26 oktober 2001, jaargang 45, nummer 21
Artikel 004420
De Armeniërs (2) P. van Kampen Als we Armeniërs associëren met emigratie en vervolging, dan klopt dat. Lang voor de twintigste eeuw was dat het geval. In 580 kwamen 10.000 Armeense soldaten op Cyprus aan, door de Byzantijnse keizer Mauritius krijgsgevangen gemaakt, nadat ze ‘onder dwang’ in het Perzische leger gediend hadden. Ze bleven op dat eiland steken.
In de jaren 1062-4 bereikte een grote Armeense emigratiegolf Bulgarije en Roemenië. Byzantium veroverde grote delen van het Armeense gebied en deporteerde hele bevolkingsgroepen.
Toen Byzantijnse troepen in de belangrijke Slag bij Manizikert tegen de Seltsjoeken, een Turkse stam, de nederlaag leden (1071) en de Armeense gebieden weer moesten afstaan, kwam een grotere volksverhuizing op gang.
Cilicië, het gebied rond de stad Tarsus, en een groot stuk van de Balkan kreeg met de Armeniërs, te maken, die er een goed heenkomen zochten.

Vijf eeuwen later was het opnieuw raak. Een Armeense legerleider, Kara Yazidji, was in 1603 in opstand gekomen tegen zijn Turkse meesters.
Gesteund door Armeense deserteurs uit het Turkse leger in Hongarije, deed hij een poging om de stad Edesa/Urfa te bezetten. Toen deze actie mislukte, werd de Turkse grond vele Armeense bewoners te heet onder de voeten.
Oorlogsgeweld en hongersnood waren meestal redenen voor het vertrek.
Vooral in Bulgarije vonden de Armeniërs meestal een goed heenkomen. Het was een veilig plekje voor Armeniërs, meestal.

Polen
In de elfde eeuw begon een immigratiebeweging die tenslotte Polen bereikte.
Het Armeense vorstenhuis der Bagratiden hield op te bestaan; via streken in Roemenië, Moldavië of Oekraïne bereikte een aanzienlijke groep Armeniërs het huidige Polen. In 1344 en 1356 werd door Koning Casimir aan de Armeense kolonie in Kamenec en Lvov (Duits: Lemberg) een aantal privileges geschonken. In 1367 kreeg men zelfs een eigen Armeense bisschopszetel!
Ook andere Oosteuropese regio's kregen met Armeense ‘asielzoekers’ te maken.
Daarnaast waren de Armeniërs vaak goede zakenlieden die zich ook in West-Europa vestigden. In Amsterdam hebben ze al sinds de 18e eeuw een eigen kerk. Lissabon kent het imposante Gulbekian Museum, dat is nagelaten door een rijke Armeense oliemagnaat.
Zo zou veel meer te noemen zijn.

Jeruzalem en het Midden-Oosten
Nog veel ouder dan die Armeense gemeenschappen in Oost-Europa is de Armeense gemeenschap in de oude stad van Jeruzalem: er zijn een eigen woonwijk, eigen kerken en kloosters en een totale infrastructuur. De prestigieuze Jacobuskerk staat daar: de onthoofde apostel, broer van Johannes (zie Handelingen 12) zou daar begraven liggen. De Armeniërs beheren ook een gedeelte van de Heilige Grafkerk; ze zijn in de loop der eeuwen min of meer van ‘de begane grond’ aldaar verdreven – andere contingenten van gelovigen: Grieks-Orthodox en Rooms-Katholiek bleken numeriek veel sterker - en zijn letterlijk ‘ondergronds gegaan’.
Diverse ruimtes onder de grond hebben ze in beheer: vooral het oude Golgotha (als het Golgotha ìs, natuurlijk.) Wie de enorme Kerk bezoekt moet maar eens onder geleide van een Armeense gids die onderaardse ruimtes goed bekijken.
Er is ook een aanzienlijke Armeense gemeenschap (geweest) in het Midden-Oosten. Naast geestelijke leiders in Istanbul, Etsmiadzin (in de Armeense Republiek) en Jeruzalem zetelt de vierde katholikos in het Syrische Latakìa.
Veel Armenen zijn in de laatste eeuw uit Iran, Irak, Syrië of Libanon naar het Westen geëmigreerd. Vanaf het einde van de 19e eeuw, toen diverse wraakacties van Turken en Koerden Armeniërs het leven zuur maakten (waarbij het geweld niet van één kant kwam, overigens) zijn zeer velen naar West-Europa of de Verenigde Staten vertrokken, waar nu grote groepen Armeniërs wonen. De genocide van de jaren 1915-1916 heeft begrijpelijkerwijs diepe sporen in het Armeense bewust-zijn nagelaten. Want ondanks heftige Turkse beweringen van het tegendeel is die grote slachtpartij helaas wel een historisch feit.

Het Koninkrijk Cilicië
De Armeniërs zijn buiten hun eigen stamgebied overal te ‘gast’ geweest, zou je kunnen zeggen. Op één gebied na: het naar het Westen van het huidige Turkije gelegen Cilicië, rond Antiochië, Tarsus en Adana. In de middeleeuwen heeft daar een bloeiend Armeens rijk bestaan.
Na de val van Ani in 1045, die de neergang van Armeense zelfstandigheid markeerde, trokken veel Armeniërs uit de regio weg, zoals gezegd naar Oost-Europa of mediterrane streken.
Men slaagde er echter in een nieuwe samenleving te stichten in Cilicië. Prins Ruben stichtte in 1080 een nieuwe staat die in vele opzichten ‘op westerse leest geschoeid was’. Op 6 januari 1198 werd een van zijn nazaten, Lewon, in de stad Sis gekroond tot koning van Cilicië en in die hoedanigheid ook door de Byzantijnse en de Duitse keizer erkend. Het was de tijd der Kruisvaarders; de erkenning van zijn positie door zelfs de keizer van een verafgelegen rijk was niet zonder betekenis.
Lewon, die tot 1219 regeerde, stichtte een Armeens rijk dat het tweehonderd jaar uithield. In Cilicië kwam ook de kunst tot enige bloei, met name miniatuurkunst.
De Armeense boekverluchtingen, die al eerder zeer fraai waren geweest, werden ook in Cilicië buitengewoon mooi geproduceerd.

Geestelijk imperialisme van het Westen
Door contacten met Kruisvaarders kwam de oriëntatie van het Armeense geloof weer ter sprake; er waren besprekingen om tot kerkelijke eenheid met het Westen te komen, maar de samensprekingen zijn nooit geslaagd; de kloof, die bij het Concilie van Chalcedon (451) werd geslagen, is later nooit overbrugd.
De opvattingen en ook de belangen bleken te verschillend. De middeleeuwse Pausen zetten daarbij veel ‘troepen’ in om de Armeniërs en Syriërs weer onder hun gezag te krijgen. In Cilicië, maar ook in Noord-Armenië en Georgië arriveerden Franciscanen in aanzienlijke aantallen, terwijl Dominicaanse paters naar ‘Groot-Armenië’ en Perzië vertrokken. Geestelijke agressie tegen een weerloos volk! Van de weeromstuit gingen ook de Armeniërs zelf veel aandacht geven aan geloof en geloofsopbouw: de stichting van hogescholen moest intellectuele ontwikkeling stimuleren; centra van die religieus-intellectuele beweging waren de kloosters. De voormannen van de beweging waren uiterst bezorgd over de overlevingskansen van hun Kerk met zijn eigen unieke en historische karakter. Mede in verband daarmee werd bepleit dat de zetel van de Katholikos weer terugkeerde naar de oorspronkelijke plek: Etchmiadzin.
Dat gebeurde in 1441.

Vervolging en genocide
Dan komt het lange tragische relaas van de Armeniërs onder Ottomaans/ Turks bewind dat hartverscheurend zou eindigen in dood en ondergang.
Niet dat het altijd even troosteloos is geweest. Integendeel! De Armeniërs hebben het binnen het Ottomaanse ook heel goed gehad. Sommigen klommen op tot posities van verantwoordelijkheid en rijkdom. Bepaalde sectoren van de handel waren bijna geheel in Armeense handen, zoals zij ook een belangrijk deel van theaterleven en amusement in de hoofdstad Istanbul domineerden. Maar het eindigde allemaal zo tragisch. Oneindig triest, verdient dit verhaal uitvoeriger vermelding, op een andere plaats. Het heeft de twintigste eeuwse Armeense Diaspora in gang gezet, een volk voor wie nog geen terugkeer naar het aloude stamland gloort... Als we de aardbol rondgaan, zullen we maar weinig volkeren vinden met een grootser cultureel verleden én met somberder toekomst. Maar dit jaar is er desondanks wat te vieren: de Armeense Kerk, de oudste nationale kerk ter wereld, bestaat 17 eeuwen!

Ani en Akdamar
Twee plaatsen moeten zeker worden bezocht, als men in Oost-Turkije op reis is: de (ruïne)stad Ani en de kerk op het eiland Achtamar in het Van Meer.
Het zijn beide bloeiplaatsen van Armeense cultuur: adembenemend imponerend in schoonheid en veelal hartbrekend triest in teloorgang en (systematische?) verwaarlozing.
Ani is hoofdstad van het Armeense Rijk geweest. Ani’s val in 1045 luidde de algehele teloorgang van het Armeense volksbestaan en cultuur in (zie boven).
De spookstad ligt ligt nagenoeg tegen de grens met de Republiek Armenië, voormalig Sovjet gebied. Een groot bord bij de stadspoort in het Turks en in (abominabel slecht!) Engels meldt dat het streng verboden is om foto’s te maken in de richting van de grens; niet dat daar ièts te zien is! Een enkele Armeense uitkijkpost valt te ontwaren, als je over het zeer uitgestrekt terrein loopt.
De stad zou vroeger zeker honderdduizend inwoners gehad hebben en ook honderd kerken!
Het glooiende terrein, begroeid met stevig gras en bezaaid met talloze stenen, ligt aan de rivier die nu de grens markeert. De stroom is in eerste instantie niet te zien; zij heeft een weg uitgesleten in de verschillende steenlagen; het is een wonderschone slenk, die door slechts één (nu ingestorte) brug werd overspannen. Er is nog slechts een klein aantal kerken intact.
De Kathedraal, die midden op het terrein staat, is nog steeds overweldigend!
De zuilen die omhoogrijzen zouden heel goed voorlopers van de latere Gotische stijl kunnen zijn. Het valt nog na te voelen hoe imposant die in de bloeitijd moet zijn geweest. Verval van deze stad betekent nu echter groot verlies voor de wereldcultuur, die zeker voor een deel aan de Turkse overheid te verwijten valt. Wat zou het goed zijn, als er eens redding daagde voor de overgebleven kerken, b.v. die uitzinnig fraaie Kerk van Gregorius die aan de kloof van de rivier staat en andere prachtige kerken vlakbij de uitgang van de stad.
De andere plek die een absolute ‘must’ is is het eiland Achtamar, dat in het ver naar het Oosten gelegen Van Meer te vinden is. Ook dit is een bouwwerk uit de tiende eeuw, van de hand van bouwmeester Manuel, die van de kerk en het paleis dat voor Koning Gagil Artunsi I op het eiland gebouwd werd, een monument van haast onaardse schoonheid maakte.
Ten tijde van de bouw namen de aanvallen van de Seltsjoeken (Turken) in hevigheid toe. Het Rijk van Byzantium stortte ‘als een kaartenhuis in’ De Armeense koning besefte dat zijn rijk het laatste christelijke bolwerk in de regio was. Op een eiland zou hij relatief veilig zijn voor de Turken, die wel veel verstand van paarden hadden, maar niet van schepen en van strijd op het water. Hier zou hij dus (relatieve) rust hebben. Manuel heeft van zijn kerk een buitengewoon fraai geheel gemaakt. Fresco’s binnen en – vooral – bijzonder verfijnd reliëfwerk aan de buitenkant. Adam en Eva in de Hof van Eden, Christus en zijn Moeder, allerlei voorstellingen van de meest uiteenlopende vogels en dieren. Wat is het móói! Onvervangbare schoonheid van evident christelijke geïnspireerde bouwkunst. Een mooiere plek dan Akdamar (zo spel je ‘t ook) heb ik in heel Turkije niet gezien!
2007-2014 Persvereniging Opbouw