13 december 2002, jaargang 46, nummer 24
Artikel 004242
Indrukken uit een andere wereld (1) En Bethlehem lag in Noord-Korea P. van Kampen Wat ons na landing het eerst opvalt op het vliegveld van Pyongyang is het cordon van militairen dat onmiddellijk het vliegtuig insluit. Het zijn veelal zeer jeugdige soldaten, kinderen nog.
Ook valt op het bepaald meer dan manshoge portret van de inmiddels 8 jaar geleden gestorven Kim il Sung op de gevel van de ontvangsthal. In de dagen die komen krijgen we veel mogelijkheid met de gelaatstrekken van de Leider vertrouwd te raken!… Kim il Sung is óveral, op straathoeken, gevels van openbare gebouwen, speciale wanden met schilderingen of mozaïeken en niet te vergeten: op de speldjes die elke Noordkoreaan op zijn/haar kleding draagt, als uiting van het feit dat Kim il Sung in hun hart leeft. Het is verplichte dracht…

Brede wegen en weinig verkeer.
We hebben onze bekendheid met marcherende en vrolijk ogende boeren en arbeidsters kunnen opvijzelen, een volk dat opgetogen tegen de Grote Held Kim il Sung opkijkt en tegen hem aanschurkt.
In bijna alle andere landen zijn deze snorkende voorbeelden van ‘socialistisch realisme’ de deur uitgedaan, maar in dit land gedijt deze officieel goedgekeurd ‘kunst’ nog in hoge mate. De hele wereld heeft zich helaas van de democratische Volksrepubliek Noord-Korea afgescheiden… 't Is daarom zaak om de boze buitenwereld op een afstand te houden.

In de Pyongyangse metro en op vele andere plekken in de hoofdstad maar ook erbuiten zijn ze te vinden: de propagandastukken voor 't goede leven in de Heilsstaat, oorlogszuchtige afbeeldingen die duidelijk maken dat het volk van Noord-Korea pal staat tegen iedere imperialistische agressor die het de verworvenheden van Het Socialisme zal willen ontroven. Vader Kim il Sung en Zoon Kim Jong il kijken je overal aan. In Noord-Korea treffen we namelijk het nagenoeg laatste voorbeeld van de inmiddels overal op aarde verder uitgestorven Leiderverering. En zoals te doen gebruikelijk, heeft die ook hier zéér sterke religieuze trekken.

Kinderen
Bijna onmiddellijk valt ons ook op hoe breed de wegen zijn en hoe weinig verkeer zich erop bevindt. Ik betwijfel of op aarde enige andere hoofdstad te vinden is die zó weinig last heeft van luchtvervuiling of filevorming! Het is aandoenlijk om zulke grote alleeën te zien, waar op elk kruispunt in het wit geklede politie-agenten (veelal vrouwen) niet-bestaand verkeer staan te regelen… Samen met de jonge vrouwen die op tien meter afstand van elkaar het goede reilen en zeilen van de Pyongyangse ondergrondse staan te garanderen lijken de agenten voorbeelden van verkapte werkeloosheid. Overigens wordt ons onmiddellijk ingeprent ‘dat 't volk van Noord-Korea er niet van houdt om te worden gefotografeerd’. Dat moge zo zijn - we hebben voorbeelden daarvan gezien - de eerste leden van de bevolking die we echt ontmoeten is een grote groep ‘Pioniers’ (dus leden van de alomtegenwoordige Noord-Koraanse jeugdbond, met hun rode halsdoek, wit overhemd of blouse en blauwe broek of rok) en die wilden maar wat graag op onze foto's! Onze gidsen staan wat machteloos tegenover de gretigheid van al die kinderen, zodat we binnen een uur na aankomst een grote dosis Noord-Koreanen op de gevoelige plaat hebben vastgelegd.

Later op onze reis zien ze die kinderen ook in andere hoedanigheden. Er is plotseling gelegenheid om een ‘Children's Camp’ te bezoeken. Het is een en al (para)militaire training wat de klok slaat; we zijn ooggetuige van zeer gezwollen en bombastisch vlagvertoon, marcheren in ganzepas (met alle associaties aan totalitaire dictaturen die de wereld onlangs met zoveel moeite is kwijtgeraakt) en groeten van het beeld van de Leider. De Bijbel blijkt nog weinig van zijn actualiteit te hebben ingeboet; de ‘vurige oven’ van de vrienden van Daniël hebben we niet gezien, maar het beeld dat vereerd diende te worden staat er wel zéér zichtbaar bij… De onderlinge verwisselbaarheid van dictaturen van politiek ‘links’ en ‘rechts’ is eens te meer duidelijk: dit had de Hitler-Jugend kunnen zijn die ‘mit den Fahnen hoch, die Reien fest geschlossen’ zich aan de buitenwereld wil vertonen...
Naast het zien van alle ijver, en soms verbetenheid waarmee die vrolijk geklede jongens en meisjes zich gedragen, zich uitsloven om goedkeuring van hun leiders te verwerven, is 't wel bemoedigend te zien met hoeveel plezier velen van hen terug zwaaien, als ze langs ons komen marcheren.
Ze ervaren ons kennelijk niet automatisch als de vijanden die te vuur en te zwaard en te bajonet bestreden moeten worden.

Devotie rond 'de stal'
Was het (pseudo)religieuze karakter nog niet duidelijk genoeg geweest bij al die beelden en de manier waarop de jonge generatie opgevoed wordt, dan was het wel gebleken bij een bezoek aan de geboorteplaats van Kim il Sung, vlakbij hoofdstad Pyongyang.
Het dorpje Mangyongdae, waar op 15 april 1912 de Grote Leider geboren werd, is met de grond gelijk gemaakt.
Het huisje in kwestie, een boerderijtje, waar de leider het levenslicht heeft aanschouwd, is als enige overgebleven.
Het ligt nu in een fraai aangelegd park, waar zachte muziek uit de struiken klinkt, als we over het pad ons naar het Koreaans ‘Bethlehem’ begeven.
Gidsen die daar - uiteraard - in enige aantal aanwezig zijn, blijken priesteressen te zijn, dienaressen van een cultus, in hun lange zwarte rok en witte blouse. In devote sfeer wijzen ze op het huis, de stallen, de werktuigen die in de schuur staan opgesteld, de voorraadpotten die moeten aangeven hoe armelijk de omstandigheden van de latere Grote Leider wel zijn geweest. Het is alles onderdeel van een eredienst. Laat niémand suggereren dat dit een atheïstisch land is! Het is, integendeel, een volk met één Leider en één god, dat zich terneerbuigt voor een vergoddelijkte Leider en zijn Zoon.
Dit is hier een cultusplaats, in de Religie van ‘de Koreaanse God’, die weliswaar overleden is, maar die desondanks voortleeft in het hart van het volk van Noord-Korea. Er is al melding gemaakt van de verplichte speldjes voor de hele bevolking, met de beeltenis van Kim il Sung of zijn zoon. De gepaste devotie die we in de buurt van de Stal van Mangyongdae opmerken in de lichaamstaal van vele Noord-Koreanen, die hoogst gedisciplineerd hier hun opwachting komen maken, bevstigt het opnieuw; in een lange rij en in volkomen stilte gaan ze op naar de Plek. Het betreft een religieuze pelgrimage.

'De Pakjespaleizen'
Precies diezelfde sfeer is er ook bij ‘De Pakjespaleizen’ van de Leiders die in de berghelling zijn uitgehakt op zo'n 160 km. afstand van de hoofdstad.
Over de brede en verder uitgestorven wegen leggen we die afstand af in de tevoren aangekondigde anderhalf uur!
Naast een beroemd Boeddhistisch kloostercomplex liggen hier weer twee heilige plekken van de cultus. Ook op deze plaats devote lichaamstaal bij ‘pelgrims’ die de bus uitstappen - het zijn er honderden.
Een streng verbod om de wachters te fotograferen hoor ik te laat en zo heb ik juist een van deze gardisten, onbeweeglijk als een wassen beeld, op de foto gezet. Gelukkig krijg ik er geen bonje mee; dat was immers heel goed mogelijk geweest.
Brede en hoge marmeren gangen brengen ons in 150 grote zalen, waar de schatten van de koningen der aarde zijn binnengebracht. Kim il Sung, de onvergelijkelijke Leider is immers door ieder weldenkend wereldleider als een groot Genie (h)erkend. Vandaar die ca. 250.000 cadeaus die hier zijn bijeengebracht; digitaal wordt het aantal eenmaal per jaar bijgewerkt. Wie hebben de grootheid van de Leider (h)erkend en Hem gehuldigd? Stalin en opvolgers, Maozedong en latere Chinese leiders, Ho Chi Minh (Vietnam) en Norodom Sihanoek (Cambodja), veelal kameraden. Verder gerespecteerde regeringsleiders als Nicolae Ceausescu, Muammar Gaddafi, Robert Mugabe en ander tuig. Niemand in 't veelkoppige publiek die die leiders kent, laat staan hun internationale reputatie. Zij doen zich tegoed aan de eer die via de Leider ook hen, de socialistische Voorhoede, ten deel valt. Wij kijken helaas met heel andere ogen naar dit alles; naast een paar uiterst fraaie geschenken, is de drakerigheid van een groot deel der cadeaus niet gauw te overtreffen! Ik snap best dat giftgevers deze zooi graag kwijt wilden… Dit is echter niet primair een protserig paleis (alles van enige omvang in dit land heet overigens een ‘paleis’), dit is een Tèmpel! Dat blijkt, als we voor de deur van de voornaamste zaal van onze gidsen instructie krijgen. (De gidsen moeten tegelijk steeds onze bewegingen controleren en de van hogerhand verplichte propaganda spuien.) Het dringende consigne is dat we in deze ruimte vooral niet mogen spreken. Dat beloven we uiteraard.
We stappen opnieuw een grote en hoge zaal in; de wanden één vitrine met heerlijkheden die de Leider ontvangen heeft en zo belangeloos aan 't Volk ter beschikking heeft gesteld.
Een groot deel van de ruimte wordt echter in beslag genomen door een soort ‘tableau’: een heuvellandschap met de zo in tel zijnde rozerode struikjes.
Net als bij ons in het Panorama Mesdag is de achtergrond geschilderd.
We zien in de verte een hemelsblauw meer en de contouren van de vele bergen die Korea rijk is. Temidden van fraaie natuur staat echter de Leider Himself, een wassen pop van Kim il Sung, in een keurig westers pak en stropdas. Hij kijkt met een uitnodigende blik in de ogen en met min of meer open armen de toeschouwers aan. Ik heb onmiddellijk de associatie met Christus' woorden: ’Komt allen tot Mij, die vermoeid en beladen bent en Ik zal u rust geven’. De sfeer is er ronduit religieus. Hier staat geen regeringsleider, maar een Verlosser, de Messias! Een paar leden van ons reisgezelschap zeiden later dat ze een heel heftige ‘geestelijke’ reactie hadden ervaren. Iets dat ze alleen als ‘demonisch’ konden omschrijven. Ik kan dat zelf niet helemaal zo benoemen, maar wel snap ik heel goed wat ze bedoelen.
Hier staat immers een mens die zich letterlijk een goddelijke status heeft aangemeten. Een heel volk van 20 miljoen mensen pikt dat signaal op, reageert erop, bewijst de pop en de Leider die daarachter schuilgaat eer, precies zoals de geestelijke wezens die dáár weer achter zitten het willen.
In dit ‘geestloze’ land zijn de boze geesten stellig zeer actief. En wat een onverdunde Tragedie is dat! Wat heeft het dat volk ook ellende gebracht…

Een van de meest gesloten landen ter wereld is het Stalinistische Noord-Korea.
Sinds het einde van de Koreaanse Oorlog, een kleine vijftig jaar geleden, leidt het een teruggetrokken bestaan, met weinig diplomatieke banden met het buitenland. President Bush heeft het één van de drie landen van ‘de As van het Kwaad’ genoemd. Zeker zo belangrijk: volgens opgave is er geen land ter wereld, waar de religieuze grondrechten méér systematisch worden geschonden; voor Christenen alsook aanhangers van andere religies is er géén plaats! Onze broeders en zusters zuchten onder een zéér onbarmhartig regime! Pieter van Kampen is er onlangs geweest en doet in twee artikelen verslag van leven in dat ver weg gelegen land.
2007-2014 Persvereniging Opbouw