12 oktober 2001, jaargang 45, nummer 20
Artikel 004402
De Armeniërs (1) P. van Kampen Eind 301, precies 17 eeuwen geleden, nam de Armeense vorst Tiridates III het christelijk geloof aan. Armeniërs beroemen zich erop ‘het eerste christelijke volk in de geschiedenis’ te zijn, met een eigen cultuur, een eigen taal en schrift, alsook met een eigen theologie en liturgie. Voor de meeste Armeniërs vallen de grenzen van volk en godsdienst nagenoeg samen!
Voeg daar nog bij dat wellicht geen enkel christelijk volk in de loop der eeuwen zo vervolgd is als de Armeniërs en we hebben redenen te over om bij deze mijlpaal (en dat is het stellig!) stil te staan.

Ruïne Armeense kerk in Ani
Net als de Joden heeft ook het volk der Armeniërs immers een ‘Diaspora’ gekend; ze zijn verspreid over het ganse rond der aarde! Net als de Joden hebben de Armeniërs een ‘holocaust’ gekend, al is die tot op de dag van vandaag omstreden. Turken hebben in de oorlogsjaren 1915-1916, wel degelijk ‘de eerste genocide van de moderne tijd’ in gang gezet, ondanks de heftige ontkenning ervan, tot op de huidige dag.
Sindsdien is er ook een schandelijke strijd geweest tegen het Armeense culturele erfgoed. Het is aangrijpend te zien hoeveel kerken en kloosters, juweeltjes van architectuur, slachtoffer zijn geworden van agressie of van onverschilligheid...

Precair
Armenië is een land van hoge bergen, vooral van de Ararat (Oost-Turkije, vlakbij de grens met Iran. Ook is er het schilderachtige Van Meer. Het is een seismisch gevoelige regio, zoals vele ingestorte gebouwen laten zien en zoals ook uit de geschiedenis bekend is. Ook politiek was de ligging van het land precair: ingeklemd tussen politieke grootmachten als Medië en Perzië aan de ene kant, en Romeinen aan de andere kant. Later is er eeuwenlang gevochten tussen Constantinopel/Byzantium en de Perzen. Daarna kwamen Arabieren met hun nieuwe religie de Islam. Kruisvaarders, Mongolen, Turken en Koerden volgden hen.
Steeds moesten de Armeniërs slag leveren om het eigen territorium tegen invallers te verdedigen, met wisselend resultaat. Ze kennen nu alleen zelfstandigheid in de voormalige Sovjetrepubliek Armenië, waar het leven niet bepaald florissant is.

Hoe het begon
In 331 voor Christus werd Armenië een zelfstandig koninkrijk met een eigen dynastie, die van de Artaxiden. De beroemdste koning in de rij was Tigranes II, de Grote, die van 95-55 v. Chr. regeerde.
Tigranes heeft met succes de blik naar het Westen gericht in plaats van naar het Oosten, waar ook grote en oude culturen bestonden of bestaan hadden: Assyrië, Babylon, Meden en Perzen.
De komst van het Christelijk geloof heeft die westwaartse blik alleen maar versterkt. Het heeft Armenië definitief een plek gegeven binnen de Westerse cultuurkring in plaats van de Oosterse, wat op zich ook heel goed denkbaar zou zijn geweest.

Een 'apostolisch' Christelijk geloof
Na de val van de Artaxiden werd Armenië geregeerd door buitenlanders. In het jaar 59 van onze jaartelling kwam echter een tweede Armeense dynastie aan de macht; Arsaki-den bezetten bijna vier eeuwen de troon. In die periode viel de belangrijke beslissing om het christelijke geloof aan te nemen.
De Boodschap van het Evangelie zou oorspronkelijk door twee apostelen, Thaddeüs en Bartholeüs, naar Armenië zijn gebracht. Thaddeüs' naam wordt ook genoemd in de stad Edessa, nu Urfa, een niet-armeense stad wat verder naar het Zuiden. In de eerste Kerkgeschiedenis, van bisschop Eusebius uit de vierde eeuw, wordt gemeld dat koning Abgar(us) V van Edessa met Christus zou hebben gecorrespondeerd; de vorst, die ziek was, nodigde Christus uit om naar zijn rijk te komen en hem te genezen. Als antwoord schrijft Christus, volgens Eusebius: ’Gelukkig bent u, Abgar, omdat u in Mij geloofd hebt zonder Me te zien. In uw schrijven vroeg u of Ik naar u toe wilde komen; Ik moet echter alle dingen waartoe ik gezonden ben hier volvoeren. Nadat deze zaken volbracht zijn, zal Hij, die Me gezonden heeft, Mij weer ontvangen.
Nadat ik opgenomen ben, zal Ik u één van mijn discipelen sturen; die zal u van uw kwaal genezen en de uwen leven schenken.’ (boek I.10) Volgens de traditie zijn twee leerlingen, Thaddeüs & Bartholomeüs, ook daadwerkelijk gekomen. Voor Armeniërs is hun Kerk daarmee voluit een ‘Apostolische’ Kerk, met wortels in het vroegste christelijk verleden en een directe lijn naar Christus Zelf. Er is geen (theologische of culturele) afhankelijkheid van Rome of Antiochië of zelfs Jeruzalem!

Vervolging
Met het beslissend aanvaarden van het Evangelie, tweeëneenhalve eeuw later, maakte veelgodendom dat verwant was aan de religie van Iran en Griekenland, plaats voor geloof in Christus.
Voordat ‘t zo ver was, kende ook Armenië golven van vervolging. Vanaf het begin werd de christelijke godsdienst door leden van het Armeense vorstenhuis aangehangen. De dochter en zuster van koning Sanatruk, prinses Sanducht en prinses Oguhi, hoorden tot de eerste gelovigen in het land. Toen ze ondanks druk van vader cq broer het geloof in Christus niet wilden opgeven werden de zogenaamde ’H-of-christenen’ ter dood gebracht. Ook de twee apostelen zouden in die tijd, tussen 65 en 68 AD, ter dood gebracht zijn.
Thaddeüs' graf wordt nog in Iran aangewezen, waar het nog steeds een bedevaartcentrum is, maar Bartholomeüs' graf in Baskale (Turkije) is in de woelingen van de Eerste Wereldoorlog, toen de Armeense genocide plaatsvond, -verwoest en verloren gegaan.
Er zijn in de eerste eeuwen ook martelaren gevallen, onder andere: de Heilige Akakios en 10.000 soldaten en de Heilige Gayiane en Hripsime met 38 andere nonnen Vooral prinses Hripsime is bekend geworden, een mooie en aantrekkelijke jonge vrouw die een huwelijks-aanzoek van koning Tiridates III (298-330) afwees. Ze koos voor de maagdelijke levensstaat, een houding die door veel tijdgenoten aangenomen werd en in die periode vele martelaressen opgeleverd heeft. In zijn boosheid beval de koning haar en ook andere nonnen te doden. Tiridates werd vervolgens ziek, maar Gregor de Parthiër genas hem.
Deze Gregor, zoon van koning Anak van Parthië, was in Caesarea in Cappadocië opgeleid. Gregorius is de Armeense historie ingegaan als Gregor ‘de Verlichter’; hij bracht het licht van het Evangelie naar Armenië. Samen met zijn zonen Aristakes (325-333) en Vrthanes (333-341) heeft Gregor de Verlichter in Armenië het Evangelie onder de bevolking verbreid en ook kerken gesticht.
Een van zijn nakomelingen, Nerses de Grote (353-373), stichtte ziekenhuizen, huizen voor bejaarden, armentehuizen en opvang voor gehandicapten; ook schreef hij veel over ethische en kerkelijke vraagstukken.

Een eigen cultuur
De monnik Mesrop Mashtot, tevoren militair bevelhebber en hofkanselier, ontwikkelde een nieuw schrift, waarbij hij wel van tekens uit omliggende landen gebruik maakte, maar toch vooral een eigen bijdrage leverde. In 406 was hij klaar. Met Patriarch Sahak de Parthiër, koning Vramshapuh en een aantal priesters was hij bovendien druk met literaire activiteiten.
Zo werd de Bijbel in het Armeens vertaald; het project was in 435 klaar.
Het gaf de stoot tot wat heet ‘de Gouden Eeuw van de Armeense Taal’.
Ook later zijn er bloeiperioden geweest; er ontstond een rijke schat aan gezangen voor de Armeense liturgie.
Liederen van Metropoliet Stephanos (rond 700) worden nog gezongen.
Vanaf een heel vroeg moment hebben het Christelijk geloof en de inheems-Armeense cultuur bij elkaar gehoord.
Ook nu nog speelt de Armeense Apostolische Kerk een hoofdrol in het nationale en culturele leven.
Er kwam een eigen tijdrekening; wil men die naast de Westerse jaarteling leggen, dan moet er 551 jaar bij worden opgeteld. Het verhaal is natuurlijk wel wat ingewikkelder…

Omzwervingen van de katholikoi
De katholikoi, de geestelijk leiders, resideren in de loop der tijd steeds op verschillende plaatsen; overal waar zij verbleven ontstond een centrum van kerk en cultuur: Etsmiadzin is de eerste zetel, maar van 485 tot 898 is het de plaats Dvin; daarna, tot 946 is het o.a. Achtamar, een eiland in het Van Meer. Weer later (946-1044-1062) zetelde de patriarch een tijd in de stad Ani, nu een imposante ruïnenstad met buitengewoon fraaie kerken; na diverse omzwervingen zetelde de Katholikoi van 1293-1441 in Sis, de hoofdstad van een zelfstandige Armeense staat in Cilicië, veel verder naar het Westen.
Een en ander zegt ook wel wat over de politieke lotgevallen van het Armeense Rijk.

Afscheiding: eeuwenlang kerkelijk isolement
Rond 450 woedde een hevige (en ongelijke) strijd tegen het rijk van de Parthen/Perzen. Terwijl men op leven en dood tegen die meedogenloze vijand streed, werd in 451 in het tegenover Byzantium gelegen Chalcedon (aan de Aziatische oever, het huidige Kadiköy) een belangrijke en in zijn afloop dramatische kerkvadergadering gehouden over de vraag hoe men precies Christus' Twee Naturen moest verstaan. De Armeniërs konden door oorlogshandelingen niet ter vergadering aanwezig zijn, maar toen ze het hoorden, konden ze zich niet verenigen met de aldaar aanvaarde Christologische verklaring!
Daarmee kwamen ze op gespannen voet te staan met de Byzantijnse, Griekse en Romeinse Wereldkerk. Dat lot deelden ze trouwens met de Kopten (zowel Egyptenaren als Ethiopiërs), de Nestorianen en andere kerken in het Midden-Oosten. Het theologische conflict over Christus’ Persoon verlamde de Kerk in de tijd dat de Islam in de regio opdook. Er was tussen de christelijke gemeenschappen zoveel wantrouwen of onbegrip dat men elkaar niet of te weinig geholpen heeft. De Islam heeft zo in korte tijd enorme terreinwinst kunnen boeken… De Perzen hadden overigens de cruciaal belangrijke slag gewonnen en probeerden de Armeniërs tot aanvaarden van hun Zoroastrische geloof (geloof in de elementen, vooral het vuur) te pressen. Die bleken daartoe niet bereid en hun standvastigheid in geloofszaken was voor de Perzische koning Valadsh (of Walarsh, 484-488) aanleiding om in hun godsdienst hen vrij te laten.

De Islam
In de 7e eeuw kreeg Armenië te maken met de Islam. Arabische legers veroverden de regio, maar lieten de Armeniërs in godsdienstig opzicht ongemoeid. In die tijd kreeg het land een nieuw koningshuis, dat van de Bagratiden.
Koning Ashot I (885-890) werd zowel door Byzantium als door de Arabieren erkend. In de periode van de Bagratiden (885-1045) heerste er in het algemeen rust. Het aantal kloosters nam toe en de literatuur bloeide. De Armeense bouwkunst, die in de periode van de 4e-6e eeuw eigen trekken kreeg en in de 6e en 7e eeuw bloeide, maar toen stagneerde, kreeg weer glans. Uit die periode stammen de beroemde kerk op het eilandje Achthamar en de kerken en kathedraal van Ani. Wat een schitterende bouwkunst, diverse eeuwen voor ‘onze’ Romaanse of Gotische kathedralen. Welk een schitterende cultuur had Armenië toen!

P.S. Dit artikel en ook het volgende zijn een bewerking van een langere reeks in het blad ‘Bijbel en Wetenschap’.
2007-2014 Persvereniging Opbouw