29 november 2002, jaargang 46, nummer 23
Artikel 004213
Turkije: een moslimland Maar ook een land van jonge christenen P. van Kampen Het was nog vroeg op dinsdag 29 mei 1453, toen de Turkse legers voor de grote stad Constantinopel begonnen aan hun beslissende bestorming. Zo'n achtduizend verdedigers, terzijde gestaan door ca. drieduizend Italiaanse vrijwilligers, moesten de ruim zes kilometer stadsmuur verdedigen tegen een aanvalsmacht die op honderd- tot honderdvijftigduizend man geschat is.
Dezen werden bijgestaan door een paar honderd oorlogsschepen; bij het beleg werd ook een aantal stuks (soms zeer) zwaar geschut ingezet. Verbeten hadden de belegerden in de afgelopen zeven weken elke Turkse aanval weten af te slaan en ze waren daarbij zó succesrijk geweest dat de belangrijkste raadgever van sultan Mehmet dringend geadviseerd had om het beleg maar op te geven.

Maar Mehmet, die later ‘de Veroveraar’ zou gaan heten, had koppig geweigerd en hij had gelijk gekregen. De nog zeer jonge sultan wist op die dag namelijk de meest prestigieuze stad van de Christenheid (wellicht Rome als enige uitzondering) in handen te krijgen.
‘Healoo hè polis’, schreeuwden de zeer in het nauw gebrachte Griekse verdedigers tegen elkaar, ‘de stad is genomen!’ In het laatste gevecht viel de laatste Oostromeinse keizer, Constantijn XI Paleologus Dragases. Een paar uur later reed de jonge sultan de stad binnen, via de poort die later de ingang van het Topkapi paleis zou worden. Vlakbij stond de grote monumentale Kerk der Goddelijke Wijsheid, de Hagia Sophia.
Hij steeg van zijn paard, betrad de kerk en gaf een imam opdracht vanaf de kansel de ‘Shahada’ uit te spreken, de islamitische geloofsbelijdenis: ’Er is geen God dan God en Mohammed is zijn profeet’. Vanaf dat moment was deze kerk, waaraan christen en niet-christen zich vergaapte, een moskee. Later werden er hoge minaretten omheen gezet, torens vanwaar de oproep tot het gebed werd gedaan. (Pas in de twintigste eeuw werd onder druk van de nieuwe Vader des Vaderlands, Kemal Pasha Atatürk, de moskee tot een museum omgevormd, dat jaarlijks miljoenen toeristen trekt.)

Zetel van glorie
Een Turks kroniekschrijver schreef in die dagen: ’Dat uitgestrekte land, die sterke, imposante stad werden van een nest van dwaling veranderd in een zetel van glorie. Door de bewonderenswaardige inspanningen van de gelovige sultan werd de kwaadaardige galm van de klokken der schaamteloze ongelovigen vervangen door de islamitische oproep tot gebed… De kerken die binnen de stad lagen werden ontdaan van hun verachtelijke afgodsbeelden en gezuiverd van hun vuile, onzuivere beeldenverering… De tempels van de ongelovigen werden veranderd in moskeeën voor de vromen en de lichtbundels van de islam verdreven de kwade machten van de plek, die al zo lang een verblijfplaats is geweest van die verachtelijke ongelovigen. En de lichtstralen van de dageraad van het ware geloof verjoegen de lugubere duisternis van verdrukking, want het machtswoord van de fortuinlijke sultan was oppermachtig in het bestuur van het nieuwe rijksdeel…’. 1)

Van bestemming veranderd...
Het lot van de christelijke kerkgebouwen na de Turkse verovering wordt ook duidelijk uit een boek dat ik afgelopen zomer in Istanbul gekocht heb.
‘Bepaalde byzantijnse kerken werden al heel snel na de verovering van Constantinopel in moskeeën veranderd.
De Kerk van de Heilige Wijsheid werd de Grote Moskee, die ook educatieve doelen diende. Een aantal andere kerken werd eveneens aangepast om als moskee of onderwijs centrum te dienen.
Het proces van omzetting van nog andere kerken in moskeeën ging met tussenpozen door tot aan het eind van de 17e eeuw; toen waren nog maar twee byzantijnse kerken in christelijke handen: de Kerk van de Heilige Vrede (Irene) en de kerk van de Heilige Maria van de Mongolen
(Mouchliotissa).’ 2)

Natuurlijk: oude christelijke kerken
Dan hebben we het over lang vervlogen tijden, maar het beeld is ook nu nog duidelijk. Turken zijn moslims en het christelijk geloof is voor hen de eeuwen door steeds de vijand geweest. Zoals ook het Westen eeuwenlang gewantrouwd werd. Maar nu zien we een niéuwe ontwikkeling. Sinds kort - zeg maar sinds de jaren '90 - bestaat er namelijk een inheemse Turkse Kerk. Dan heb ik het niét over ‘oude kerken’, zoals de Armeniërs, de Oost- of West-Syriërs, de Nestorianen, die eeuwen lang hun (vaak moeizame) bestaan hebben gesleten in een fundamenteel vijandige of op zijn best onverschillige omgeving.
Over die oude kerken zouden ook heel boeiende, en tegenwoordige vaak ook heel tragische verhalen te vertellen zijn. 3)

Maar ook ni.uwe christenen!
Dan hebben we het over mensen die binnen de Islam zijn opgegroeid en die uit families komen die generaties lang al moslim zijn geweest. Dan hebben we het over mensen die Protestant zijn, of zich ‘Evangelisch’ noemen. Een minieme groep, als je hen op hun aantal beoordeelt, duizend tot twee duizend mensen in een volk van zo'n 65.000.000… Maar ze ZIJN er! En dat is een wonder op zich. Het is bovendien, zoals gezegd, een nieuw werk van Gods Geest. Tot voor kort was er nagenoeg geen enkele etnische Turk die Jezus als Gods Zoon zou hebben beleden. En nu zijn ze er, in kleinen getale, maar toch. Ik heb in het verleden een paar keer hun kerkdiensten bezocht en eveneens enkele keren in een evangelische boekhandel, in Efeze en Izmir, rondgekeken; in elk van die gevallen tot mijn grote vreugde. Het is goed, voor hen én voor ons, als we hen tijdens vakanties in hun land, opzoeken.
Het is ook voor christenen hier die nooit naar Turkije gaan goed om van hun bestaan af te weten. Die ontwikkeling is namelijk fascinerendze heeft zich nog nooit voorgedaan!
Turken die het Evangelie aanvaarden, Christus als Verlosser en Heer erkennen, Hem als de Zoon van God gaan zien, het is geheel nieuw, en erg bemoedigend. Er zijn tenminste twee redenen om goed op deze ontwikkeling te letten. De eerste is redelijk voor de hand liggend: in bepaalde zin is Turkije ook ‘bijbels land’. Een aanzienlijk deel van het boek Handelingen speelt zich in Turkije af, en de zeven gemeenten die in Openbaringen 2 en 3 een brief van Christus, de Heer der Kerk, ontvangen, liggen op Turkse bodem. Waar eens ‘de kandelaar weggenomen is’ (of tenminste weggenomen lijkt) en - geestelijk - alleen harde, steenachtige bodem, waarop niets wilde groeien, te signaleren was, lijkt dat nu dus te veranderen.
Dat is een markante en zeer betekenisvolle breuk in de trend van de laatste vijfeneenhalve eeuw! Nu allerhande christelijke groepen ‘een Paulusreis’ maken of de zeven gemeenten op Turkse bodem met een bezoek vereren, is het goed om van deze situatie af te weten. Wellicht kan men eens overwegen bezoeken aan een (stellig piepkleine) Turkse gemeente in het programma op te nemen.
Nu zoveel christenen in ons land contact krijgen met Turkse medelanders, kunnen we ons ook beter op deze nieuw gegroeide situatie oriënteren.4)

Strategisch
Er is op zijn minst nóg een reden om op Turkije te blijven letten, zowel op de ontwikkelingen in het islamitische kamp na de recente monsterzege van de AK-partij, als wat op christelijk erf gebeurt. Ik heb het de laatste jaren een paar keer het voorrecht gehad om iets van de jonge christelijke Kerk in Oezbekistan (Centraal-Azië) te mogen zien. 't Is me herhaaldelijk opgevallen hoezeer de bevolking van Oezbekistan (en, naar ik hoor, ook in het genabuurde Kazachstan, Kirgizië en Turkmenistan) zich oriënteert op de situatie in het grote Turkije, met zijn verwante taal en cultuur. Niét op de Saoedi's, wier geld men wil, maar nauwelijks hun Korans en zeker niet hun islamitische bemoeizucht. Niet op de zoveel meer nabije Iraniërs, met hun verderfelijke moslimse revolutie. Niet op de Afghanen of Pakistanen, met hun overdadige gewelddadigheid uit naam van de Islam. Nee, in die landen is de gerichtheid op de Turken, die van hun kant soms dromen van een Groot-Turks Rijk, zoals dat er, in elk geval in de fantasie, geweest is. Ook de ontwikkelingen van een inheemse christelijke Kerk zou voor deze hele regio, die zich uitstrekt tot in West- China, van het grootste betekenis kunnen zijn. Het is belangrijk dat christenen in het Westen zich bewust zijn van het geweldige potentieel van de Turkse natie en ook, onder Gods leiding, van de pas ontstane Christelijke kerk. Als er namelijk op Turkse bodem een authentiek-turkse Kerk ontstaan zou, was dat een geweldige morele steun voor onze broeders en zusters in Centraal-Azië, getalsmatig in even kwetsbare positie als hun Turkse geloofsgenoten. Ook zij zijn door ‘de zee van Islam’ omgeven.

Redenen genoeg dus...
Vanwege deze en andere overwegingen vind ik het belangrijk dat wij in ons land ook kennis nemen van de ontwikkelingen in Turkije. Dat we van een ‘vijandbeeld’ af moeten, als we over Turken denken, is wel het eerste maar er is nog zeveel meer te doen.
Actieve steun geven is op diverse manieren mogelijk. Het project van Tatil Evi, waarover u elders in dit blad lezen kunt, is zo'n vorm van steun. Maar er zijn er natuurlijk ook meer. Ik zou best bereid zijn mee te denken, als u dat wenst.

1. Geciteerd uit Bernard Lewis. Istanbul en de Wereld van het Ottomaanse Rijk. Bulaaq. Amsterdam. 1992. pp.9-14.
2. Süleyman Kirimtayif. Converted Byznatine Churches in Istanbul. Their Transformation into Mosques and Mashids Yayinlari. Istanbul. 2001. p.i van de Inleiding.
3. Zie b.v. het fascinerende boek van William Dalrymple, From the Holy Mountain, in het Nederlands verschenen onder de titel: In de Schaduw van Byzantium. Uitgeverij Atlas. Amsterdam. 1999.
4. Adressen van christelijke gemeenten in Turkije, nu een kleine veertig in verschillende delen van het land, zijn via het Internet te vinden.
2007-2014 Persvereniging Opbouw