14 mei 2004, jaargang 48, nummer 10
Artikel 002804
Boeken Zij mogen de Hemel niet zien P. van Kampen Noord-Korea is een uiterst gesloten land met circa 20 miljoen inwoners en met volgens schatting één miljoen gedetineerden. Dat is vijf procent van de bevolking, meer dan waar ook!
Tien procent van hen zou christen zijn, een op de vier à vijf gelovigen!
Dat is aanzienlijk hoger dan het al ongekend hoge 'landelijke gemiddelde'!
Het boek Zij mogen de hemel niet zien beschrift de situatie in die kampen.
Schrijfster Soon ok Lee was overtuigd communiste, toen ze in gearresteerd werd. Van eind 1987 tot eind 1992 zat ze vast. Ze was toen geen christin, maar is dat later, na haar uitwijken naar Zuid-Korea, wel geworden.
Ze werd begroet met de woorden: 'Als je hier wilt overleven, kun je maar beter het idee opgeven dat je een mens bent!' De gruwelijke realiteit wordt beschreven in haar boek vol incidenten van ongehoord sadisme en bruutheid. Wat regels voor nieuwkomers: Vereer met heel je hart het gezag van Kim il Sung en Kim Jong Il. Als je merkt dat iets hun gezag in je hart aantast, vecht daar dan tegen tot de dag van je dood.
Iedereen moet bewegen als groep. Er is geen individueel gedrag toegestaan.
Praten, lachen of zingen zijn verboden.
Ongehoorzaamheid wordt streng gestraft.

Beklemmend
Christenen werden het slechtst behandeld van allemaal. Ze kregen het gevaarlijkste en meest ongezonde werk, in de rubberfabriek, waar de hygiënische condities erbarmelijk waren. 'Een christen deed zijn werkhij moest lagen rubber omdraaienheel rustig. Op een dag viel hij uitgeput tegen het hete rubber; hij werd in de richting van de pletter gezogen.
Een gevangene riep een bewaker toe: "Iemand gaat eraan! Zet die pletter stil!" De bewaker riep terug: "Laat die machine aan! Dit is onze kans om van die gekke, vrome kerel af te komen!" Ik besefte eens te meer dat de bewakers geen geweten hebben.
Ze waren als Satan zelf – ze kregen een kick, als ze de pijn van de gevangenen gadesloegen.'

'Een of tweemaal per maand op zondag of zaterdag pikten de cipiers een of twee christenen uit de groep voor een heropvoedingscursus. 6000 andere gevangenen moesten dan om hen heen gaan staan. Eens rukte men een man uit de rij. De bewakers hingen hem op met zijn hoofd naar beneden.
Het hoofd schreeuwde: "Zeg dat je niet in de hemel gelooft! De hemel is alleen een woord. Zeg: Ik geloof niet in de hemel."
De gelovige zei niets, geen ja en geen nee. Het hoofd begon hem met een stok te porren tot zijn hele lichaam overdekt was met bloed. Toen haalde men hem neer en het hoofd trapte en sloeg hem. Maar nog steeds verloochende hij zijn geloof niet. Het hoofd werd razend. Hij zag eruit alsof hij verdovende middelen had geslikt en high was. Hij begon de christen te stompen, en waarschuwde de andere gevangenen: "Dit gebeurt er ook met jullie, als je ooit in de hemel gaat geloven!" Toen gaf hij opdracht dat alle gevangenen over het lichaam van de christen heen moesten lopen. Het is onbeschrijfelijk hoe die man stierf.' Het is belangrijk om te weten wat er daar allemaal gebeurt met onze broeders en zusters.

Soon ok Lee, Zij mogen de Hemel niet zien, Ark Boeken, 2003
2007-2014 Persvereniging Opbouw