6 juni 2003, jaargang 47, nummer 12
Artikel 003396
De nonsens van de hedendaagse hekserij (1) Het nieuwe heiden-dom P. van Kampen De Britse auteur Colin Wilson, schrijver van het boek 'The Occult' (1972), merkte in dat lijvige werk onder andere dit op: 'Men kan waarschijnlijk veilig stellen dat er nu meer heksen in Engeland en Amerika zijn dan op enig ander moment sinds de Reformatie.' 1) Men kan waarschijnlijk eveneens veilig stellen dat er momenteel nog meer belangstelling voor 'occulte zaken' bestaat dan een kwart eeuw geleden!
De indruk wordt gewekt dat meer mensen dan vroeger zich bezig houden met hekserij, magie, astrologie, spiritisme, chanellen, leylijnen, uittredingen, reïncarnatie-ervaringen en nog eindeloos veel meer.

eind oktober: voorbereiding op Halloween in Wallonië
In 1974 werd het aantal Britse heksen op vijf- tot tienduizend geschat; het aantal heksen in Amerika zou het dubbele bedragen. Maar nu zijn 't er vast meer, denken insiders. Ook in ons land, zoals uit het vorige nummer van 'Opbouw' bleek, in de bijdrage van ds. Bieuwenga.

Oud? Welnee!
Bij hekserij denken velen onmiddellijk aan de Middeleeuwen of aan de 16e en 17e eeuw, toen in grote delen van Europa en Noord-Amerika processen werden gehouden, die vele ongelukkige vrouwen het leven hebben gekost.
Wie meent dat de moderne Hekserij teruggaat tot die tijd vergist zich wel deerlijk! En wie meent dat de hekserij verder teruggaat, tot de Prehistorie, tot het voorchristelijke heidendom, vergist zich nog deerlijker!
Moderne hekserij is een zaak van de twintigste eeuw!
Ik citeer een artikel in de 'Encyclopedie van het Occultisme en de Parapsychologie': 'Het is hoogst onwaarschijnlijk, dat de oorsprong van de moderne hekserij verder teruggaat dan 1921, toen het boek van Margaret Murray 'The Witch-cult in Western Europe' verscheen, ondanks het feit dat de aanhangers zich herhaaldelijk laten voorstaan op een 400 tot 500 jaar oude heksenafkomst.' 2) Murray is de eerste van drie mensen die bij de ontwikkeling van de hekserij moeten worden genoemd.

Margaret Murray
De Egyptologe en Antropologe dr.Margaret Murray (gestorven in 1963) heeft niet alleen dit boek over 'De Hekserij in West-Europa' geschreven.
Later, in 1933, heeft ze een tweede boek over hekserij het licht doen zien, onder de titel 'The God of the Witches' (De God van de Heksen) dat ook zeer veel lezers getrokken heeft. Een derde boek, 'The Divine King in England' (De goddelijke Koning in Engeland) werd in 1954 gepubliceerd. Uit deze data 1921,1933,1954 blijkt dat ze zich decennialang met 't fenomeen 'hekserij' beziggehouden heeft. Vlak voor haar dood - ze is honderd geworden!
- zou ze hebben verklaard dat ze die jaren ook zelf heks gewéést is! Hoe dat ook zij, deze kleine, maar zeer energieke vrouw heeft een buitengewoon belangrijke bijdrage geleverd aan de opleving van onze belangstelling voor hekserij en de herontdekking van deze 'craft' en het praktiseren in rituelen en bijeenkomsten.

Stellingen
Haar stellingen in bovengenoemde boeken:
1. De heksenprocessen in de Late Middeleeuwen en Renaissance waren geen toevallige aberraties, 'maar het resultaat van een conflict tussen het Christendom en de georganiseerde reactionaire religie', een religie dus die terug wilde naar het oude.
2. De hekserij, die ze bij voorkeur 'de Diana cultus' noemde, ging terug op 'de voor-klassieke verering van de Grote Moeder (de vereerde Godin van de Vruchtbaarheid)' en Goddelijke Koning, 'die in menselijke gedaante gekomen was en ritueel gedood werd ter wille van het welzijn van zijn volk'.
3. Tot in de 17e eeuw had deze Dianacultus haar eigen hiërarchie, eigen feesten, eigen gewijde plaatsen en eigen structuur. De heksen waren normaliter georganiseerd in 'covens', kringen van dertien personen.
4. Sommige Engelse koningen speelden in die eredienst een grote rol. Een van hen, William Rufus, die onder nogal mysterieuze omstandigheden het leven heeft verloren, was zo'n goddelijke koning die 'blijmoedig met zijn eigen dood heeft ingestemd'. 2)

Deze stellingen, in een boek dat bij de prestigieuze Oxford University Press verscheen, trokken de aandacht en werden zo aanleiding tot hernieuwde interesse in 'witchcraft'. Zo reageerden tenminste de leken. Onomstotelijk bejegende de wetenschappelijke gemeenschap het boek bijna meteen met scepsis. 'De overgrote meerderheid der geleerden beschouwt de 'Murray theorie' historisch en antropologisch onhoudbaar. Dat neemt echter niet weg dat die theorie ontegenzeglijk grote invloed heeft gehad en nog steeds heeft op sommige occultisten.' 2)

Men trok de volgende conclusies uit Margaret Murray's boeken:
• Heksen zijn de directe afstammelingen van heidenen die in Prehistorie en Middeleeuwen in Europa actief waren.
• Er loopt van de hekserij een directe lijn naar het anders omgaan met 'Moeder Aarde'. Mogelijk loopt die lijn ook via praktijken van Keltische druïden.
• Naast 'de Godin' aanbad men 'de Gehoornde God', Cernunnos die in het christelijk geloof 'de duivel' werd, compleet met horens en bokkepoten.
• De oude Kelten en de latere heksen vierden vier voorname feesten:
1. Lammas (Maria Lichtmis), de nacht van 1 op 2 februari
2. May Night (St. Walpurgisnacht), 30 april op 1 mei
3. Michaelmas (St.Juttemis), 1 op 2 augustus
4. Halloween (Allerheiligennacht), 31 oktober op 1 november Vooral het tweede en de vierde feest waren zeer belangrijk.

Meteen was er echter scherp verschil in inzicht tussen de 'gelovigen', de 'leken', die een en ander voor zoete koek slikten, en de vakgeleerden die hier nièts van geloofden! Zo was het helemaal niet geweest; Murray had wetenschappelijk geen been om op te staan…

Gerald Gardner
De tweede naam om te noemen is de Brit Gerald Gardner (1884-1964), die de moderne hekserij bevorderde door een roman, 'High Magic's Aid', maar vooral door het schrijven van boeken als 'Witchcraft Today' (1954) en 'The Meaning of Witchcraft' (1959). (Dus: Hekserij Vandaag en De Betekenis van de Hekserij). Als jongeman had hij lang in het Verre Oosten gewoond. Toen hij, net voor de Tweede Wereldoorlog, weer in Engeland terugkwam, zou hij, volgens eigen zeggen, heksen in the New Forest hebben ontmoet. Via hen zou de overtuiging bij hem hebben postgevat dat de hekserij de oude religie van ons continent was, die in het geheim nog steeds van vader op zoon of (vaker) van moeder op dochter werd doorgegeven. Gardners vele critici hebben hem ervan beticht de hele zaak verzonnen te hebben, maar dat lijkt toch een te simpele verklaring. In zijn latere jare heeft hij op het eiland Man (in de Ierse Zee, tussen Ierland en Engeland) een Museum voor Hekserij geopend. Ook dat heeft de belangstelling voor dit alles sterk bevorderd.
Ook allerhande 'magische formules' en handboeken voor magie zijn door hem samengesteld, met behulp van een de bekende (of beruchte) Britse magiër Alistair Crowley. Het contact met Alistair Crowley zou resulteren in een serie boeken met magische riten, waaronder 'The Book of Shadows', Het Boek van de Schaduwen. Crowley zou in hun contact opgemerkt hebben: 'De tijd is rijp voor natuurverering.' Later heeft de ontwikkeling de juistheid van die stelling enigermate bevestigd.
De herroeping van de Engelse 'Witchcraft Act', de Wet op de Hekserij, in 1951, heeft het aanvaardbaarder gemaakt om jezelf 'Wiccan', 'heks' of 'Neo-Pagan' (Nieuwe Heiden) te noemen. Deze hoogontwikkelde, zij het verdorven persoon had geestelijk veel meer in zijn mars dan Gardner, die denigrerend beschreven is als 'een sadomasochist met voorkeur voor geselen alsook met een nadrukkelijke neiging tot voyeurisme'. 3) Lang niet alle occultisten lijken dus een moreel hoogstaand leven te leiden…

Alistair Crowley
Crowley leefde van 1875-1947, richtte de 'Ordo Templi Orientalis' op, dus de 'Orde van de Tempel van het Oosten'.
Dat genootschap wilde de oude magische praktijken weer gaan beoefenen.
Hij was ongetwijfeld een zeer ongewone man; zijn vader was lekepreker in de Vergadering der Gelovigen! Hij werd 'gebruikt als communicatiekanaal door occulte intelligenties van bovenmenselijke kennis en macht', pretendeerde hij. Zijn diep-gelovige moeder dacht er anders over: ze achtte hem al op jonge leeftijd 'het Beest 666' uit het boek Openbaring! Daar was hij trots op en gebruikte die term ook geregeld. Hij liet zich inwijden in occulte leringen, had een zeer actief bi-seksueel leven, was erg reislustig (beklom enkele bergen in de Himalaja), schreef gedichten en toonde ook een bijzondere voorliefde voor bepaalde verdovende middelen. Hij raakte door het lezen van een occult boek zeer in de ban van 'de Witte Broederschap', een machtig esoterisch gezelschap dat zich in de Himalaja zou bevinden. In die 'Grote Witte Broederschap' van Meesters wilde hij ook een belangrijke plaats gaan innemen. Hij sloot zich spoedig aan bij 'De Orde van de Gouden Dageraad', een al lang bestaand esoterisch Engels genoot schap, dat spoedig na zijn toetreden opgeheven werd. Hij stortte zich rusteloos in nieuwe organisaties of richtte die zelf op. Hij was betrokken bij het boeddhistische tantrisme, een stroming die hogere kennis zoekt via (soms nogal bizarre) seksuele technieken.
Ook yoga werd door hem een weg geacht die hem kennis en inzicht in de hogere werelden zou bieden. Crowley is een vrij bekend expressionistisch schilder geweest, wiens schilderijen op een expositie in Berlijn na de Eerste Wereld Oorlog vrij veel aandacht trokken. 3)

Eerste kritiek
Dit dus als eerste introductie van de propagandisten van Wicca. Doet het bij onze beoordeling ertoe dat dit soms mensen waren met dubieuze seksuele voorkeuren en praktijken?
Libertijnen, met ongebonden stijl van leven? Het is wel nuttig om te weten in welke context hun enthousiasme voor hekserij te vinden is.
Maar hoe staat het met de 'academische betrouwbaarheid' van werken over de oorsprong en herkomst van Wicca? Voor het beoordelen van de waarde van Margaret Murray's werk ben ik eens te rade gegaan bij het naslagwerk van dr Ronald Hutton. Hij is als historicus verbonden aan de Universiteit van Bristol en vermoedelijk de grootste expert in Prehistorische Archeologie en 'Nieuw Heidendom' in de Britse academische wereld. 'The Pagan Religions of the Ancient British Isles. Their Nature and Legacy' verscheen bij in 1991 bij de prestigieuze uitgeverij Basil Blackwell's in Oxford.
In januari 1996 had ik in Bristol een lang gesprek met hem, als voorbereiding op programma's van de Evangelische Omroep over een verwant thema.
In dat gesprek bleek hij zich geestelijk aan het 'Neopaganism', het 'Nieuwe Heidendom', verwant te voelen. Hij noemde zich in het gesprek ook 'een goede Postmodernist'.

’Vele tekortkomingen’
Desondanks uit hij uitengewoon scherpe kritiek op Murray's visie en haar onderbouwing van de vèrgaande uitspraken die ze doet. 'Zowel haar bronnen als haar behandeling ervan vertoont vele tekortkomingen.' Toen ze voor haar eerste boek gebruik maakte van uitgegeven Engelse en Schotse bronnen over b.v. oude heksenprocessen, 'bleef de veel grotere hoeveelheid ongepubliceerde bronnen absoluut buiten beschouwing. Ze begon met de stelling dat de processen verwezen naar een èchte religie. () Ze was tamelijk objectief in haar sympathieën. Als haar materiaal van orgiastisch seksueel gedrag repte, waaraan heksen zich zouden hebben overgegeven, aan mensenoffers en kannibalisme, sprak ze erover alsof dat ook echt waar was.
Maar ze suggereerde dat de heksenreligie, vanwege de vreugde die eruit sprak, een zekere mate van superioriteit had boven het christelijk geloof en haar behandeling toonde echt het volstrekte tegendeel van onpartijdigheid!
Waar bewijsmateriaal aantoonde dat daden die de heksen toegeschreven werden fysiek on-mogelijk waren, verkoos ze om dat naast zich neer te leggen of citeerde ze die selectief of onjuist.' 4) 'Ze verminkte voortdurend de gegevens om aan haar stelling, dat heksen in 'covens' van dertien bijeenkwamen, te kunnen vasthouden. Haar portret van de feesten van de cultus was van dezelfde aard. Het begon met de krachtige stelling dat de belangrijkste feesten May Day (Walpurgisnacht) en Halloween waren, met de twee minder belangrijke feesten op Lichtmis en St. Juttemis. Dat waren natuurlijk gewoon de belangrijkste 'kwartaaldagen' in het Keltisch-sprekende Europa; haar schema steunt op de bekentenis van zegge en schrijve één Schotse heks, te weten Isobel Smyth, die in Forfar in 1661 terecht stond. De grote feesten noemde ze 'sabbatten', de term die vroegmoderne ketterjagers bezigden om heksenbijeenkomsten mee aan te geven (omdat deze schrijvers ook meenden dat het joodse geloof de uiteindelijke tegenpool van het christelijk geloof was), een visie die zonneklaar en keer op keer uit hun werk blijkt, maar die zij met één enkele ontkenning gewoon terzijde schuift.' In haar tweede boek, dat opnieuw veel aandacht trok, is sprake van 'een toename in stilzwijgende sympathie voor de hekserij', die haar objectiviteit deed verminderen. Hutton spreekt van 'the utter falsehood' (de absolute onjuistheid) van het beeld dat Murray schetst! Van een derde boek, waarin ze nog positiever over hekserij oordeelde merkt hij op: 'Wat het boek boven elke redelijke wetenschappelijke twijfel bewees is dat dr Murray van de politieke geschiedenis van het middeleeuwse en vroegmoderne Engeland nièts wist!' Met zulke uitspraken brand je een wetenschappelijke reputatie tot de grond toe af. En dat wil hij ook, getuige zijn uitspraak: 'Geen enkele geleerde die die naam verdient heeft de centrale stelling van The Divine King onderschreven'4) Hier houd ik op met citeren.
Ronald Hutton zwaait dus de slopershamer met verve. Van de historische pretenties van de Wicca-aanhangers blijft geen spaan heel. Resultaat van slecht veldwerk en onderzoek!
Daarmee is echter nog niet gezegd dat de hekserij dùs niets voorstelt.
Integendeel, als heksen zich met 'onzichtbare machten' in verbinding willen stellen, moeten we ons eens de vraag stellen of dat mogelijk is en zo ja, wat het gevolg ervan is. Daarover de volgende keer.

1. Colin Wilson. The Occult. Granada. Londen. 1971. editie 1979 p. 598; verderop citaten van pp.596-598.
2. Francis King. "Hekserij" in R.Cavendish ed. Elseviers Encyclopedie van het Occultisme en de Parapsychologie. Amsterdam. 1975. p.121.
3. Crowley wordt genoemd in artikel van Kenneth Grant in R. Cavendish. Elseviers Encyclopedie van het Occultisme en de Parapsychologie. a.w. pp.61-64.
4. Ronald Hutton. The Pagan Religions of the Ancient British Isles. Their Nature and Legacy. Blackwell. Oxford. 1991. editie. 1995. 302, 305.
2007-2014 Persvereniging Opbouw