13 maart 2009, jaargang 53, nummer 6
Artikel 000271
Column Vasten Jeannette Westerkamp De Roomsen vieren carnaval en vasten in deze tijd van het kerkelijk jaar. Wij, Calvinisten feesten en vasten minder. Doen we ons zelf tekort?
Een tiener in onze kerk vertelde eens dat hij zo graag meer van God wilde ervaren, dat hij besloot van alle voedsel te vasten en te bidden tot hij bereikte waar hij zo naar verlangde. Omdat hij het niemand vertelde duurde het even voor een oudere, katholieke broeder die hij regelmatig ontmoette, hem op de man af vroeg wat er eigenlijk met hem aan de hand was. De jongen viel af en zag er gekweld uit. De oudere man schudde glimlachend het hoofd toen de jonge zijn verhaal vertelde. ‘Jongen, dat is geen vasten, dat is een hongerstaking. Je denkt toch niet dat God daar aan toe geeft? Weet je wat? Jij gaat weer wat eten en ik leg je uit wat vasten is.’
Vasten is geen manier om God te vermurwen. Vasten is discipline, en dat is geen luxe in onze cultuur. Kunnen wij de bevrediging van onze behoeften nog uit stellen? We leven in een tijd waarin we alles wat we willen kunnen krijgen, en wel meteen. We hoeven geen water te putten, geen vuur te maken en we kunnen eten zonder te ploegen te zaaien, te oogsten, te malen en te bakken. Bijna alles is voor geld te koop en we kunnen lenen wat we niet hebben. Tieners kunnen niet wachten tot ze uit school thuis zijn, ze kopen koeken en chips in de winkel, eten ze op de fiets op en gooien de zakken op het fietspad. Als er een vonk overspringt tussen een man en een vrouw, tussen een jongen en een meisje, wie kan er dan geduld opbrengen de relatie te laten groeien, of de vonk te laten doven als daar goede redenen voor zijn? Niemand, als je films mag geloven.
O ja, we vasten wel, maar dat is niet om onze zelfbeheersing te trainen maar omdat ons spiegelbeeld ons niet aanstaat of omdat we vrezen voor onze gezondheid. En dan gaat het vaak weer onbeheerst, dan moeten we onmiddellijk resultaat zien op de weegschaal.

In de jeugdinrichting spreek ik een meisje van veertien. Als ze net binnen is, voorspelt ze dat ze gek wordt. Eten op vaste tijden, school, geen tv op haar kamer, niet naar buiten, geen jongens! Ze zal de hele boel in elkaar slaan, ze zal zelfmoord plegen, ze zal… Twee weken later is ze wat tot rust gekomen. Ze huilt zachtjes, als ze bij me in het stiltecentrum zit, omdat het haar moeder allemaal niks kan schelen hoe het met haar is. ‘Ik vertelde mijn moeder dat ik drugs had gebruikt. "Moet jij weten als je jezelf kapot wilt maken", zei moeder. En mijn vriendin kreeg straf. Die mocht een week lang niet naar buiten! Ik kwam thuis wanneer ik wilde, of helemaal niet. Dan zei mijn moeder: "Als je me maar niet wakker maakt." Dat is toch geen moeder?! U vroeg me net naar dat horrorboek. Dat zou mijn moeder niet doen, die vindt alles goed. Ze zegt dat ze mijn vriendin wil zijn, maar ik ben nog maar een kind.’ Ze houdt pas op met huilen als ik haar een Bijbelverhaal vertel. ‘Waarom at Jezus zo lang niks? Moest dat van God of deed Hij het voor zichzelf?’ vraagt ze. Ze denkt even na en antwoordt dan zelf: ‘Hij had al geoefend hè met niet eten. Hij kon zichzelf aan toen de duivel kwam.’
Het is niet zo gek om even afstand te doen van wat de aandacht vraagt in het dagelijks leven. En of dat van God moet? Het kan Hem in ieder geval wel schelen wat het met ons doet.

Jeannette Westerkamp is parttime justitiepredikant namens de NGK in Houten.
2007-2014 Persvereniging Opbouw