet besteden om te zoeken naar een object dat geschikt is om de olie in te doen, een 'vat' dat past bij de zorg en liefde die de zalving kenmerkt. Op internet vond ik een capsule die je altijd bij je kunt hebben als pastor. Ik dacht aan de woorden uit ons doopformulier: ‘gewoonte of bijgeloof’. Die kant wilde ik niet op.

Jannie Slingerland
Ik kwam in aanraking met Jannie Slingerland. Haar werk overtuigde mij ervan dat als íemand iets kan maken dat goed past bij ziekenzalving, zíj het wel is. Zij vroeg gebed van de gemeente omdat ze zo’n opdracht wil doen in afhankelijkheid van God. In een kerkdienst met een preek over Jakobus 5 heb ik dit voorgelegd aan de gemeente. Jannie Slingerland heeft een beeld gemaakt: Twee figuren bij de bron (zie kader op de volgende pagina).

Bron van zegen
De bron is in de bijbel een plaats van ontmoeting en tegelijkertijd een beeld van God zelf, de bron waaruit we putten. Prachtig zegt de berijmde Psalm 68:9 dat: ‘God is de bron, de klare wel, springader voor heel Israël, uit Hem vloeit louter zegen.’ De ziekenzalving zegt: ‘Ik verwacht zegen van God.’ Gebed heeft daarin een belangrijke plaats. Ik geloof niet in geneeskrachtige olie, maar in de genezende kracht van God. Ook het doopwater reinigt niet van zonden, maar het bloed van Jezus Christus. De bron doet denken aan verkwikkend water dat de levensgeest doet terugkeren. Maar helende en verzachtende olie? Levenskracht en heling. God is van beide de zegenende bron. De ene hand van de persoon, die zich ontfermt over de ander, is zegenend op het hoofd van de zieke en de andere puttend uit de bron. Een regelrechte verwijzing naar Gods ontferming. De kracht zit niet in het ritueel, maar komt van God. De zieke zit op z’n knieën. Van Hem verwachten we het. Ook na de ziekenzalving in de erop volgende pastorale ontmoetingen mag je elkaar in gebed brengen bij de Bron van licht en leven.
2007-2014 Persvereniging Opbouw