16 april 2004, jaargang 48, nummer 8
Artikel 002648
Beproef de geesten (5) Claros en Didyma P. van Kampen Wie ooit op vakantie gaat naar de Westkust van Turkije moet niet alleen gaan kijken in Pergamum, Milete en Efeze, en wellicht een aantal van de steden die in het boek Openbaring genoemd worden. U zou ook eens naar Claros en Didyma moeten gaan, beide in de buurt van Efeze. Daar tref je namelijk heiligdommen van de antieke god Apollo. Een aanrader voor toeristen.

Apollo-tempel Didyma: positie gekozen tegen Christus (foto: PvK)
Mensen gingen er naar toe, in lange optochten, om bij de godheid informatie in te winnen. Apollo was bij uitstek de god van de orakels, die in soms mysterieuze en vaak onbegrijpelijke taal aangaf wat er in de tokomst met je zou gebeuren en wat je moest doen om in die toekomst succes te hebben. (De god die zeer onlangs werd aangeroepen bij de start van de Olympische Spelen! Om die reden wilde de anders alomtegenwoordige Grieks-Orthodoxe Kerk niet bij de plechtigheid vertegenwoordigd zijn, maar dat terzijde.) We hebben het uiteraard over heidense toekomstvoorspelling die de Here God in zijn Woord met nadruk verbiedt. Niettemin is er veel interessants te zien in Claros of Didyma. Ik citeer een lange en mijns inziens zeer interessante passage uit een oratie van professor R.van den Broek. Deze aanvaardde in 1981 het ambt van 'bijzonder hoogleraar in de godsdienstgeschiedemis van het Hellenisme' aan de Universiteit van Utrecht. Zijn rede was getiteld 'Apollo in Asia. De orakels van Claros en Didyma in de derde eeuw na Chr.' De tekst van 27 pagina’s is destijds uitgekomen bij Brill in Leiden.

Eén uitzondering
“Naast de traditionele, primair cultisch georiënteerde orakels ontstond er een nieuw genre, van de theologische orakels. Clarus en Didyma reageerden op de theologische vragen die de tweede en derde eeuw bezig hielden en kozen soms in godsdienstige kwesties ondubbelzinnig partij.
Van oudsher werd er door de Griekse orakels niet tussen de verschillende goden gediscrimineerd; dat gebeurde ook niet in Clarus en Didyma. Men kan hoogstens zeggen dat Clarus nog wel eens enige propaganda voor Apollo in zijn orakels stopte. Polemiek tegen een bepaalde god of zijn aanhangers komt niet voor. Zelfs over de joodse God wordt in een orakel van Didyma met respect gesproken.
Er is maar één uitzondering: tegen de christenen en tegen Christus kiest Didyma duidelijk partij. Via Porphyrius is ons bij Augustinus een orakel uit Didyma bekend gebleven, dat antwoord gaf op de vraag van een man welke god hij gunstig moest stemmen om zijn vrouw van het christendom af te brengen. Apollo antwoordde dat het gemakkelijker zal zijn letters op het water te schrijven of met gespreide veugels door de lucht te zweven dan een bezoedelde, goddeloze vrouw tot de orde te roepen. En hij vervolgt dan letterlijk: ’Laat haar maar doorgaan zoals zij wil, volhardend in haar ijdele waan, klaagliederen zingend voor haar god, die in waan gestorven is, die, veroordeeld door de rechters die een juist oordeel velden, op een opvallende wijze de dood heeft gevonden, een dood in ijzer gebonden.’ Het orakel is niet, zoals gebruikelijk, in staat een god te noemen tot wie men zich in zo’n situatie moet wenden: tegenover een overtuigde christin staat de complete godenwereld kennelijk machteloos.
Het orakel laat echter duidelijk zien dat Didyma in het grote conflict, dat de laat-antieke wereld beheerste, positie heeft gekozen, voor de oude religies en tegen het christendom.
Hoezeer deze nieuwe religie de geesten bezig hield, blijkt ook uit de vraag in Didyma of Christus een God was of een mens. Apollo antwoordde, dat hij een sterfelijk mens was, kundig in wonderbaarlijke werken, maar dat hij, in handen gevallen van ‘Chaldese’ rechters, een bitter einde heeft gevonden, vastgenageld met spijkers. Er is geen reden tot twijfel aan de juistheid van het bericht, dat het een orakel van Didyma was, dat keizer Diocletianus over zijn laatste aarzeling heenhielp om de grote, later naar hem genoemde christenvervolging te beginnen.”

Geestelijke strijd
Een paar opmerkingen. Men was dus overtuigd dat 'de machten' konden spreken. Orakels waren niet altijd doorgestoken kaart, verzinsels van mensen.
Ze werkten (soms). Ik ben het (voorzichtig) daarmee eens. Er kan hier wezenlijk contact met 'een geestelijke werkelijkheid' voorkomen.
Ten tweede: die godenwereld is mordicus tégen Jezus als 'kurios', als Heer.
Die wordt niet op menselijk niveau bestreden; de hele geestelijke wereld trekt daartegen ten strijde. Maskers worden afgegooid. Hier ziet men vijanden in hun ware gedaante. De intense vijandschap van keizer Julianus, zou wel eens op ander dan menselijk niveau kunnen zijn begonnen. Zie ook wat in Handelingen 13 over Cyprus staat vermeld. Er is Geestelijke Strijd die alle eeuwen doorgaat.

Enige tijd terug verbleef ik in India. Ik sprak met iemand die al levenslang studie maakt van het Hindoeïsme, de religie van India en Nepal die zich toenemend vijandig opstelt tegen het christelijk geloof. Hij zei: 'Vroeger was er natuurlijk ook tegenstand tegen Christenen. Steeds werd negatief over ons gepraat. In recente publicaties zie ik echter iets nieuws: er wordt kritisch en negatief over onze Heer Zèlf gesproken. De media bevatten erg afbrekende uitspraken over Hem. Dat zijn we niet eerder tegengekomen.' Is dat misschien ook een voorbeeld van de geestelijke wereld die zich uit over de Gekruisigde die ook de Opgestane is? Laten we voorzichtig zijn met het trekken van conclusies, maar ook geestelijk niet al te naïef zijn.
2007-2014 Persvereniging Opbouw