18 augustus 2006, jaargang 50, nummer 16
Artikel 002187
Column Regen J. Westerkamp
Als ik halverwege ben gaat het regenen.
Ik ga wat harder fietsen en het gaat ook harder regenen. ‘Wat een stommeling ben ik toch, dat ik mijn regenpak thuis heb gelaten’, denk ik.
‘Ik kom doorweekt aan. O, nu ben ik toch mijn schoenen vergeten in te spuiten met anti-rain spul. Wat stom!’ Laat ik de rest van mijn weinig verheffende overweginningen voor mezelf houden. Ik ben nat en zielig.
‘Zal ik doorgaan of terugrijden?’, denk ik dan. Het punt waarop ik ophoud op mezelf te mopperen en bedenk wat ik nu ga doen, is een heilzaam punt en ik verdoe vaak teveel tijd om daar te komen.
Maar laat ik daar niet over mopperen. Als ik terugfiets naar huis kan ik droge kleren aantrekken, maar ik ben niet geweest waar ik wezen wou.
Als ik doorfiets, kom ik nat aan. Kan ik me dat permitteren?
Verlepte haren, naar regen ruikende kleren? Ja, dat kan wel. Ik ben over de helft. Ik besluit door te fietsen.
Gelukkig heb ik een broek aan die heel makkelijk aan mijn lijf droogt.
Mijn jas is nat en zwaar, maar hij is aan de binnenkant droog gebleven.
Dus mijn bovenlijf is droog. Alleen de capuchon is niet waterdicht. Ik doe hem af en voel de regen op mijn hoofd. Alsof ik onder een enorme douche fiets. Het is koud, maar mijn hoofd past zich onmiddellijk aan en wordt warmer. Het is een prettig gevoel en ook ontroerend vreemd genoeg. Regendruppels springen van mijn handen. Ik ben van top tot teen waterdicht..
In de wei staan schapen. Ze lijken niet onder de indruk van de regenbui.
Zouden ze niet zwaar worden van al dat water in hun vacht? Druppels dansen op het water van de sloot. De bomen hebben intense kleuren gekregen, glanzend bruin met donkergroene vlekken. Ze spiegelen zich in het water van plassen, die bestaan uit druppels die wellicht uit de schuimkoppen van een oceaan zijn opgestegen in de wolken en zich nu modderig mengen met grond. Ik ruik het gras.
Ik fiets door de regen en wordt langzaam zo gelukkig als een kind met nieuwe laarsjes aan. Om me heen spoelt het water en ik, die voor een groot gedeelte uit water besta, los er niet in op. Ineens schiet me te binnen wat Reinier van de Berg vertelde over water. Hij gaf een workshop op de Ontmoetingsdag in Lelystad en ik verbaasde me erover dat een weerman, die in mijn gedachten vooral met getalletjes bezig is, zo in vervoering kan raken door wolken en stormen en bliksemschichten.
En over Degene die achter dat alles zit. Hij heeft wat toegevoegd aan wat ik om me heen zie. Water bijvoorbeeld.
Ik wist niet dat water het zwaarst is bij 4 graden Celsius, terwijl andere vloeistoffen op hun stollingspunt het zwaarst zijn.
Het betekent dat ijs drijft en dat de vissen er onder kunnen leven, terwijl wij erover schaatsen. Wonderlijk toch. Water waarin je kunt zwemmen, waarmee je je kunt wassen, waar je koffie en soep en limonade kunt maken. Jaren geleden woonden we in Afrika, waar de moeders hun kinderen binnenriepen als ze in de zon speelden en waar onze kinderen, net als andere kinderen daar naar buiten renden en rondsprongen in de eerste regen na het droge seizoen. Ik stond zelfs een keer in de stromende regen voor het huis mijn haren te wassen met lege blikjes, die onder de lekkende dakgoot volliepen, omdat daar niet genoeg water voor was in de leidingen.
Ik fiets in de regen. Het is vol wonderen om mij heen.
2007-2014 Persvereniging Opbouw