2 april 2004, jaargang 48, nummer 7
Artikel 002615
Beproef de geesten (4) De aanraking, shakti pat P. van Kampen Een van de eerste boeken die ik over het Hindoeïsme las, was Hans Ulrich Riekers Als een Bedelmonnik door India. Een jonge Duitser, op zoek naar de waarheid, belandt in het Oosten en ontmoet een Hindoewijze.

Beeld van een Hindoewijze, gemaakt in de Zuid-Indiase stad Mahabalipuram.
‘Ik vond mijzelf staande voor een oude herculisch gebouwde man, met lang over zijn rug neerhangend haar en een sneeuwwitte baard. Hij scheen naakt te zijn of tenminste slechts een smal lendenschort te dragen, en rondom hem zaten velen – jongen en ouden.
Hij sprak niet, scheen ook niet te wachten, maar nu zei hij iets, ofschoon niemand iets gevraagd had. Een der wachtenden raakte met het voorhoofd de grond voor de oude aan, die er geen notitie van nam. Dan zag hij mij staan - wederom deze ogen!
Wederom dat rustige gelaat, dat slechts kijkt, geen uitdrukking heeft en toch alles uitdrukt – hij bracht zijn handen tezamen en groette mij aldus.
Iets in mij ademde op. Ik bemerkte hoe ik op mijn knieën zonk en de aarde voor zijn voeten met m’n voorhoofd beroerde, zoals ik het gezien had. Hij glimlachte en neigde licht het hoofd opzij. Daarop zat ik te midden van hen, die zwijgend rondom hem zaten. En dan sprak hij, maar ik verstond geen woord. Hij sprak tot mij, maar de taal was mij vreemd. Hulp zoekend keek ik om mij heen, of er soms een tolk was; maar de jonge man naast mij hief de hand op, sloot de ogen en schudde het hoofd. “U behoeft de woorden niet te verstaan”, zei hij zachtjes.
‘De oude sprak verder, tot mij gewend.
Toen hief hij zijn hand op en raakte mij zacht met de middelste vinger op de borst aan, sprak plechtig, schier bezwerend, met een glimlach op de volle lippen, raakte mijn voorhoofd aan, sprak verder, indringender, terwijl hij mij in de ogen zag. En dan, met een sonoor, zoemend geluid beroerde hij bliksemsnel mijn schedel.
‘Daar zwol het zoemende geluid tot een dreunen aan. De zuilen schenen te beven en het doorhuiverde mij als een elektrische stroom. Van de schedel afwaarts ging het, tot aan de heupen.
Ik zag niets meer, doch een stralend rad begon voor mijn ogen te draaien en een rilling steeg mij langs de wervelkolom naar boven, zoals een slang, die een boom opglijdt. Hoe hoger hij steeg, hoe lichtender het rad werd. Eerst purperrood, dan geel en tenslotte stralend wit, helderder dan de zon. Toen ik bespeurde, dat de slang de schedel had bereikt, welde een naamloze zaligheid in mij op, die alles in zich verzwolg. Zij doordrong iedere porie van mijn lichaam en ik had het gevoel, alsof ik oploste in het stralend witte licht.
‘Maar daar ebde het zingen, waartoe het vibrerende dreunen zich had verheven, langzamerhand als in- en uitademen wederom af, het draaien van het trad werd langzamer, het witte licht verbleekte en de alles doordringende zaligheid week voor een gelukkige rust. Zo werd ik mij weer bewust van mijzelf en besefte ik, dat ik glimlachend, met gesloten ogen op mijn plaats zat.
‘Mijn adem ging zwaar en ik voelde de hardheid van de bodem, als ware ik – tevoren zwevend – op de aarde teruggezonken. Wat was er gebeurd?
De oude zat er en verroerde zich niet.
Ook de anderen keken zwijgend voor zich uit. Kennelijk had niemand gemerkt wat er met mij was geschied. Ik wilde de oude aanspreken, maar hij had de ogen gesloten en zijn adem stond stil. Langzaam stond ik op en raakte wederom de grond met mijn voorhoofd aan. Hij scheen mij vergeten te zijn.’ 1)

De aanraking
Een betekenisvolle aanraking, toegang tot een kracht die je doortrekt, alles te boven gaande rust en sereniteit die je (tijdelijk) geschonken wordt. Het is een aantrekkelijk beeld, althans voor sommigen. Woordloze communicatie, een immense Energie die bezit van je neemt. Dat is Kundalini, de ervaring dat een vurige slang omhoogkruipt door de verschillende chakra’s, geestelijke centra die aan onze ruggengraat zouden liggen.
Of dit echt gebeurd is, weet ik niet; er wordt op dit terrein heel wat gefantaseerd!
Wel tref je in de literatuur waarschuwingen tegen onoordeelkundig experimenteren met kundalini, omdat je er waanzinnig van kunt worden of dood van kunt gaan. Ik heb in Indiase christelijke kring verhalen gehoord van christenen die ongevraagd shakti pat, zo’n aanraking, en daardoor ‘metafysische’ visioenen hadden gekregen. Ze hadden zich daartegen verweerd, in Jezus’ naam!
Meteen was die ervaring weer weg geweest. Maar de boodschap is duidelijk: wie zich in dit geestelijk krachtenveld waagt en geesten, goden of machten aanroept, moet niet gek staan te kijken als die opgeroepen geesten ook daadwerkelijk komen…

Himalaya
Wat er dan gebeuren kan, citeer ik uit een verslag van een Oostenrijkse antropoloog.
‘Steeds wanneer de derde dag van de nieuwe maan aanbrak, kroop de “Machtige Donderkeil” in het lichaam van Lhagpa Tundoep, een aardige jonge Tibetaan.’ Voor een seance ging hij op een troon zitten, die ‘werd geflankeerd door twee wapens voor de eredienst, een met de afbeelding van een met doodshoofd versierde drietand en een speer met een rode driehoekige vlag. Onder de lanspunt zat een dikke ring van geweven stof met drie daarop geschilderde mensenogen.’ Bij de ceremoniële kleding vallen de ‘zilveren orakelring’ aan de rechterhand en de ‘rode demonenstrik’ aan de linkerpols op. Dan het eigenlijke ceremonieel. ‘Beken van zweet stroomden over het vale gezicht van de ziener, die de onmacht nabij scheen.
Telkens trilden zijn gelaatsspieren en hij beet met de tanden in de onderlip alsof hij hevige pijn voelde. Zijn handen gingen telkens zenuwachtig de hoogte in. Zijn lippen gingen open en het snelle ademen, dat het ritme van het gezang volgde, veranderde in het hijgen als van een teringlijder.
Toen begon hij zijn bovenlichaam snel heen en weer te werpen en telkens scheen het alsof hij wilde opspringen, maar het bleef bij een onbeholpen poging.
Plotseling sprong hij een goede halve meter in de hoogte en zonk weer zwaar op de kussens terug. In de laatste minuten was zijn gezicht op schrikwekkende wijze veranderd. Het gehele hoofd scheen gezwollen, zijn huidskleur was donkerrood, witachtig grauw schuim stond op zijn dikke blauwe lippen en speeksel druppelde uit de gruwelijk-verachtelijk omlaag getrokken mondhoeken. De rechterarm van de priester sloeg met gebalde vuist tegen het metalen schild op zijn borst tot de huid scheurde en de knokkels met bloed bedekt werden.
Er was geen twijfel aan - het medium simuleerde niet, maar was werkelijk volkomen in trance. Nu vlogen de handen van de orakelpriester omhoog en grepen in de lucht alsof hij iets wilde afweren; hij scheen te zullen stikken en zijn hijgen veranderde in een diep, gorgelend geluid.' Dat is de stem van de ‘Machtige Donderkeil' (). Iets later treedt een toestand van een zekere rust in. ‘Het gorgelende, snuivende geruis hield langzamerhand op en de bewegingen van het medium werden rustiger, de krampachtige handen met de sterk gezwollen aderen rustten weer op de hevig bevende knieën. Zijn ogen bleven gesloten en het starre bezwete gezicht zag eruit als een rood, van woede vertrokken demonenmasker.’

Dit zoeken wij weer niet! Moeten we ons heil dus in het Oosten zoeken?

1. Hans-Ulrich Rieker. Als Bedelmonnik door India. Kluwer. Deventer. Z.j. jaren ’60) pp.35-37.

2. René von Nebesky-Wojkowitz. Bergen, Goden, Magiërs. Drie Jaren Verblijf onder de onbekende Volken van de Himalaya. Het Wereldvenster. Baarn. z.j. (jaren '60) pp. 206-210.
2007-2014 Persvereniging Opbouw