9 juni 2012, jaargang 56, nummer 12
Artikel 016085
Categoriaal Wie is de moeite waard om tijd aan te verspillen? Jeannette Westerkamp De eerste keer dat ik A. spreek (laat ik haar Annie noemen) – ze is net een paar dagen in de jeugdinrichting – zegt ze: ‘Ik ben een moeilijk kind en ik ga niet veranderen.
Ze gaan het hier zwaar krijgen met me.’ Ze balt haar vuisten, maar ondertussen bijt ze hard op haar trillende lip. ‘Ze zeggen dat mijn moeder het niet goed doet, dat ik daarom niet naar school ga enzo. Als ik hier anders word, dan denken ze dat ze gelijk hebben, maar ze zijn heus niet beter dan mijn moeder. Echt niet.’ Twee maanden later kijkt ze er anders tegenaan. Ze had zich nooit gerealiseerd dat haar moeder wanhopig was en dat ze niets liever wil dan dat haar dochter van vijftien verandert.
Nu doet Annie geweldig haar best om een schooldiploma te halen. ‘Ik doe het voor mijn moeder’, zegt ze stralend. Ze hoeft niet te kiezen tussen veranderen en trouw zijn aan haar moeder.

Als ze na een tijd met verlof mag, merkt Annie dat ze wel haar moeder mee heeft, maar niet haar vrienden. Zullen die haar straks een nerd vinden en kinderachtig omdat ze zich niet regelmatig lamdrinkt? En bij welke tieners hoort ze dan? Bij die meisjes die op paardrijden zitten en op pianoles?
Ze moet er niet aan denken! En dan de jongens, die zeggen dat ze veel leuker was voordat ze wegging.

Nu heeft Annie ook nog iets met God gekregen. Ze was altijd al wel nieuwsgierig naar waar de doden zijn en of er geesten zijn. Ze sliep heel slecht, omdat ze altijd bang was voor iets vaags in haar kamer. En dat is weg. Ze is gaan bidden en ze vindt de verhalen van de Bijbel cool.
Ze gaat naar de kerk in de inrichting. Maar wat gaan haar vrienden daarvan zeggen? En haar moeder? En moet ze nou buiten ook naar een kerk? Ze is één keer geweest en rende er snel weer uit, want er lagen lijken onder de vloer en er stonden schedels op de gebrandschilderde ramen en het rook er naar … ja, anders. De kerk in de inrichting is veilig, maar buiten?

Op een dag biedt iemand uit een kerk in de buurt aan een paar rapworkshops te geven. Er is een jongen die erg goed gitaar speelt en zingt en een zwarte boy die goed rapt.
Wie wil mag drie woensdagmiddagen rappen en dan samen optreden.
Uit de kerk komen twintig mensen naar de inrichting om het publiek van groepsgenoten te versterken. De dag van tevoren besluiten de meisjes dat ze hun ingeoefende rap niet gaan doen. Te eng! De dag zelf veranderen ze van mening. Ze rappen, klappen, joelen en dansen.

‘Ze verspillen tijd aan ons. Ze hebben geld opgehaald omdat het wel wat kost. Dat had ik niet gedacht’, zegt Annie later. ‘Er was iemand die maar een paar vingers heeft. Ze is heel vaak geopereerd. En toch staat ze vooraan te zingen en ze geeft je vrolijk een hand. Ze heeft er schijt aan.’ ‘Toen ik mijn gedicht deed,’ zegt een meisje dat door haar familie verlaten is, ‘moest ik bijna huilen en jullie ook en weet je … de rapper veegde ook zijn neus.’ Mensen van de kerk blijken super gezellig, en betrokken. Mensen met gebreken zijn gewoon zichzelf.
Kerkmensen verspillen tijd aan meisjes die verder niks hebben. En wat vinden de kerkmensen ervan: ‘Die meiden zorgen goed voor elkaar. Je kunt geweldig lol met ze hebben. En sterk zeg, als je dat allemaal hebt meegemaakt.’

Jeannette Westerkamp is parttime justitiepredikant namens de NGK Houten.
2007-2014 Persvereniging Opbouw