23 mei 2003, jaargang 47, nummer 11
Artikel 003375
Kerk tussen de hindoes Er zijn ook christenen op Bali P. van Kampen Zojuist is het proces begonnen tegen de aanslagplegers op Bali. De aanslag op de discotheek in Kuta heeft 202 doden opgeleverd. Het leven op 'Paradise Island' is er drastisch door veranderd.
De goden zijn kennelijk op de eilandbewoners vertoornd, zodat de Hindoe pandits al snel begonnen zijn met rituelen die de hemelbewoners weer moeten verzoenen.

Kerk op Bali - Foto: PvK
Het kosmisch evenwicht moet weer worden hersteld en dat gaat niet altijd een-twee-drie. Los daarvan is het economisch leven, dat op toerisme draait, een zeer zware klap toegebracht.
Maar er is ook goed nieuws. Op Bali bestaat een inheemse kerk, die tegen de verdrukking in floreert.
Bali is een hindoegebied. Eigenlijk is die uitspraak niet helemaal correct. De religie van Bali is een unieke mix van hindoeïstische, boeddhistische en animistische elementen. Naast de 'Hindoedrieëenheid"' Brahma, Sjiva en Visjnoe worden ook de leluhur, de vergoddelijkte voorouders, vereerd. Voeg daar nog goden van vruchtbaarheid en natuurgeeesten aan toe en je hebt de hele geestelijke wereld die Balinezen Sang Hyang Widi noemen. Mede door een wijdvertakt systeem van Brahmaanse priesters, lagere dorpspriesters, duiveluitbanners, natuurgenezers en verhalenvertellers blijft de religie van Bali opmerkelijk intact.
Dat merk je zodra je een voet buiten het internationale vliegveld van de hoofdstad Denpassar zet. Nauwelijks buiten zie je tempels, van groot tot klein, om niet te zeggen piepklein.
Stadstempels, dorpstempels, huistempels.
Overal ook beelden, soms van goden, vaak van monsters met afzichtelijke trekken. Soms heeft men hen een frisse geblokte sarong aangetrokken.
Overal ook offertjes, kleine bordjes met vruchten en bloemen: bij de poorten van huizen en tuinen, de ingang van hotels of restaurants, op de motorkap van huurauto's. Bali kent een religieuze cultuur, nog steeds, ook na de komst van miljoenen buitenlandse toeristen. Dat blijkt duidelijk, als we met de taxi van Kuta naar de culturele hoofdstad Ubud, iets meer het binnenland in, rijden, vergezeld van twee jongens van in de twintig.
Gewend als ze zijn aan 'high tech' klinkt er geen spoor van twijfel door, als we over de goden en geesten van Bali spreken. Daar geloven ze in!

Vertoornde goden
Dat geldt voor nagenoeg de hele bevolking van het eiland. Als we een bezoek brengen aan Bali's hoofdtempel, de Pura Besakih, blijkt daar net een belangrijk feest aan de gang te zijn.
Honderden eilandbewoners bezoeken hun tempel. We mogen erin, maar blijven op afstand van het centrale ritueel.
Met een telelens valt echter wel het een ander te registreren. Godsdienstige feesten zijn er overigens iedere dag wel op het eiland; stellig meer dan één per dag! De vele duizenden tempels zijn echter niet zo belangrijk als de Pura Besakih op de hellingen van Bali's 'heilige berg', de Gunung Agung. Daar treedt men rechtstreeks met de geestelijke wereld in contact. Daar worden de belangrijke feesten gehouden. De Eka Dasa Rudra wordt maar eens in de honderd jaar gehouden. Dat moet dan wel op de voorgeschreven wijze gebeuren.
Anders loop dat heel erg fout af! Zoals veertig jaar geleden bleek. Al een paar eeuwen was dat feest niet meer gevierd en het was eigenlijk niet meer zo bekend hoe dat moest! Wat wilden de goden precies? President Soekarno, zelf geen Balinees, had zo zijn eigen politieke redenen om dat feest weer in te stellen. Zo gebeurde het dat, op last van de overheid en op een tijd die niet overeen kwam met de voorschriften, weer eens dit grote feest genoteerd stond, voor een keur aan ook buitenlandse gasten. Bali's folklore betekende immers prestige en ook zou geld van toeristen, véél geld, in de schatkist stromen!
Helaas, net voor 8 maart 1963, toen het grote offerfeest beginnen zou, barstte de Gunung Agung heftig uit. De Agung is namelijk een steeds weer actieve vulkaan. Erupties leidden tot lavastromen die de dorpen in de omgeving wegvaagden. Tweeduizend dorpelingen kwamen daarbij om. De situatie werd hoogst bedreigend voor de Pura Besakih zelf. Net voor de poorten van het grote tempelcomplex hielden de lavastromen echter halt… De dodelijk verschrikte Balinezen moesten tot 1979 wachten (het voorgeschreven jaar 1900 van hun heilige jaartelling) voor ze aan de verstoorde relatie met goden en geesten wat konden repareren! Er werd verzoening gedaan voor alle onbedoeld kwetsende gedragingen van de gelovigen, hun leiders incluis. Zestig verschillende soorten dieren, waaronder zeldzame tijgers en adelaars, werden aan de goden geofferd. De landsoverheid heeft daarna nooit meer aangedrongen op toeristisch of economisch gemotiveerd gebruik van inheemse rituelen…

Ook anderen!
Niet alle eilandbewoners zijn overigens nog hindoe. Zoals overal in de Indonesische archipel hebben Javanen zich op het eiland gevestigd. (De Javanen kan men met reden 'de kolonisatoren van het land' noemen.) Daarom zijn er tegenwoordig ook moslims op het eiland. Vooral in de noordwest-hoek van het eiland, dus dichtbij de haven waar de schepen van Java afmeren, kan men in de dorpen moskeeën en minaretten zien opdoemen. Als je de weg neemt naar deze havenstad Gilimanuk kom je, na een drie uur lange afmattende rit in de auto, bij twee christelijke dorpen. Pelasari is een katholiek dorp, met de grootste roomse kerk van heel Oost-Indonesië. Het nabijgelegen Belimbingsari is een geheel Protestants dorp, zoals onmiddellijk te zien is aan de kruisen op vele huizen langs de weg. Een reisgids beschrijft het dorp als 'smetteloos en vol met bloemen' en zo is het ook.
We staan op half zes op om op tijd te zijn voor de kerkdienst, aan het andere eind van het eiland. Iets voor half zeven gaan we op weg, langs prachtig groene sawahs, rijstvelden, en door fleurige dorpjes. Overal kleurrijke mensen, kleine tempeltjes, palmbomen.
Eerst van Ubud in de richting van de hoofdstad Denpasar, hoewel we daar niet naar toe willen. We willen naar het westen en niet naar het zuiden!
Bijna alle wegen op Bali lopen echter van noord naar zuid en we moeten steeds een stukje naar het westen opschuiven.
Bijna twee uur later komen we pas op de grote provinciale weg die het hele eiland omzoomt. Een eindeloze hoeveelheid verkeer: bussen en zware vrachtwagens met goederen van of voor Java, veel kleine autootjes en een schier eindeloze rij kleine bromfietsjes.
Ze zijn het vervoermiddelbij uitstek van de arme man en vrouw. Ze terroriseren als nijdige muskieten het hele verkeer. Reken daar nog bij de onafzienbare rij zwerfhonden op de weg en je gaat begrijpen waarom op die weg Bali eventjes niét als 'Paradijseiland' ervaren wordt. Een prachtige omgeving overigens, als je maar de tijd en rust krijgt om wat van de omgeving te bekijken. Stranden, klapperbossen, rotsblokken, het is er allemaal. Dan ten lange leste de afslag naar Belimbing Sari.
De keurige asfaltweg erheen is omzoomd met de meest uitbundige welige tropische bomen die men zich denken kan. De Protestantse kerk is helemaal gebouwd in Balinese stijl. Zoals bij alle Balinese tempels is er eerst een 'split gate'; de poort bestaat uit twee helften die, naast elkaar gezet, een Balinese tempel vormen. Voordat je het gebouw langs een aantal trappen betreedt, moet je over een brugje over water, waarin lotusplanten drijven. Het is symbool voor de doop. Op elk van de hoeken staat een engel in Balinese stijl; ook op de verguisde westkant staat zo'n engel. God beschermt zijn kinderen immers aan alle kanten.
We treffen het en we treffen het ook niet. De ene zondag is er een westerse dienst, gaat men 'gewoon' gekleed, wordt in het Bahasa Indonesia gepreekt, wordt er 'westerse' muziek ten gehore gebracht. De andere week komt men op zijn Balinees gekleed, is Balinees de voertaal, heeft men de traditionele instrumenten zoals gamelan in de kerk en worden soms ook inheemse dansen uitgevoerd naast de speciaal voor deze diensten gecomponeerde muziek. Zo is er een speciale 'Dankdagdans' en een 'Engelendans'. Tot onze spijt zijn wij er op een 'gewone' zondag.
Maar tegelijk treffen we het, want nagenoeg de hele dorpsgemeenschap blijkt aanwezig. We worden hartelijk verwelkomd; het blijkt eens te meer handig dat mijn vrouw vloeiend Bahasa spreekt. De mannen en de vrouwen zitten in de dienst grotendeels apart. Ik mag meekijken in een liedbundel waarin ik geen woord herken. Er zijn veel jonge mensen en kinderen. Het dak van de kerk kent drie lagen, die de gang van de mens, van aarde naar de hemel, representeren. Ook bijbelverhalen zijn in Balinese stijl aangebracht.
Als de mensen na de preek en een gezongen Onze Vader en de Geloofsbelijdenis de kerk na de dienst verlaten, sta ik buiten foto's te maken. Diverse mensen beginnen een praatje, laten zich ook gewillig op het plaatje zetten.
Het geheel ademt een buitengewoon ontspannen sfeer. Een heerlijke kalme zondag.

"Als vuilnis"
De dominee, een nog jonge vrouw van 27, staat ons te woord. Ook een aanzienlijk aantal ouderlingen vult de consistorie; de diakenen zitten in een hoek het geld te tellen: beeld van de Wereldwijde Kerk! We krijgen de traditionele plakrijst met banaan in bananenblad.
Heerlijk! Dan het verhaal. Ze hebben in het dorp drie kerken, twee van de Balinese Kerk en een evangelische (CAMA)kerk. Pendeta (Dominee) Ze is met haar 27 jaar toch al zes jaar predikante; twee jaar daarvan was ze vicaris.
Dit is inmiddels haar derde gemeente.
Zelf Balinese heeft ze op Java haar opleiding gehad, in Yokyakarta. Veel mensen hier blijken Javanen te zijn, maar er zijn uiteraard ook heel wat Balinezen.
Die zijn als hindoe geboren, tot geloof in Christus gekomen en vaak 'als vuilnis uit hun huis en familie gezet'. Ze konden nergens heen en zijn derhalve naar dit dorp gekomen.
Dat is echter voor een deel al wat langer geleden. Er wonen nu veel tweedegeneratie gelovigen; er worden nu meer kinderen dan volwassenen gedoopt.
Komt er nog steeds vervolging voor? Jazeker. 'Pas heeft zich nog een gezin van twaalf personen bij de gemeente gevoegd. Een van hen was op wonderdadige wijze genezen. Maar dan is er toch in hun omgeving geen plaats meer voor hen… De wijdere familie heeft hen verstoten.' Zijn hindoes dan niet heel tolerant voor andersgelovigen?
'Alle mensen kunnen fanatiek en intolerant zijn, ook hindoes.' We vernemen dat er streken zijn met veel 'geheime christenen', er is zogezegd ook een 'ondergrondse kerk'. 'Het moeilijkste is voor ieder om de offers voor de voorouders los te laten. Het wordt van je verwacht dat je meedoet. De voorouders geven je wat je nodig hebt en ze wensen daarvoor te worden bedankt en beloond.
Je laat de trouw aan je familie en achtergrond los, als je je eraan onttrekt.
Dat wordt hoog opgenomen.' Maar de negenduizend Balinese christenen leven niet op een eiland, in de geestelijke zin van het woord. Ze verbreken van hun kant niet de relatie met hun familieleden die nog hindoe zijn.
Mijn eigen moeder heeft het hindoeïsme verlaten, en is christin gworden, maar heeft desondanks nog een goede verstandhouding met haar familie.
Haar oudste broer is een zeer vooraanstaand lid van de hindoeraad van het eiland. Het kan dus wel… 'Je moet wel met je anders-zijn leren leven. Het is trouwens niet nodig om je hele Balinese cultuur af te zweren. We zijn nog steeds Balinees en hebben Balinese diensten en ook ons eigen Balinese liedboek.'

Dromen en wonderen
Waarom en hoe komen mensen tot geloof? 'Onder andere door wonderbaarlijke genezingen of door dromen.
Ik noemde al die genezing van zeer ernstige ziekte, die een heel gezin van twaalf mensen bij ons bracht. Maar er is bij voorbeeld ook een jonge vrouw van moslimse achtergrond. Ze kreeg twee jaar geleden baarmoederkanker.
In de crisis die dat veroorzaakte zag ze in een droom een christelijk kerkgebouw.
Ze concludeerde dat ze daarheen moest gaan. Omdat ze niet wist waar die kerk stond, is ze die gaan zoeken.
Ze kwam hier, herkende de kerk en is gebleven, helemaal alleen. Het gaat nu goed met haar gezondheid.' Het is overigens geen toeval dat zowel moslimse als christelijke nederzettingen aan de westkant van het eiland liggen: in het hindoe-wereldbeeld is de oostkant de goede, positieve, heilbrengende kant; het westen is van de weeromstuit de slechte, ongunstige, ongelukbrengende kant. Dus aan de westelijke zelfkant van de beschaving wonen de andersgelovigen. Of omdat ze geen andere wijkplaats kunnen vinden, of omdat ze niet bang zijn voor de ongeluksbrengende associaties van het westen in de hindoe-mythologie.
We verlaten het welvarend ogende christelijke dorp, het enige van zijn soort op Bali. Eerst nog een bezoek aan een voortreffelijk onderhouden kindertehuis.
Dan weer de drie uur terug naar het zuiden, waar de toeristen meest verblijven.
Maar de lange reis is zeker de moeite waard! Wie ergens op Bali zit en geloofsgenoten ontmoeten wil moet op de zondagmorgen maar eens vroeg opstaan om om 9 uur in de kerk te zitten.
Ga als toerist niet alleen naar dansvoorstellingen, tempelrituelen of crematies, ga ook eens naar broeders en zusters. Ze zullen u zeker het gevoel geven welkom te zijn.

Voor wie een kerkdienst wil bezoeken, maar eerst de gegevens even checken wil, mailen kan (tutinvh@yahoo.com).
2007-2014 Persvereniging Opbouw