23 oktober 2009, jaargang 53, nummer 21
Artikel 004054
Column De vreugde van discipline Jeannette Westerkamp Tijdens de islamitische ramadan (aan het eind van de zomer) heerst er een opgewekte stemming in de gevangenis en in de jeugdinrichting. Bijna de helft van de aanwezigen doet mee; ook een paar niet-moslims.
In Cairo, waar we als gezin deze zomer één dag op doorreis waren, hingen de straten vol slingers met stroken zilverpapier die dansten en schitteren in wind en zon. Het was warm en onze jonge gids moedigde ons aan vooral veel te drinken. Nee, hij donk zelf niet natuurlijk: ramadan. ‘Vindt je ramadan leuk?’ vraag ik. Hij hoeft er geen moment over na te denken. Jazeker! ‘Niet drinken als het warm is, niet eten als je trek hebt… Waarom?’ Hij lacht. ‘Je voelt je… schoon? Ja, schoon. Alles wat je verkeerd deed, daar denk je aan en je denkt dat je dat niet meer wilt en dat het goed is met God.’ Hij kijkt me aan. Is dat wat ik horen wil? Het ontroert me.
Het is eenzelfde antwoord dat ik kreeg van de mannen in de gevangenis en van het verwende, opstandige Nederlandse meisje in de jeugdinrichting. Ze doet maar een paar dagen mee en ze heeft helemaal niks met geloven, zoals ze dat zelf zegt, maar ze wordt er blij van en sterk. Mijn vriendelijke collega, de imam, heeft altijd eerst een paar dagen hoofdpijn omdat hij suikerziekte heeft. ‘Maar dan hoef je toch niet mee te doen?’ zeg ik. ‘O, ik wil het niet missen en die paar dagen’, zegt hij lachend. ‘Maar nu ga ik even bidden als je het goed vindt. Nee, je hoeft niet weg hoor, ik kan me wel concentreren.’ En hij gaat zich wassen bij de toiletten en rolt een matje uit in de hoek van onze gemeenschappelijke ruimte. Ik bid achter mijn bureau om discipline voor mezelf. Ik bid voor hem en heb nog tijd voor een aantal meisjes, en besef dat ik dat zelden zo uitgebreid doe onder werktijd.
Als ik de Koran lees, denk ik: ‘Iemand heeft hier de Bijbel verkeerd begrepen.’ Islamitische regeringen vind ik eng. Maar daar hebben ze toch iets: discipline die aantrekkelijk is. Tenminste in de gematigde vorm van Islam die we hier kennen.

Jeannette Westerkamp.
Wij, christenen, weten dat we ons heil niet hoeven te verdienen. Denken we ook dat we sterk genoeg zijn tegen verleidingen zonder ons iets te ontzeggen? Jezus begon werk met vasten en eenzaamheid. Hebben wij dat niet nodig?
Ik wordt soms dol van mezelf. Koop ik eens iets nieuws, blijf ik maar nadenken over wat ik nog meer zou willen hebben. Kijk ik een film, zit mijn hoofd vol gedachten en fantasieën die maar doorzeuren. Ik eet een chocolaatje en de rest van de doos blijft me aanstaren.
Een beetje minderen? Dan maar even helemaal niks, dat is makkelijker. Tenminste als je er aan begonnen bent, maar als ik me ertoe wil zetten, lijkt het zo’n opgave dat ik maar blijf uitstellen.

Dan zie ik het bij onze jongeren: initiatieven als ‘Zip your lip’ en ’Nacht zonder dak’ om christelijke jongeren bewust te maken van hoeveel zij hebben en hoe weinig anderen. Een nacht van gebed voor de lijdende kerk. Zomaar een dag vasten en bidden voor een beslissing. En dat is de generatie die zijn brood langs het fietspad gooit en chips koopt. We kennen geen gebrek, we hebben overal te veel van. Te veel mogelijkheden, te veel prikkels, te weinig stilte.
Wang Mindao, die 23 jaar in China gevangen zat voor zijn geloof (hij kwam in 1980 vrij), zei toen hij een tijd vrij was: ‘We moeten een cel bouwen voor onszelf. Een plek waar we God kunnen leren kennen. Er is teveel wat ons daarvan afhoudt.’

Jeannette Westerkamp

Jeannette Westerkamp is parttime justitiepredikant namens de NGK in Houten.
2007-2014 Persvereniging Opbouw