23 oktober 2009, jaargang 53, nummer 21
Artikel 004059
De Belhar-belijdenis: een cadeau van God Norman Viss In juni 2009 besloot de synode van de Christian Reformed Church of North America aan de synode van 2012 voor te stellen om de Belhar-belijdenis te aanvaarden als vierde belijdenisgeschrift van de kerk. Tot die tijd kunnen de plaatselijke kerken deze belijdenis bestuderen. De Christian Reformed Church is een zusterkerk van de Nederlands Gereformeerde Kerken en daarmee ligt de vraag op tafel: wat doen wij met de Belhar-belijdenis?

De Belhar-belijdenis bestempelt de (gedwongen) gescheidenheid tussen mensen en groepen van mensen als zonde.
'Uit Zuid-Afrika komt een cadeau van God aan de wereldwijde gemeenschap van kerken die zich “gereformeerd” noemen’. Zo zet de Interchurch Relations Committee (IRC) van de Christian Reformed Church of North America (CRC) haar rapport over de Belhar-belijdenis aan de Synode van de CRC in1. Deze inzet stemt de lezer gelijk positief over de Belhar-belijdenis, en dat is ook de bedoeling. Want de CRC - net als de Reformed Church of America (RCA) - overweegt deze geloofsbelijdenis dezelfde status te verlenen als de drie formulieren van enigheid (Nederlandse Geloofsbelijdenis, Dordtse Leerregels, Heidelbergse Catechismus). Als de synode van 2012 daartoe besluit, wordt aan deze drie belijdenisgeschriften, die al vier eeuwen lang het belijden van deze gereformeerde zusterkerken vertolken, een vierde belijdenisgeschrift toegevoegd.

Mooie invalshoek, de Belhar-belijdenis als cadeau. De (hernieuwde) aandacht onder christenen in Nederland en wereldwijd voor zaken als armoede, onrecht en duurzaamheid wordt hierdoor onderstreept. Die hernieuwde interesse en betrokkenheid krijgen daardoor ook nieuwe kracht, geboren als deze belijdenis is in een kerkelijke gemeenschap van een land dat recht van spreken heeft als het gaat om onrecht, racisme, gerechtigheid en verzoening. Nog een aspect aan dit geschenk voor wie geïnteresseerd is in de kerk van Christus en haar geschiedenis, is het onverwachte voorrecht in een tijd te leven waarin een nieuwe geloofsbelijdenis geschreven en besproken wordt. Een proces dat wij uit de geschiedenisboeken hebben leren kennen, maken we nu van dichtbij mee!

Apartheidsstrijd
In de jaren tachtig van de twintigste eeuw, toen de spanning in Zuid-Afrika tot ongekende hoogte opliep door de steeds beter georganiseerde en grimmiger strijd tegen apartheid, kwam de Belhar-belijdenis tot stand. Deze belijdenis is genoemd naar Belhar, een buitenwijk van Kaapstad, waar de Synode van de Nederduits Gereformeerde Sendingkerk in 1986 vergaderde en deze belijdenis aanvaardde. Dezelfde kerk had al in 1982 de uitspraak gedaan dat apartheid een zaak is waarin het belijden van de kerk op het spel staat (status confessionis). In 1994 werd Belhar aanvaard door de Verenigde Gereformeerde Kerk in Suider-Afrika (VGKSA) als een van haar confessies, naast de drie formulieren van enigheid2. De Belhar-belijdenis veroordeelt de bijbelse legitimering van de apartheidspolitiek in Zuid-Afrika, merkwaardig genoeg zonder het woord ‘apartheid’ te noemen. Naast haar verwerping van apartheid spreekt de belijdenis over eenheid, verzoening en gerechtigheid als sleutelbegrippen van de Bijbel en het evangelie.

De CRC werd in 1999 door de VGKSA gevraagd de Belhar-belijdenis ook te aanvaarden. De CRC was al vanaf de jaren vijftig kerkelijk actief bezig met dezelfde zaken als waar Belhar over gaat, maar dan gerelateerd aan de Noord-Amerikaanse situatie. Zij stond uiteraard open voor dat verzoek, met als resultaat het synodebesluit van 2009 dat de CRC-kerken drie jaar de tijd nemen Belhar te onderzoeken, in de verwachting dat de synode van 2012 deze belijdenis zal aanvaarden als het vierde belijdenisgeschrift van de kerk.

Geloven en verwerpen
Het is de moeite waard de tijd te nemen om de Belhar-belijdenis te lezen en de kracht van dit belijden in het licht van de ons bekende historische context tot ons door te laten dringen. Belhar bouwt graag voort op de belijdenisgeschriften van de gereformeerde traditie. Interessant is de vergelijking met de Dordtse Leerregels. Elk van de vijf (!) artikelen begint met ‘Wij geloven…’ en eindigt, ook in de stijl van Dordt, met ‘Daarom verwerpen wij elke leer…’.

Artikel 1 van Belhar: Wij geloven in de Drie-enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, die door zijn Woord en Geest zijn Kerk vergadert, beschermt en onderhoudt vanaf het begin van de wereld tot aan het einde, sluit nauw aan bij Zondag 21 (vraag en antwoord 54) van de Heidelbergse Catechismus. Inhoudelijk boeiend is het spreken van Belhar over het ‘gemeenschappelijke’ van het christelijke geloof. Deze korte geloofsbelijdenis gaat vrijwel uitsluitend over de kerk en haar rol in de wereld, en spreekt alleen impliciet over het heil van het individu, de ‘wet’, het leven van Jezus en de betekenis van zijn kruisiging en opstanding, het werk van de Heilige Geest.

Het woord ‘zonde’ duidt in de Belhar-belijdenis bijna uitsluitend op het collectieve ervan. Zonde is ‘gescheidenheid, vijandschap en haat tussen mensen en groepen van mensen’, en een ‘weigering om zichtbare eenheid als een kostbare gave na te jagen’. Gods reddende werk heeft de zonden van ‘onverzoendheid en haat, bitterheid en vijandschap’ overwonnen. Het verzoeningswerk van Christus wordt zichtbaar in de kerk als ‘geloofsgemeenschap van degenen die met God en met elkaar verzoend zijn’. De bijbelse eenheid die beleden wordt, is geen eenheid zonder zichtbare verscheidenheid. ‘Wij geloven dat de verscheidenheid van geestelijke gaven, gelegenheden, achtergronden, overtuigingen, net als de verscheidenheid van taal en cultuur vanwege de verzoening gelegenheden biedt tot wederzijdse dienst en verrijking binnen het ene zichtbare volk van God.’ Het woord ‘samen’ klinkt veelvuldig: samen opgebouwd worden, samen elkaars lasten dragen, samen dienstbaar zijn, samen bidden.

Nieuwe gehoorzaamheid
Tot dusver zou je Belhar kunnen lezen als een uitdieping van het ‘zijn’ en ‘handelen’ van de kerk, wat naar binnen gericht. Maar niets is minder waar, gezien de context waarbinnen Belhar tot stand is gekomen. ‘De kerk is geroepen om het zout van de aarde en het licht van de wereld te zijn; de kerk wordt zalig genoemd omdat zij vredestichter is’. Verder belijdt Belhar dat de kerk opgeroepen is tot ‘een nieuwe gehoorzaamheid die ook in de samenleving en de wereld nieuwe levensmogelijkheden kan brengen’, waarbij ‘elke leer die een gedwongen scheiding (van mensen) vanuit het evangelie wil legitimeren’ krachtig verworpen wordt.

Sommigen ruiken de ‘bevrijdingstheologie’ wanneer Belhar belijdt ‘dat (God) in een wereld vol onrecht en vijandschap op een bijzondere wijze de God van de noodlijdenden, de armen en ontrechten is en dat Hij zijn kerk roept om Hem hierin na te volgen’. Verschillende voorstaanders van Belhar wijzen op het feit dat de bijbel wel duidelijk en veelvuldig spreekt over de bijzondere plek in Gods Koninkrijk die de ‘armen’ innemen. Om Belhar goed te kunnen verstaan moet men naar de context kijken waarbinnen deze belijdenis is ontstaan. Dat God op een bijzondere wijze God is van de noodlijdenden (vgl. de zaligsprekingen) is heel wat anders dan dat het geloof in Christus vertaald moet worden in een politieke strijd tegen 'zondige' maatschappelijke structuren3.

Confessionele status
Hoezeer ook gereformeerde christenen apartheid als zonde beschouwen en achter het belijden van Belhar staan, de vraag blijft staan waarom Belhar de plaats van status confessionis moet krijgen. Want dan zeg en doe je nogal wat! En toch heeft de CRC, na de VGKSA en de RCA, daarvoor gekozen. Ds. J.C. Schaeffer spreekt in zijn lezing voor de Theologische Studiebegeleiding, voorloper van de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding, over De aard van de binding aan de belijdenis4 over de tijdgebondenheid en functies van een geloofsbelijdenis. Een belijdenisgeschrift ‘wordt niet gemaakt, maar geboren, vaak in een situatie van geloofsstrijd waarin gelovigen zich in een bepaalde context door de Geest gedwongen voelden tot een vernieuwd naspreken van de Schrift’ (p. 23). Schaeffer noemt meerdere functies van een belijdenis (p. 17), die juist in een periode van (geloofs)strijd bijzonder vruchtbaar en heilzaam kunnen zijn, bijvoorbeeld als een getuigenis naar buiten van het grondslagkarakter van het geloven – dít geloven wij, juist nú! De belijdenis doet ook dienst als een ‘verdedigingswerk’ (bijvoorbeeld tegen de ‘ketterij’ van de apartheid, juist door christenen ‘op basis van de bijbel’ ingevoerd). Nog een belangrijke en actuele functie van een belijdenisgeschrift is die van ‘opvoeder’ – vanuit de context en inhoud van een belijdenisgeschrift kunnen de bijbelse waarheden uitgelegd en toegepast worden.

De Belhar-belijdenis past ontegenzeggelijk bij deze eigenschappen en functies van een belijdenis. In haar rapport aan de CRC Synode stelt de IRC de vraag wat Belhar toevoegt aan de al bestaande belijdenisgeschriften. Als antwoord wordt onder meer genoemd dat de thema’s eenheid, verzoening en gerechtigheid zoals bedoeld in Belhar in de drie formulieren van enigheid een ondergeschikte rol spelen. Belhar voegt dus wel degelijk iets toe aan het gereformeerd belijden, juist thema’s die horen bij de grondslag van ons geloof en het evangelie en verdienen daarom expliciet opgenomen te worden in het belijden van de kerk.

Nieuwe invalshoek
De CRC ziet de Belhar-belijdenis als cadeau van God aan de kerk, en dus ook aan de wereld. Het zal nu wel duidelijk zijn dat ik die mening deel. Met Belhar krijgen we een relevante casus op een dienblad gepresenteerd, een casus die ons kan helpen omgaan met de uitdagingen waar we nu mee te maken hebben in onze kerken en ons land. De kerk en haar belijden verliezen in onze tijd snel aan zeggingskracht en relevantie. Het tij lijkt soms onomkeerbaar. De Belhar-belijdenis, geworteld als ze is in een cultuur en geschiedenis die actueel zijn, zou onze kerken kunnen helpen het gesprek over het belijden van de kerk vanuit een andere, nieuwe invalshoek aan de orde te stellen. Ik kan me voorstellen dat bijbelstudiegroepen, huiskringen, jeugdverenigingen en catechisatiegroepen de context, het ontstaan, de inhoud en de relevantie van de Belhar-belijdenis bestuderen en bespreken, met het oog op de plaats en functie van een geloofsbelijdenis in het leven van de kerk van toen en van nu.

Doordat Belhar andere invalshoeken kiest dan de drie formulieren van enigheid, komt dan onvermijdelijk een gesprek op gang over de inhoud van het evangelie zelf. Wat dat betreft sluit Belhar goed aan bij personen, organisaties en thema’s die de laatste tijd veel aandacht krijgen in de christelijke wereldgemeenschap: Tom Wright, Emerging Church, Stichting A Rocha, Tim Keller en het Redeemer netwerk, spiritualiteit, (kerkelijke) eenheid en verzoening. Daar kunnen we binnen de kerk ongetwijfeld onze winst mee doen, vooral bij het doorgeven van het geloof aan de volgende generaties. En ging trouwens afgelopen zondag – Michazondag – niet in veel kerken de bijbel open over de christelijke inzet tegen armoede en voor gerechtigheid?

Hoewel er geen sprake is van een door de gevestigde orde opgelegd ‘apartheidsregime’ in ons land, hebben we allemaal te maken met de (al dan niet aangeprate) kloof tussen allochtoon en autochtoon, het aanzetten tot haat en verdeeldheid en de opmars van rechtse politieke bewegingen. De kredietcrisis en de oorlog in Afghanistan (om maar twee te noemen) confronteren ons dagelijks met mondiale thema’s als de groeiende polarisatie tussen arm en rijk, duurzaamheid en de vraag, hoe er vreedzaam valt samen te leven in deze ‘global village’, verbonden als we zijn door het internet en de toestellen van Airbus en Boeing.

De Belhar-belijdenis is gefocust op hoe het evangelie ons leert samen te leven als gemeenschap van verzoening en gerechtigheid. Daardoor biedt zij ons geweldige handvatten waarmee we vanuit het belijden van de kerk onze roeping als vredestichters en verkondigers in woord en daad van het Koninkrijk van Christus in onze tijd, vorm en inhoud kunnen geven. Door zijn indrukwekkende strijd tegen apartheid en voor verzoening en gerechtigheid, geworteld in zijn geloof in de God van de bijbel, verdient Desmond Tutu, de Zuid-Afrikaanse aartsbisschop en Nobelprijswinnaar, wereldwijd nog altijd groot respect. In zijn boek Geen toekomstzonder vergeving wijst hij ons de weg van het evangelie en Belhar: ‘Want, laten we eerlijk zijn, vergeving, verzoening en herstel zijn niet de munteenheden waarmee politiek bedreven wordt. (…) Vergeving, schuldbelijdenis en verzoening vinden hun plek binnen de kaders van de religieuze beleving, niet in de politiek’.

Dat is geen nieuwe weg, deze oproep heeft oude papieren: 'Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de HEER van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God.' (Micha 6:8).Laten we dit cadeau met blijdschap aannemen, uitpakken en inzetten, tot zegen en heil van Christus’ kerk en de wereld, in het bijzonder de wereld die zo naar gerechtigheid en verzoening uitziet.

Norman Viss is in deeltijd (60%) predikant van de NGK Heemstede. Na afronding van een coachopleiding gaat hij binnenkort als (zelfstandig) coach aan de slag.

1Agenda for Synod 2009, Interchurch Relations Committee, The Belhar Confession: what the CRC can do with this gift, blz. 269-313; http://crcna.org/site_uploads/uploads/resources/2009_agenda.pdf
2 Leo J. Koffeman over de belijdenis van Belhar (uit Woord & Dienst, jrg. 51, nr. 6, 2002). Dr. L.J. Koffeman is hoogleraar kerkrecht aan de ThUK te Kampen en beleidsmedewerker oecumene in het LDC in Utrecht.

3 http://www.encyclo.nl/begrip/Bevrijdingstheologie
4 J.C. Schaeffer, De aard van de binding aan de belijdenis. (2003); zie http://www.ngk.nl/ngp/
2007-2014 Persvereniging Opbouw