20 juni 2003, jaargang 47, nummer 13
Artikel 003413
De nonsens van de hedendaagse hekserij (2) Heksen en hun vieringen P. van Kampen De vorige keer schreven we over de ‘historische wortels’ van de hekserij of, zoals men zelf liever zegt, de wiccabeweging.
Die historische basis lijkt flinterdun. Hooguit kunnen we zeggen: ‘Waar - maar natuurlijk nièt echt gebeurd!’ ‘Wat maakt het eigenlijk uit of de dingen precies zo zijn gebeurd of niet?’, zullen geïnteresseerden in wicca je voor de voeten gooien. Als de houdingen en vieringen je bevallen, wat doet ’t er dan verder toe hoe doortimmerd het fundament is? Vieren is fijn!

Halloween, een van de hoogtijdagen in de wicca-beweging werd in de VS een kinderfeest.
Dat willen we hoe dan ook doen, met of zonder basis…

De Britse, Duitse en Amerikaanse hekserij en de vermoedelijk piepkleine Nederlandse tak eveneens, zijn deel gaan uitmaken van de ‘Neo-Pagan Movement’, de Nieuwe Heidenen.
Ook onderhouden ze (losse) contacten met het nog veel grotere ‘New Age’-denken met zijn voorkeur voor Moeder Aarde ofwel ‘de Godin’.
Hekserij heeft met ‘groen gevoel’ te maken. Een Duitse ingenieur, lid van een wicca-groep, zei het zo: ‘Wicca is een natuurgodsdienst. Het wil de mensen leren gevoel voor de natuur te krijgen. Weg van de arrogantie van onze tijd, dat we gewoon maar pakken en grijpen en dat wij ons afval maar wegsmijten met het idee dat de aarde dat wel verwerkt. Wij zijn toch zelf deel van die aarde, zijn eruit ontstaan, keren er weer naar terug, leven ervan; van de lucht, van het water, van de vrucht. Wij hebben een universum aan mogelijkheden in ons.’ 1) Daar zitten sentimenten in, die ook anderen dan wicca-aanhangers zullen aanspreken.

Diverse stromingen
De hekserij als stroming is bepaald gefragmenteerd. Volgens Francis King (1974) waren er een kwart eeuw geleden drie hoofdstromingen:
a. De Gardnerians, voortkomend uit Gardners visie
b. De Alexandrians, die hun afstamming terugvoeren op Alex Sanders
c. de ‘gewaden dragende’ heksen

a. Na de dood van Gardner werd ene Monique Wilson leidster van de ‘Gardnerians’. Ze liet zich als ‘the Lady Olwen’ aanspreken. Met haar man beheerde ze het Museum voor Hekserij op het eiland Man en ze correspondeerde met heksen over de hele wereld. Buitenstaanders beschouwden deze kring als ‘een doorvoerkamp van het leger - er trekt een groot aantal mensen door, maar er zijn er weinig die blijven’.
b. De stichter van de Alexandrians, Alec Sanders, zou al op zijn negende door zijn bejaarde grootmoeder in de hekserij zijn ingewijd. Concurrenten zeggen dat zo’n inwijding nooit heeft plaatsgehad en hij zich gewoon op een bepaald moment ‘Hogepriester en Heksenkoning’ is gaan noemen.
De heksen in Sanders' groep bezien die van Gardner met minachting. Toch verschillen, volgens King, hun inwijdingsceremonieën weinig. ‘De Alexandrinische hekserij kan men omschrijven als Gardneriaanse hekserij, gecombineerd met elementen uit andere varianten van het moderne occultisme.’ Met bepaalde kruidenextracten zou men geesten in staat stellen een materiële vorm aan te nemen.
c. De gewaden dragende heksen hebben het naaktlopen afgeschaft; ze zijn niet langer ‘skyclad’ (alleen) bekleed met de lucht. Ook staan ze vaak uiterst vijandig tegenover de aanhangers van Gardner en Sanders. Het Book of Shadows wordt soms in sterk aangepaste versie gebruikt.

Dit alles overziende, noemt King de moderne hekserij ‘een religie in evolutie’. ‘Sommigen hebben de magie overboord gegooid en concentreren zich op de aanbidding van de heidense goden uit het oude Brittannië; anderen hebben de magische aspecten van de hekserij uitgewerkt en zullen te zijner tijd waarschijnlijk occulte broederschappen worden.’ En: ‘Sommige groepen lieten al spoedig de Grote Rite en de meer sadomasochistische elementen varen, terwijl andere juist een nog sterkere nadruk legden op de seksuele aspecten van de "Kunst" en weer andere tot de slotsom kwamen, dat concurrerende groepen geen "echte" hekserij beoefenden.’ 2)

De rangen
Volgens opgave zijn er in de hekserij drie rangen:
a. priester of priesteres
b. koningin der heksen of magus
c. hogepriester of hogepriesteres Men moet worden ingewijd; die rituelen zijn uiteraard niet vrij toegankelijk, maar enkele elementen zijn bekend. Men spreekt van het ‘neertrekken van de maan’: er wordt een kus gegeven op de voeten, knieën, geslachtsdelen, borst en lippen van de inwijdeling, maar soms ook van ‘medevierders’.

Feesten en praktijken
Er zijn acht belangrijke feesten of ‘sabbatten’. Naast de vier, genoemd in het vorige artikel, zijn dat de dag- en nachteveningen (solstices) op 21 maart en 21 september en het zomeren wintersolsitium op 21 juni en 21 december.
Wat moet men dan doen? Een citaat uit ‘het onderricht’: ‘Begeef u met dansende gang naar de plek van de bijeenkomst, zwaaiend met bezems en ontstoken toortsen; de Hogepriesteres heeft een bezemsteel in de hand, die de vorm heeft van een staande fallus.
Allen vormen dansend de Magische Cirkel. De Hogepriester treedt daarbinnen met in zijn rechterhand het gewijde, Magische Zwaard, in de linkerhand een houten beeldje van een staande fallus. Priester en Priesteres wisselen de vijfvoudige kus; dan roept de Priesteres de god aan in de Priester binnen te gaan met de aanroep: "Gevreesde Heer van Dood en Opstanding, Heer des Levens, Schenker van het Leven, Gij, Wiens Naam het Mysterie der Mysteriën is, vervul ons hart van moed! Laat Uw licht kristalliseren in ons Bloed en ons tot Wederopstanding brengen. want er is niets in en aan ons dat niet van de goden stamt. Daal neder, wij bidden U, op Uw dienaar en Priester!"
Naast deze ‘Grote Rite’, de rituele geslachtsgemeenschap van Priester en Priesteres met duidelijke seksuele symbolen, vertonen andere ceremonieën een gelijkenis met ons Avondmaal.
Men eet bijvoorbeeld een bepaald soort zoete broodjes.

Wat vinden we ervan?
Er valt uiteraard veel meer te melden, maar voor ons van belang is de vraag: wat moet je daar als christen nu van vinden?
Drie hoofdgedachten: Hekserij lijkt in onze tijd een religie voor ‘doe-het-zelvers’. Mensen creëren zelf hun zingeving en rituelen. Er is geen ‘bovenmenselijke oorsprong’.
Tegelijk pretendeert men terug te grijpen op oude vormen van voorchristelijk heidendom en zoeken sommigen contact met oude, voor-christelijke godheden. Maar, zoals gezegd, de aanhangers lijken weinig aandacht te schenken aan ‘de waarheid’ achter de hekserij als historisch verschijnsel.
Het is ‘nooit gebeurd, maar toch waar’.
Hekserij in deze vorm is duidelijk een Europees verschijnsel. Als het al ergens op staat (en op slaat), dan is dat de (al dan niet ware) geschiedenis van de oude Kelten en Germanen.
Wie de Europese cultuurgeschiedenis bekijkt, komt al gauw uit bij de Romantiek, die belangrijke tegenculturele onderstroom tussen 1760 en 1860. Natuurverering en natuurmystiek, ‘gothic’ elementen en fascinatie met druïden en heksen, of gefascineerd zijn door alternatieve bewustzijnstoestanden, er is niets nieuws aan; we hebben het allemaal al gehad!

Bijbel zegt nee
Niet al deze toestanden zijn in de Bijbel aan te wijzen, zodat we meteen weten wat de Schrift ervan zegt. Dat blijkt al uit vergelijking van vertalingen.
‘Thou shalt not suffer a witch to live’, zegt de Engelse King James Version, terwijl onze Statenvertaling zegt: ‘De tooveres zult gij niet laten leven’ (Exodus 22: 18).
Hetzelfde is het geval in Deuteronomium 18: 10, waar ‘witch’ met ‘toovenaar’ wordt weergegeven en in 1 Samuel 15: 23, 2 Kronieken 33: 6 en Galaten 5: 20, waar de term ‘witchcraft’ wordt gebruikt. Gaat het hier nu over hekserij of niet? Ik denk van niet, maar daarover kun je twisten. Echter, los van de vraag of de Hebreeuwse term goed in onze taal is weergegeven, in beide gevallen komt de term in de Bijbel in uiterst negatieve zin voor! Het hele complex aan opvattingen en praktijken waarin deze termen in Oude én Nieuwe Testament voorkomen, wordt in duidelijke bewoordingen afgewezen. Het hoort niet bij het dienen van God en de Here heeft er een afkeer van! Het hoort bij ‘de gruwelen’, die Hij bij zijn volk Israël niet wil zien, zoals Hij ze ook bij de heidense volken niet wil. Daarover laat de Bijbel geen twijfel bestaan. Meer nog, de Bijbel spreekt over een geest van dwaling, die over de wereld is uitgegaan.
Er wordt gesproken van geesten die zich voordoen als ‘engelen van het licht’, maar die als doel hebben mensen in het ongeluk te storten. God heeft een Tegenstander die zich specialiseert in de ondergang van mensen en in ‘desinformatie’! In die kaders valt ook aan hekserij te denken, ongeacht de irrationele, fictieve of romantische aspecten. Hoe dan ook, in de wiccabeweging komen zaken naar voren die van God niet mogen!
• Verering van schepselen in plaats van de Schepper. De Natuur mag voor ons nooit de Allerlaatste Werkelijkheid zijn!
• Ongebonden omgang met lichamelijkheid. Ook daarover is de Here God duidelijk. Ons lichaam is niet alleen van onszelf. Er zijn normen.
• Omgaan met ‘machten’, omdat die iets bewerken.
In de Bijbel is het nooit een criterium of iets ‘werkt’! Er kan op vele wijzen ‘macht’ blijken van Gods Tegenstander.

De Bijbel laat er geen enkele twijfel over bestaan dat heksen zich bezighouden met praktijken die God verbiedt en waarvan je je verre moet houden.
Dit zijn dingen, die mensen geestelijk in de vernieling kunnen helpen, zoals het levensverhaal van menig occultist lijkt aan te geven. Occultisme praktiseren lijkt op het binnengaan van een fuik in een eendenkooi. Het voelt allemaal prima - tot je je eraan wilt onttrekken! Er blijken machten te bestaan, die zich met hand en tand verzetten tegen voornemens om met dit alles te breken. Alleen de macht en de bescherming van Jezus Christus blijken dan toereikend om een mens echt te bevrijden en op een nieuwe weg te zetten.

Vieren wij ook?
Tegelijk blijft het nodig aandacht te geven aan Gods schepping, maar dan op een manier die bij christenen past.
Tony Campolo, een boeiende Amerikaanse prediker, denker en schrijver, schreef alweer enkele jaren geleden het boekje How to rescue the earth without worshipping nature?
Hoe kunnen we de aarde redden zonder de natuur te aanbidden?
Daarover zullen ook wij moeten nadenken. Antwoord op hekserij is zeker niet alleen een onbekommerd en onnadenkend gebruik van de ons gegeven schepping.
Tegelijk die opmerking: Heksen weten van vieren! Gesteld dat dat waar is, weten wij als christenen dat ook? Hoe kunnen wij vreugdevol omgaan met het geloof dat ons is geschonken?
En hoe zouden jonge mensen die zich tot dit alles aangetrokken voelen ook de weg naar het Evangelie kunnen vinden?

1. Geciteerd in Gisela Graichen. De Nieuwe Heksen. De Kern. Baarn. 1987. p.112,125.
2. Francis King. ‘Hekserij’ in red. R. Cavendish Elseviers Encyclopedie van het Occultisme en de Parapsychologie. Amsterdam. 1975. p. 121.
2007-2014 Persvereniging Opbouw