17 januari 2003, jaargang 47, nummer 2
Artikel 002695
Indrukken uit een andere wereld (slot) Niet alleen toerisme P. van Kampen Wat kun je als buitenlander in een land als Noord-Korea doen, als je er toch niet vrijelijk met de bewoners kunt praten? Na een eerste artikel met een impressie van een reis naar dat land, die op zich een bijna religieuze ervaring bleek te zijn, en een tweede waarin de daar heersende 'Juche-ideologie' beschreven werd, nu een afsluiting van dit drieluik over hoe het is om juist als christen in dat bijzondere land rond te trekken.

Pyongyang
Wat kun je doen? Om te beginnen, ik was benieuwd wat voor land dat nu was en wat voor mensen daar woonden.
Na een week begin je enig idee te krijgen.
Verder was ik er met een groep christenen, die er vooral wilden bidden: voor land en volk, voor de broeders en zusters van wie we op voorhand wisten dat we ze niet in vrijheid zouden konden ontmoeten. En vooral bidden voor 'onze familieleden' in de kampen, die het grenzeloos zwaar hebben. Ook was ons gebed gericht tégen de geestelijke 'machten en overheden' in de lucht die dat regime aan zijn inspiratie en macht helpen.
Wat dat gebed betreft, we hebben vaak en met grote drang de Here God gebeden om meer vrijheid voor het Noord-
Koreaanse volk, hereniging met het volk van Zuid-Korea (met z'n krachtige christelijke bevolking), voor vastberadenheid, moed, doorzettingsvermogen en kracht bij broeders en zusters die zwaar lijden. We hebben dat op vele plaatsen gedaan: op onze hotelkamers 's morgens in alle vroegte, als we in groepjes bijeen kwamen, maar ook op diverse 'gebedswandelingen'. Dat gebeurde o.a. in een havenstad waar we belandden, maar vooral in de hoofdstad Pyongyang. Tot driemaal toe hebben we een nachtelijke wandeling gemaakt naar het centrale plein, waar altijd de parades afgenomen zijn door het leiderschap, waar alle manifestaties van het Juche Socialisme van Noord-Korea zich hebben afgespeeld en waar, naar we begrepen, in het verleden ook vijanden van het regime publiek terechtgesteld zijn. Op die met zoveel associaties beladen plek (al tevoren uiteraard als ons gebedsdoel vastgesteld) hebben we driemaal een bijeenkomst gehad; we hebben er gebeden en gezongen, met name 'Hij is Heer!' Hand in hand hebben in een kring op het plaveisel gestaan of we zijn erop neergeknield, steeds met de dringende vraag aan onze Hemelse Vader om het volk dat hier leven moet vrijheid te geven om te leven en hem te kennen/ dienen. Voor mijzelf zijn dat de meest indrukwekkende momenten geweest van een indrukwekkende reis.
Het heeft me overigens zéér verbaasd dat we in een land waar het paranoïde regime alles zwaar bewaakt, vrijelijk en ongehinderd dit centrale, zo symbolische plein betreden konden, dat er nergens enige bewaking was en dat niemand ons vroeg: 'Wat doet gij daar?' Ook heb ik veel nagedacht over de merkwaardige rol van onze twee gidsen, die stellig en terecht als 'betrouwbaar en het regime gehoorzaam' bekend staan, maar met wie indringend over het Evangelie gesproken is! Van onze vriendschap en onbaatzuchtige liefde voor hun volk zijn ze overtuigd!

38e breedtegraad
Een ander als 'hoogtepunt' ervaren bezoek was dat aan Panmunyon aan de bestandsgrens, op de 38e breedtegraad en aan 'the concrete wall'. De eerste plaats is een op zich volstrekt onbetekenend dorpje, waar formeel de Koreaanse Oorlog met een 'staakt het vuren' is beëindigd. Alles op die plek is 'symbolisch'; we zijn er rondgeleid door een kapitein die ook in het verleden met onze groepen contact had en die ons erg hartelijk begroette.
Hij leidde ons rond in alle barakken en zalen, waar in 1955 iets gebeurd was dat met de huidige sitatie van (gewapende) vrede te maken had: de plek waar onderhandeld was en waar het staakt het vuren getekend was. Hoogtepunt was voor mij de gelegenheid om in deze barak, die pal op de grens staat (het ene deel van de ruimte is Noord-Koreaans gebied, het andere deel hoort Zuid-Korea toe!) te bidden om eenheid en vrijheid voor het volk van Korea. De grens loopt dwars door die kamer, maar we baden voor een land dat ongedeeld en in alle vrijheid Gods weg mag vinden. We zagen buiten een groep 'unconverted prisoners', Noord-Koreanen die in de loop van de Koreaanse oorlog in het Zuiden zijn gevangen genomen, maar zich nooit van hun oorspronkelijke loyaliteit aan Kameraad Kim il Sung hebben gedistantieerd en recentelijk door Zuid- Korea zijn vrijgelaten en naar huis teruggestuurd zijn; ze zijn bij hun thuiskomst door landgenoten in het Noorden uitbundig verwelkomd en worden nog steeds in de watten gelegd. We zagen hen wel van nabij, maar helaas kregen we hen niet te spreken. Overigens is de sfeer bij de grens 'bizar' te noemen; het is een van de merkwaardigste plekken waar ik ooit geweest ben.

Het andere plekje was 'the Concrete Wall'; deze 'Betonnen Muur' zou er door de Zuidelijke partij zijn neergezet, uiteraard met de meest smerige en imperialistische motieven! We kregen begeleiding van een kolonel uit het Volksdemocratische Leger, reden lange tijd met de bus over smalle wegen in een heel landelijke, soms haast idyllische, omgeving en stapten uit bij de Noord-Koreaanse uitkijkpost. Via een smalle sleuf in de grond (een soort loopgraaf) bereikten we de post, waar we uitleg kregen over de situatie, wat die betekende (uiteraard vanuit het Noordelijke perspectief) en waar we door sterke kijkers 't omstreden bouwsel van dichtbij konden bezien. Was dat al heel bijzonder, nog meer bijzonder was het dat we daar vrijelijk voor de eenheid van de beide Korea's bidden mochten, in aanwezigheid van de kolonel en met zijn volledige instemming!

En toch…
Voordat we uit die incidenten samen de conlusie mochten trekken dat het tegenwoordig iets soepeler toegaat in Noord-Korea, dat religieuze rechten misschien iets meer gehonoreerd worden, hebben we soms ook plotseling gemerkt dat we als Westerlingen te argeloos of te nonchalant kunnen omgaan met de spelregels van daar, die wellicht belachelijk zijn, maar wel stringent ieder opgelegd worden. Er is heel veel nog niét veranderd en godsdienstvrijheid zal tot de laatste snik van dit benauwende regime een bestreden goed blijken, is mijn stellige verwachting.
En wat is daarom nog veel tragedie te wachten voor de bevolking van dit land met zijn eeuwenoude geschiedenis en cultuur.
Ook is ons eens te meer ingeprent dat land en volk van Korea ons blijvend gebed nodig hebben. Het was een goede, intensieve, vermoeiende en ook indrukwekkende reis. Een die ons zal heugen. En, naar ik hoop, blijvende betrokkenheid en gebed voor dit arme vertrapte volk opleveren.
2007-2014 Persvereniging Opbouw