6 maart 1998, jaargang 42, nummer 5
Artikel 004822
Het hindoeïsme P.J. van Kampen Op het moment dat ik dit schrijf zijn de Indiase verkiezingen nog niet beëindigd, laat staan beslist. Het is mogelijk dat er geen eenduidige uit slag zal komen, maar evenzeer is het op dit moment mogelijk dat de Hindoepartij BJP opnieuw sterk uit de bus zal komen. Dat is althans de vrees die vooral moslims en christenen in India hebben geuit. Beide groepen hebben in een land dat door fundamentalistische hindoes geregeerd wordt niet zo veel goeds te verwachten. Het kan, zoals gezegd, ook wel anders gaan uitpakken dan het hier geschetste scenario, maar feit is dat in het huidige India het hindoeïsme een politieke factor van betekenis is. In die situatie staat ook voor de Kerk van Christus wel het een en ander op het spel. Reden om meer op het hindoeïsme te letten. Los van die mogelijke verwikkelingen is het wel eens goed aandacht te vragen voor het hindoeïsme. De laatste dertig jaar heeft ze zich nadrukkelijk tot een wereldgodsdienst ontwikkeld.


Een van de aardigste plekjes van India voorzover ik dat land echt gezien heb, vind ik 'the Waterfront' van de enorme havenstad Bombay, aan de Westkust. Grote zeeschepen liggen een hele of halve mijl buitengaats; kleine cruisescheepjes voor toeristen en andere vletten varen bedrijvig af en aan. Op een landtong staat .the Gateway to all India", een soort ereboog die wat lijkt op de Parijse Arc de Triomphe of de Boog van Marbie Arch in Londen. Destijds is hij speciaal voor de ontvangst van het Britse koninklijk paar neergezet. ('Het keizerlijk paar' moet ik eigenlijk zeggen, want in het toenmalige Brits Indië, 'De Parel in de Kroon', waren de Britse monarchen officieel Keizer en Keizerin.) Als je van de haven door de Poort verder loopt, is het eerste dat je opmerkt (behalve uiteraard de bedrijvigheid van venters van allerhande waren) een beeld van Swami Vivekenanda.
Deze 1ge eeuwse Hindoeleider die bij het zgn. 'Wereldparlement der Religies', in 1894 in Chicago bijeengekomen, een diepe indruk achterliet, is altijd een van de bekendste vertegenwoordigers van het Hindoeïsme gebleven, zo niet haar bekendste apologeet. Ik heb het, toen ik daar stond, symbolisch gevonden: als je de 'Toegangspoort tot Geheel India' doorgaat moet je, op je tocht naar 't hart van India, eerst langs de persoon van Vivekenanda en daarmee van zijn religie: het Hindoeïsme.

Een wereldreligie
De religie die wij als het Hindoeïsme kennen was tot voor kort bijna uitsluitend te vinden in India en Nepal. In de vorige eeuw is een aanzienlijke migratie van Indiërs op gang gekomen, naar alle werelddelen. (Zo zijn aanzienlijke contingenten in Suriname terechtgekomen en b.v. ook in Zuid-Afrika.) Emigratie is ook in onze eeuw doorgegaan.
Indiase gemeenschappen zijn op vele plaatsen te vinden, in Hongkong en Zuid-Amerika net zo goed als in het Westen.
Bovendien is vanaf de jaren '60 een groot aantal (al of niet officiële) verkondigers van deze religie uitgezwermd naar alle kanten. Mensen die zich bewust Hindoe noemen of diepgaand door de leer van die religie gestempeld zijn, vindt men tegenwoordig op alle continenten. Om beide redenen kan men daarom met meer reden dan voorheen het Hindoeïsme een 'wereldreligie' noemen.

Moeilijk (be)grijpbaar
Het valt niet mee om dit Hindoeïsme goed te leren kennen. Die moeite wordt in de eerste plaats veroorzaakt door de enorme omvang van India, een land dat van Noord tot Zuid zich even ver uitstrekt als je in Europa reizen moet van de Noordkaap tot Zuid-Sicilië. Regionale varianten op het Hindoeïsme zijn niet te tellen! Een tweede reden is dat het zich al minstens dertig eeuwen geleden in de regio genesteld heeft en ook dat draagt bij tot de immense variëteit en (letterlijke) veelkleurigheid van deze religie. Als er nu een religie of denksysteem moeilijk te omschrijven is, dan wel het Hindoeïsme! Het is een zeer veelvormig complex aan opvattingen, een bonte verscheidenheid aan rituelen en een wirwar aan uitingsvormen. Talloze goden zijn er: 144 miljoen! Sommige goden, zoals Visjnoe en Sjiva, Rama en Krisjna, en ook godinnen als Parvati en Kali/Durga worden overal vereerd. In de staat Maharashtra, waarin Bombay ligt, wordt Ganapati (die ook Ganesh heet) speciaal vereerd: een dikbuikig mannetje met een olifantskop. Andere goden valt alleen lokale verering ten deel.
"Het gedachtegoed van welke religie dan ook samen te vatten is al heel moeilijk; in het geval van het Hindoeïsme is het echter geheel onmogelijk", stelt de Britse hoogleraar John Bowker, die een knap boek schreef over de verwerking van het Lijden in de diverse wereldreligies. Hij vervolgt: "Het is de essentie van het Hindoeïsme dat er zeer veel manieren zijn om een bepaalde zaak te bekijken, die geen van alle het gehele beeld laten zien, maar die wel alle stuk voor stuk volstrekt legitiem zijn.
Je kunt een beeld vanuit vele ooghoeken bekijken. Elk aspect helpt ons om beter te begrijpen hoe dat beeld echt is, maar geen enkel aspect helpt ons om het geheel van het beeld te doorgronden; nog veel minder is het zo dat onze beschouwing van het beeld, die altijd maar vanuit een ooghoek tegelijk mogelijk is, 'het beeld zelf' oplevert."
Zoals je een beeld kan bekijken in termen van het materiaal waaruit het vervaardigd is, de ruimte die het inneemt, de schoonheid die het overdraagt, en op nog heel andere wijzen, "kan ook het heelal worden beschouwd en beschreven in een schier oneindige veelheid van manieren, die ieder volmaakt juist en gewettigd is vanuit het standpunt van de toeschouwer, maar die niet noodzakelijkerwijs het totaalbeeld oplevert." Het Hindoeïsme bestaat dus niet! Een bezoek aan het overweldigende India of Nepal zal ons dat snel doen beseffen.

Geen 'openbaringsgodsdienst' in onze zin
Het Hindoeïsme is nauwelijks een 'openbaringsreligie' te noemen in de zin die Christenen daaraan geven. Het Hindoeïsme is heel duidelijk een religieus systeem dat 'van onderop' de werkelijkheid van God probeert de doorvorsen. Allerlei wijzen hebben in de eeuwen die achter ons liggen al tastend gezocht of ze de werkelijkheid van 'God' mochten leren kennen.
Daarom bestaat er binnen de Indische religie geen enkelvoudige wijze waarop 'God' zich aan de mens laat kennen. Er is derhalve geen eenduidig Godsbeeld in het Hindoeïsme te vinden. Het beeld dat Hindoes van 'god' of 'het goddelijke' hebben wijkt ook nogal af van wat Christenen bedoelen, als ze over God spreken! Naar ik denk is het goed om hier onze verkenning van de onbekende religie te starten. Laat ik dat dan doen aan de hand van twee zaken die blijken samen te hangen.

a. Eén!
Misschien is het profijtelijk de verkenning te starten bij het denken van de wijze Shankara, die in de negende eeuw leefde. Deze geldt als de grondlegger van de 'Advaita'-richting. De eerste letter 'a' in dat woord betekent 'niet' of 'on-', zoals ook in het aan het Sanskriet verwante Grieks het geval is (zie 'a-technisch', 'a-muzikaal' of 'analfa beet' , etc.). 'A-dvaita' betekent: 'niet-twee'. (Deze lettergreep 'dva' betekent in het Russisch twee, zoals 'duo' in het Latijn, 'deux' in het Frans, 'due' in het Italiaans, etc. (Juist bij de telwoorden zie je verwantschap tussen talen van de Indo-Europese taaltarntlie.) In de opvatting van Shankaracharya, zoals hij ook wel heet, is de hele Werkelijkheid één! Er is dus geen tweeheid.
Alles wat bestaat, hoe verscheiden ook, is uiteindelijk en fundamenteel één, een Goddelijke Werkelijkheid.
Met gepaste voorzichtigheid kan men die (kosmische) Eenheid 'God' noemen, in het Sanskriet 'Brahman'. Brahman is de naam die we geven aan het totaal van al het Zijnde. Binnen de Eenheid van het AI, het Absolute, is natuurlijk de bonte verscheidenheid van alle verschijnselen te treffen: mensen, dieren, planten en dingen; oceanen, de lucht, rotsen, rivieren, leven en dood, licht en donker, alles wat we als mensen verschillend of zelfs tegengesteld achten. De diepe Eenheid van het AI wordt door ons mensen, die van die Eenheid deel uitmaken, vaak volstrekt niet (ond)erkend. We beseffen de diepe Eenheid van 'god' niet! Zoals (om een vreemd voorbeeld te nemen) onze witte bloedlichaampjes niet lijken te beseffen dat ze deel uitmaken van ons, zijn mensen en dieren zich van hun 'goddelijke essentie' niet bewust. In die diepe, de ganse Werkelijkheid omvattende Eenheid horen alle verschijnselen fundamenteel bijeen. De mensen en dieren horen bijeen: zie de milieu- en diervriendelijkheid van zoveel (om die reden ook vegetarische) Indiërs. Ze vereren koeien als heilige dieren, ze laten apen langs de klepels van klokken in hun tempels zwieren, ze laten na om ratten die toch een groot deel van de oogst vernielen, met verdelgingsmiddelen naar het leven te staan. Er is immers een diepe 'Eénheid'! Het valt op dat de goden niet alleen zijn neergedaald in mensengedaante, maar soms ook in de gestalte van dieren: de aapgod Hanoeman of de al genoemde Ganapati met zijn olifantskop. In 'aller dingen eenheid' is aan de mens geen unieke of exclusieve plaats (als een op unieke wijze naar 'Gods beeld' gemaakt wezen) vergund. In de unieke Eenheid van alle dingen worden verschijnselen die onze wetenschap of verbeelding (onder)scheiden onlosmakelijk aan elkaar verbonden. In de hogere Kosmische Eenheid is er geen uiteindelijk verschil tussen 'mannelijk en vrouwelijk'.Dag en nacht, licht en donker, dood en leven, ja zelfs goed en kwaad zijn niet de absolute tegenstellingen die mensen ervan hebben gemaakt! Wij maken onderscheid tussen dood en leven en doen alsof het ene goed en het andere kwaad is. In zichzelf is de dood echter niet slecht, en het leven niet goed. Wij maken die dood slecht! Wij beladen (ontluikend) leven met schoonheid en aantrekkelijkheid!
Er is geen reden de dood te vrezen en er is geen reden buitensporig aan het leven te hechten. (Op dit punt zouden Boeddhisten zich nog forser uitspreken: alle leven wordt gekenmerkt door lijden!) In de Uiteindelijke Realiteit zijn ze echter één!

b. Mystiek!
Het tweede element om te noemen is de neiging van Hindoes om te zeggen dat we deze Hogere Werkelijkheid niet met onze vijf zintuigen kunnen waarnemen, en ook niet met onze ratio, ons menselijk kenvermogen. Het is een Werkelijkheid die voorbij zintuigen en ons 'wakend bewustzijn' of onze logica ligt. Men krijgt zicht op die Werkelijkheid, er toegang toe, via yoga en meditatie. Gebruikelijke menselijke kenwegen, in het Westen zo hogelijk geprezen en optimaal gebruikt bij toepassing in onze wetenschap en onze techniek, worden in het Oosten van geringe waarde geacht. "Logica is zwart licht", zei een van de goeroes eens, een pracht van een paradox.

De Uiteindelijke Werkelijkheid ligt ook voorbij de grenzen van de (menselijke) Taal! Men kan er niet wezenlijk over spreken in het (zoveel lagere voertuig van de menselijke) taal. Eenheid moet worden ervaren, rechtstreeks, niet door bemiddeling van de taal gebrekkig worden gecommuniceerd. Het bekende verhaal van de vier mensen die een olifant moeten beschrijven geeft dat aan. Vier mensen, die allen geblinddoekt zijn, moeten een olifant beschrijven. De een beschrijft een poot, de tweede een slurf, de derde een staart en de vierde de oneindige romp! En vervolgens beginnen ze te bakkeleien over de vraag wie gelijk had. Het antwoord is: allemaal hebben ze gelijk! Het probleem is niet dat die olifant niet elk van die (deel)waarheden is, 't probleem is dat degenen die beschrijven een blinddoek voor hebben ... Ze hebben ten onrechte de illusie dat hun 'kennis' van een klein stukje olifant het hele verhaal is. Ze hebben de illusie dat ze hun gebrekkige kennis kunnen verabsoluteren.
'De Werkelijkheid van de Olifant' omvat echter élk van hun beschrijvingen, omvat zelfs veel van wat ze ook samen niet hebben ontdekt. Ook alle tegenstellingen die ze in hun beschrijvingen ervaren (ze gaan bijna op de vuist om de 'leugens' die de anderen vertellen) blijken oplosbaar, als ze de hele Olifant maar kenden!
Daar zien we een andere reden waarom dit denken in het Westen populair geworden is: het leidt immers tot grote tolerantie, tot verdraagzaamheid t.o.v. visies die van de onze afwijken. Zo wordt geloof in de Kosmische Eenheid, in een 'god' die geen Schepper is, op vele wijzen onder ons uitgedragen. Het wordt een aantrekkelijke visie gevonden, die ons verder helpt.

Noot: 1. John Bowker. Problems oJ SuJfering in the Religions oJ the World. Cambridge University Press. paperback 1980.
p. 193.
2007-2014 Persvereniging Opbouw