5 juni 2009, jaargang 53, nummer 12
Artikel 000427
Column Daders en slachtoffers oog in oog Jeannette Westerkamp Peter was lid van een jeugdbende die vooral op plasmaschermen uit was. Ze haalden de dingen razendsnel uit woonhuizen. Hij belandde in een politiecel. Daar hoorde hij een agent zeggen dat een doodziek kind wakker had gelegen in een van de huizen waar ze hadden ingebroken. Ze was de volgende ochtend gestorven. Peter kwam ontredderd in de gevangenis aan. Hij had zich nooit gerealiseerd wat inbraken voor gevolgen kunnen hebben voor mensen. Hij had zijn geweten gesust met de gedachte dat de verzekering het wel vergoedt.
Een verontrustend gebrek aan voorstellingsvermogen! Ons strafrecht werkt dat in de hand. Kan een inbreker schuld afbetalen door vast te zitten? Al gauw, ook met hulp van de advocaat die zoveel mogelijk verontschuldigingen vindt, en de officier die alles zo groot mogelijk maakt, voelt hij zich vooral slachtoffer. De vraag ‘Hoe kan ik dit goed maken?’ verandert in: ’Hoe red ik mezelf?’ Slachtoffers roepen om strengere straffen. ‘Ik heb jaren last van de overval, de dief zit maar eventjes’, zeggen ze. Het is uit balans.

Jeannette Westerkamp.
Op het moment zijn er experimenten met herstel-recht. Met zorg worden dader en slachtoffer voorbereid op een ontmoeting,als ze dat willen. Vaak samen met andere voor hen belangrijke mensen. Je hoort ontroerende verhalen van de moeder van dader en slachtoffer die elkaar huilend in de armen vallen. Een vrouw die onder schot werd gehouden bij een overval op een tankstation zei na de ontmoeting met de dader: ’Het ging hem niet om mij, ik stond gewoon in de weg en hij schaamde zich dood toen hij me zag!’ Dat was blijkbaar een antwoord op de vraag: ’Waarom is dit mij overkomen?’ In andere landen en gebeurt dit al veel regelmatiger en in sommige niet-westerse culturen is het de normale manier van rechtspreken.

Ik lees een boek over Rwanda As we forgive van C.C. Larson. In 1994 zijn in honderd dagen meer dan 80.000 mensen vermoord. In 2003 liet men 60.000 van de 85.000 moordenaars vrij uit de overvolle gevangenissen. Alleen mensen die hun schuld erkenden en zeiden spijt te hebben. Stel je voor: 60.000 moordenaars in een land waar alle mensen familieleden hebben verloren in de genocide! Waar moeten ze heen? Rwanda is erg dicht bevolkt.
Ik lees hoe de dorpsbewoners in een kring onder een boom zitten. Een vrouw vertelt huilend van de moord op haar man en kinderen. De dader zit met het hoofd in de handen en hoort het aan. Dan vertelt hij wat hij heeft gedaan en hoe het hem spijt. Hij zwijgt. Iedereen kijkt nu naar de vrouw. Wat moet ze zeggen? Het is lang stil. ‘Het is genoeg dat je weet wat je gedaan hebt’, zegt ze dan en steekt een hand uit naar de man. Ik ben perplex. Ze zegt niet dat ze vergeeft. Dit is het begin van de waarheid die vrij maakt. De gemeenschap bedenkt vervolgens wat de dader kan doen om de slachtoffers te helpen. Er worden huizen gebouwd, geholpen met de oogst. Dat gaat door, want veel slachtoffers zijn verminkt. Duizenden mensen nemen deel aan zulke gacaca’s, volksrechtbanken. Misschien hebben ze geen keus, misschien wachten ze hun tijd af om wraak te nemen. De toekomst zal het zeggen. Maar vooralsnog werkt het. Mensen leven samen en krijgen de tijd te werken aan hersteld vertrouwen.

Wat is het grootste wonder, vraag ik me af; dat de daders onder ogen kunnen zien waartoe ze in staat waren in die dagen dat de duivel regeerde in Rwanda? Of dat mensen met de moordenaars van hun geliefden samenleven en werken? Voor beide groepen is er geen liefde groot genoeg dan de liefde van Christus zelf.

Jeannette Westerkamp is parttime justitiepredikant namens de NGK in Houten.
2007-2014 Persvereniging Opbouw