24 april 2009, jaargang 53, nummer 9
Artikel 000363
De paaskaars in Nederlands Gereformeerde kerken Gevoel voor symboliek groeit Richard Vervoorn

Lang voordat de zon opgaat begint de viering. De kerk is nauwelijks verlicht. In lezingen, liederen en gebeden wordt stilgestaan bij het lijden en sterven van Christus. Met de opgang van de zon valt het licht vanuit het oosten de kerk binnen, tegelijkertijd wordt het licht de kerk binnengedragen en de lamp ontstoken. De proclamatie ‘Christus is waarlijk opgestaan’ gaat van mond tot mond. De oude kerk viert Pasen.

Symbolen laten zich soms ook heel treffend verbinden. In Zeewolde werden ‘stenen’ in het licht van Christus gebracht, rond de paarskaars. (foto Magdaleen van der Bijl)
Zo’n nacht en zo’n dageraad is er maar eenmaal in het jaar. Nieuwe gelovigen worden gedoopt en vieren dat ze met Christus zijn gestorven en met Hem zijn opgestaan in een nieuw leven. Ze krijgen nieuwe witte kleden. Het is een dienst vol vreugde en vol symboliek.

Reformatie
In de tijd van Calvijn is het gebruik van symbolen in de diensten vanwege wildgroei sterk teruggebracht. Lampen of kaarsen waren vanaf die tijd vooral functioneel, bedoeld om de kerkzaal te verlichten en meer niet. Het gevolg was dat kerkgangers vervreemd raakten van symbolen en symbooltaal, waardoor ‘geloven’ ook steeds meer een zaak werd van woorden en verstand. Terwijl symbolen juist een appèl doen op gevoel en emoties. Symbolen moet je aanvoelen en naarmate je gevoelsleven zich verdiept voel je ze eerder aan.

Pasen 2009

Verrassend vond ik het om te constateren dat er in onze Nederlands Gereformeerde kerken de laatste jaren meer aandacht is gekomen voor symbolen.
Soms gebeurde dat schuchter, zoals in Maastricht. Ineens was er zondags een kaars, die al gauw de ‘paaskaars’ werd genoemd. Dit jaar is hij bewust uitgebleven in de veertigdagentijd om aan te geven dat het nog geen Pasen was. Op eerste paasdag werd de paaskaars aan het begin van de dienst aangestoken door de ambtsdrager van dienst met de woorden: ‘Met het aansteken van de paaskaars willen we aangeven dat het licht van Christus en het licht van zijn opstanding over ons leven en over onze diensten schijnt. Het is ook het symbool dat we elkaar bij Christus brengen, voor elkaar bidden en elkaar dienen’.

Rituelen ontwikkelen

Niet alleen in het zuidelijk gelegen Maastricht heeft de paaskaars een plekje gekregen als symbool van het licht van Christus. In de Havenkerk is er elke week een kort ritueel voor het aansteken van de kaars. Juist vanwege de vele bezoekers met heel diverse achtergrond probeert men rituelen te ontwikkelen die door mensen als zinvol worden ervaren, waarbij de zichtbaarheid van groter belang is dan de gesproken woorden. Peter Strating: ‘Wij werken nooit met vaste ingestudeerde of van te voren opgestelde formules. Er wordt vaak wel iets bij gezegd in de zin van dat het licht van de kaars de aanwezigheid van Christus symboliseert. Na het aansteken van de kaars (door steeds een andere bezoeker van de dienst) volgt met een bijbeltekst een soort begroeting namens God’. In de Havenkerk wordt op zondagmiddag een (heel intieme) dienst gehouden met zo\'n 5 tot 10 bezoekers \'rond de keukentafel\', bedoeld voor buurtbewoners die de morgendienst te massaal en massief vinden. Strating: ‘Ook in deze viering wordt de kaars aangestoken. Dat gebeurt om het moment van koffiedrinken en kletsen naar de viering te markeren. De aangestoken kaars is daar ook een symbool van de verbondenheid met de gemeente van \'s ochtends. Midden op tafel steken we een kaars aan, omdat we met vijf of zes toch ook echt gemeente van Christus zijn’.

Gastheer

In Nijmegen, Groningenen Haarlemmermeer-Oostzijde brandt de kaars al voordat de dienst begint. ‘De Gastheer is er voordat de gasten komen,’ zo verklaart Paul Kurpershoek. Dat betekent niet dat de paaskaars geen functie in de liturgie vervult: ‘In de dienst, meestal tijdens het intochtslied, ontsteek ik twee kaarsen aan de paaskaars, die daarna aan weerszijden van de kanselbijbel op de liturgietafel staan’.
In Groningen brandt de paaskaars op palmzondag voor het laatst. De nieuwe paaskaars wordt op stille zaterdagavond ontstoken. Kurpershoek: ‘Dit jaar hebben we dat buiten gedaan aan het vuur dat daar (in een korf) brandde, waarbij enkele woorden gesproken werden over het licht dat de Heer is. De brandende paaskaars ging vervolgens in processie de aula in het podium op, waarna de aanwezigen een kleine kaars aan de paaskaars ontstaken onder het zingen van lofliederen.’

Elke zondag Pasen

In Zeewolde droeg een diaken op zondagmorgen een nieuwe kaars de kerk binnen, terwijl de gemeente ‘De Heer is waarlijk opgestaan’ zong.
Ds. Kees de Groot respondeerde daarop met: ‘Omdat Jezus de levende Heer is, komen wij als zijn gemeente samen op zondag, als de dag van de opstanding. Hier in de kerk is het elke zondag Pasen. Elke kerkdienst speelt zich af in het licht van de levende Heer. Om dat te symboliseren ontsteken wij nu de paaskaars.’ Vervolgens werd de kaars door de diaken aangestoken.
Symbolen laten zich soms ook heel treffend verbinden. In de preek van ds. De Groot ging het over ‘stenen’, die blokkerend kunnen werken in de verhouding met God en medemens. Op elke stoel lag ook een ‘steen’ van papier, waarop mensen hun eigen ‘steen of stenen’ konden schrijven. Tijdens de collecte konden die stenen in het licht van Christus worden gebracht, rond de paarskaars. Velen maakten hier gebruik van (zie ook Opschrift, p.15).

Afrika

Hans Vel Tromp merkte op dat een andere culturele context het omgaan met liturgische symbolen in de weg kan staan: ‘Bij ons vertrek naar Afrika hebben wij de gemeente in Kampen een kaars aangeboden als een zichtbaar teken van verbondenheid en van het licht van het evangelie, dat schijnt in Europa en Afrika. Maar hier in Afrika heeft een kaars branden teveel associaties met de dodenwake en “geleiding\" van de vooroudergeesten. Het branden van kaarsen bij doden wordt juist ontmoedigd, omdat men niet meer gelooft in de betekenis van de voorouderverering. De lokale predikanten zagen dit gebaar dus niet zitten.’

Ontwikkeling

Wanneer je deze ontwikkelingen in onze kerken bekijkt kan je met Bob Wielenga tot de conclusie komen ‘dat we in de NGK een hele ontwikkeling hebben doorgemaakt op liturgisch gebied sinds 1971. ‘Ik vind het heel positief. Op paasmorgen maakten wij de dienst mee in de kathedraal van Durham - een geweldig gebouw tot aan de nok toe gevuld met kerkgangers. Tom Wright, de bisschop, leidde de dienst. Het was hoogkerkelijk, maar prachtig met sterke bijbelse teksten en een stevige paaspreek waarin Wright\'s theologie helemaal terugkwam. Veel symboliek dus, die niet past in kerkgebouwen waar wij samenkomen. Maar hoe goed is het om het evangelie in de liturgie zichtbaar en tastbaar te maken!’

Ruimte

Symbooltaal is een taal die je gevoel, je hart aanspreekt en ruimte schept. Of je nu de paaskaars al voor de dienst aan hebt gestoken ‘de Gastheer is al aanwezig’, of pas in de dienst aansteekt ‘waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben ik in het midden’, het symbool geeft daartoe alle ruimte toe. Zo is het ook in de lijdensweek en paasmorgen rond de momenten van doven en ontsteken van de paaskaars.
Ik vond het verrassend om te merken dat in vrij korte tijd deze symboliek in de brede kring van onze kerken is herontdekt en ben benieuwd hoe dat ons geloof persoonlijk en gemeentelijk zal verrijken.

Richard Vervoorn is predikant van de Nederlands Gereformeerde kerk van Maastricht.
2007-2014 Persvereniging Opbouw