15 oktober 2004, jaargang 48, nummer 20
Artikel 003098
Leren van christenen in India (2) Hindoeïsme niet zo tolerant P. van Kampen India staat bekend als 'de grootste democratie van de wereld' en het hindoeïsme, de dominante religie in India, wordt allerwegen geprezen om zijn tolerantie. Op beide uitspraken is wel wat af te dingen. We moeten beseffen: dit land is zo groot, en de bewegingen binnen het hindoeïsme zo divers dat je moeilijk algemene uitspraken kan doen.

India: kleine kerk met een grote missie (foto Pieter van Kampen)
Op vele plaatsen is sprake van heftige intolerantie, ten opzichte van moslims (de grootste minderheid), christenen en soms ook ten opzichte van mensen van stammenachtergrond die formeel buiten het kastesysteem gebleven zijn. Al jaren is sprake van 'communal riots'; die specifiek-Indiase term duidt op onrust tussen verschillende etnische/religieuze groeperingen in India.
Het meest dramatisch is die onrust gebleken rond Ayodhya.

Ayodhya
Die plaats in de dichtbevolkte noordelijke deelstad Uttar Pradesh is de inzet geworden van religieuze strijd. In 1528 is in Ayodhya door een edelman een moskee gebouwd. Die kwam te staan op de plek die men ziet als de geboorteplaats van de god Ram, belichaming van de godheid Visjnoe. Men kan zich afvragen of incarnaties van Visjnoe niet dusdanig 'buiten tijd en plaats' vallen dat een geboorteplaats onmogelijk is. Geen enkele godheid in India is ooit ècht mens geworden.
Maar het wordt door miljoenen hindoes geloofd en dat telt.
Honderdvijftig jaar geleden begon de onrust. Tijdens een opstand tegen de Britten (1857) werd de moskee door militanten bezet. Een altaar voor Ram werd gebouwd en offers werden gebracht, tot ontzetting van moslims die van dit 'heidendom' niets wilden weten. Om de 'vrede' enigszins te bewaren lieten de Britse heersers een scheidsmuur in het complex aanbrengen.
Gerechtshoven weigerden steevast toestemming op het grondgebied van de moskee een tempel voor Ram te laten bouwen. In de politiek-religieuze onrust van de jaren 1930 hadden Britten veel te stellen met 'Ayodhya'.
Sinds de onafhankelijkheid van India in 1948 ontstond een nieuwe situatie.
In 1949 zagen hindoes kans stiekem een beeld van Ram in de moskee te plaatsen, wat aanleiding gaf tot 'communal hatred'. De overheid sloot de moskee/tempel, maar militante hindoes zetten hun religieuze ceremoniën voort, terwijl moslims hun bijeenkomsten staakten. In 1950 deden beide groepen een beroep op de rechter; over de wederzijdse aanspraken op het gebouw is nog steeds geen beslissing gevallen. Het zou India’s heetste hangijzer blijven.

Confrontatie
De situatie rond de moskee danwel tempel is vanaf haar oprichting voorwerp van intense aandacht geweest van de hindoe-fundamentalistische VHP. Die 'Vishva Hindu Parishad ' is vanaf het begin jaren ’80 systematisch bezig om deze kwestie voor eens en altijd te 'regelen'. In februari 1986 werd door de rechter de moskee weer voor hindoes opengesteld. Verdere confrontatie werd verwacht en bleef ook niet uit. In november 1989 vond de shilanyas plaats, 'het leggen van de stenen'. Hindoe-organisaties brachten in die ceremonie heilige 'Ramstenen' bijeen, bakstenen die aan de godheid gewijd waren en plechtig in het hele land waren verzameld. Ze dienden heel symbolisch als de fundering van een nieuwe Ram-tempel… Deze ceremonie zaaide veel haat tussen de twee bevolkingsgroepen.
Minstens zeshonderd mensen verloren het leven bij de ongeregeldheden.

Escalatie
In september 1990 escaleerde de zaak verder. De BJP, de nationalistische partij die voornaamste regeringspartij zou worden, organiseerde toen een zeer lange 'rijtoer' van 10.000 km ten gunste van de god Ram. Overal in het land werden duizenden 'heilige vrijwilligers' geworven. Tenslotte zou de stoet in Ayodya arriveren, waar de tempel van Ram zou worden opgebouwd.
Daarbij zou uiteraard de huidige moskee moeten verdwijnen!
Voordat men in Ayodhya kon aankomen, werden de leiders van de tocht gearresteerd en was de stoet een halt toegeroepen. Vrijwilligers die inmiddels al aanwezig waren, bestormden alsnog de moskee, maar de overheid van de deelstaat wist die met succes tegen de massa te verdedigen.
Opnieuw verloren honderden mensen het leven in de onlusten die hierop volgden. Deze berekende stappen van hindoeleiders deden in hun gemeenschap ongekende eenheid ontstaan.
Velen waren te allen tijd bereid zich in te zetten, desnoods hun leven te geven, voor de afbraak van de gehate moskee en de herbouw van hun tempel.
Aan de andere kant nam echter de verbittering toe, alsook de bereidheid om desnoods met geweld de afbraak van de moskee te keren.
In juli 1992 was in de deelstaat Uttar Pradesh een BJP regering aan de macht gekomen. Die gaf haar zegen aan de aanleg van een platform waarop Rams tempel zou moeten verrijzen.
De inmiddels machtige partij diende bij hogere gerechtshoven, en zelfs het Hooggerechtshof, petities in ten gunste van de onderneming. Toen het Hooggerechtshof echter onmiddellijke, zij het tijdelijke, stopzetting van het bouwprogramma beval, ging het werk aan de tempel gewoon door!
Men hield pas op, toen een aantal saddhoes, heilige mannen met enorm gezag onder de hindoes, zich tegen de bouw keerde.
Eind 1992 werden duizenden vrijwilligers opgeroepen voor de bouw. Op 2 december was een menigte van 300.000 (!) 'Vrijwilligers' aanwezig; men werd openlijk of stilzwijgend gesteund door de hindoe-'fundamentalistische' groeperingen in het land.
De politie greep niet in en de politiek hield zich afzijdig, toen binnen twee uur tijd alle muren van de moskee neergehaald, waren, het puin verwijderd, een beeld van Ram in een tijdelijk onderkomen was neergezet en de eredienst van Ram was begonnen.

Ook christenen
Waarom dit zo uitvoerig gememoreerd?
In dat klimaat van intimidatie en toenemende terreur moesten onze broeders en zusters leven en werken.
En dat deden ze ook. In grote delen van het land is christelijk werk prima mogelijk, maar er zijn andere plaatsen waar men op stenen wordt onthaald, als men wil spreken over Jezus… Waar de politie of burgerlijke autoriteit van alles doet om gemeentewerk tegen te gaan, en zeker om te beletten dat evangelisatie of zending wordt bedreven. Ik heb verhalen gehoord van evangelisten die bedreigd of gemolesteerd zijn. In deelstaten als Orissa en Gujarat is het riskant (geweest) om je als christen te profileren.
Dr.Graham Staines, een Australische lepra-arts, is van die haatcampagne het bekendste slachtoffer geworden.
Een paar jaar geleden werd hij door een groepje fanatieke Hindoes ’s nachts in zijn caravan opgesloten; die ging in vlammen op en Staines en twee zoons verbrandden levend. En dat was een man die al bijna veertig jaar in het land woonde, er zijn best deed voor de meest kansarme verschoppelingen die er maar zijn, die nooit een mens kwaad had gedaan… Vermoord, om religieuze motieven, door een man die vindt dat je heilige koeien meer moet respecteren! Zijn weduwe heeft verklaard dat ze in India wil blijven, ze heeft in brede kring veel sympathie, respect en verwondering opgeroepen door de daders te vergeven en haar pleidooi om het leven van de aanstichter van de moord te sparen (hij is ter dood veroordeeld.) Ze is daarmee een symbool van de Indiase christenheid geworden.
De BJP is afgelopen mei weggestemd, anti-bekeringswetten (vooral gericht tegen de christelijke groepen die veel nieuwe leden trekken) in deelstaten zijn teruggedraaid en de christelijke kerk krijgt meer ruimte dan kort tevoren zelfs maar denkbaar leek. Maar er is de laatste decennia veel haat gezaaid en we weten nog niet wat daaruit allemaal nog gaat opschieten. Ons gebed voor de Indiase broeders en zusters blijft nodig.
2007-2014 Persvereniging Opbouw