22 januari 1999, jaargang 43, nummer 2
Artikel 004855
1. Het Vlees is Woord geworden! Was Lukas een betrouwbaar historicus? P.J. van Kampen Van alle Bijbelboeken moesten de Handelingen der apostelen wel het diepste onder het juk van de historiserende exegese door. De auteur Lucas werd versleten voor ’de eerste kerkhistoricus’ en de teneur van het boek zou iets zijn in de trant van: hoe het evangelie groot is geworden van Jeruzalem weg naar het eeuwig Rome toe. De Handelingen der apostelen zijn parabels van het Koninkrijk.
Hemelsoet & Touwen1)

Weinig boeken hebben me het afgelopen jaar meer geïrriteerd en tot tegenspraak geprikkeld dan het boek over Handelingen dat geschreven is door Ben Hemelsoet en Klaas Touwen.
Handelingen, Lucas ten tweeden male heeft als ondertitel: Parabels van het Koninkrijk en is uitgekomen bij Boekencentrum te Zoetermeer in 1997. Ik heb sinds het lezen van ds. Hans Stolps boek over zijn ”Verlichtende Ervaringen” geen enkel boek meer van zoveel driftige uitspraken in de kantlijn voorzien als dit boek...
Hemelsoet, Roomskatholiek emeritus hoogleraar Nieuwe Testament, en Touwen, Hervormd predikant met een taak bij het Nederlands Bijbel Genootschap, ”beschouwen de tekst van Handelingen allereerst als goed gecomponeerde verhalen en iets minder als geschiedschrijving”, zegt het bijgeleverde persbericht. Ze ”laten zien dat Lucas zijn evangelieverhaal herhaalt in Handelingen. Lucas vertelt over Paulus alsof het over Jezus gaat.”

Volgens de auteurs is Lukas’ werk historisch niet betrouwbaar: ”De Handelingen zijn geen verslag van toentertijdse gebeurtenissen, alhoewel veel van wat erin beschreven is de schijn van geschiedenisverhaal in zijn schild voert. Het boek is op de wijze van geschiedenis geschreven, maar ook de Handelingen schrijven zichzelf.” (14) Een uitspraak van vergelijkbare aard: ”Wij hebben geen andere toegang tot Petrus en Paulus dan een literaire werkelijkheid, die wellicht minder historie in haar schild voert dan veelal wordt aangenomen.” (6) Nog een citaat: ”Van alle Bijbelboeken heeft men tot op de dag van vandaag de Handelingen der Apostelen het diepst onder het juk van de historiserende exegese door laten gaan. In feite is de chronologie van het Nieuwe Testament grotendeels op de Handelingen gestoeld. Vervolgens worden de Handelingen aan diezelfde tijdbalk gemeten. De slang bijt in zijn staart.” (11)

Feiten?
Wat is hier aan de hand? Lukas, schrijver van Handelingen, wekt de indrukvoert ook de pretentie - dat zijn werk, zowel zijn Evangelie als ’t boek Handelingen, ons betrouwbare geschiedenis biedt. Als mens uit de Oudheid kent en onderschrijft hij de 20e normen op het gebied van geschiedschrijving uiteraard niet. Dat wil echter niet zeggen dat hij geen idee over betrouwbaarheid zou hebben. De openingswoorden van zijn Evangelie spreken klare taal: ”Aangezien velen getracht hebben een verhaal op te stellen over de zaken die onder ons hun beslag hebben gekregen, gelijk ons hebben overgeleverd degenen, die van het begin aan ooggetuigen en dienaren van het woord geweest zijn, ben ook ik tot het besluit gekomen, na alles van meet aan nauwkeurig te hebben nagegaan, dit in geregelde orde voor u te boek te stellen, hoogedele Theofilus, opdat ge de betrouwbaarheid zoudt erkennen der zaken, waarin gij onderricht zijt.” (Lukas 1:1-4) Het gaat niet aan te suggereren dat voor iemand in die tijd ”nauwkeurig” iets anders betekent dan voor ons, of dat ”betrouwbaarheid” een heel andere principiële inhoud zou hebben dan voor mensen in de twintigste eeuw. De vraag is dus uiteindelijk: Is het werk dat Lukas levert betrouwbaar of niet? In dat woord ”betrouwbaar” is ook het element van ”historisch betrouwbaar” aanwezig.
Voor alle duidelijkheid, als de Oude Kerk al de traditie kende dat Evangelie en Handelingen van Lukas afkomstig zijn, die in Kolossenzen 4:14 ”de geliefde geneesheer” heet, dan heb ik zelf geen behoefte daar grote vraagtekens bij te plaatsen. Zelfs al zou Lukas niét de schrijver zijn (wat men vaak heeft beweerd, maar nooit afdoend heeft kunnen bewijzen), dan verandert daarmee helemaal niets. Noch aan boek noch aan de pretentie dat ”Lukas” nauwgezet werkte en betrouwbare geschiedschrijving beoogt, wordt op enigerlei wijze afbreuk gedaan.
Dat er allerhande bronnen zijn voor de Evangeliën mag bewezen worden geacht. Dat er zogenaamde uitspraken van Jezus, ”logia”, bestonden wordt tenminste gesuggereerd in Paulus’ uitspraak op het strand van Milete, als hij zegt dat men ”zich de woorden van de Here Jezus (moet) herinneren: het is zaliger te geven dan te ontvangen.” (Handelingen 20:35) Die uitspraak komt in de Evangeliën niet voor! Dat is dus allemaal niet aan de orde. Wat aan de orde is, is de vraag of Lukas ”betrouwbaar” is geweest.
”Nee”, zeggen Hemelsoet en Touwen op die vraag. Wat dat betekent zien we o.a. bij hun bespreking van Handelingen 2:44, waar we lezen hoe de Jonge Kerk in Jeruzalem alles gemeenschappelijk had. ”Hetgeen hier verteld wordt is niet zozeer beschreven geschiedenis, verslag van wat er toentertijd al of niet geschied is in de gemeente van Jeruzalem, als wel veeleer profetische beschrijving van hetgeen gehoopt wordt dat eens geschiedenis zal worden; het is geen documentaire, maar profetisch vergezicht.” (40,41) Niet waar gebeurd dus, simpel gezegd.

Een ”literaire werkelijkheid”?
In het boek Handelingen zien we, zo zou je toch denken, een inzicht in het leven van de Jonge Kerk. Je komt mensen tegen van vlees en bloed. Het Woord is (ook in hen) vlees geworden.
Kijk ik daarentegen naar de opvattingen van Touwen en Hemelsoet, dan gaat voor hen om een ”literaire werkelijkheid”, om ”goed gecomponeerde verhalen”, en niet om ”toentertijdse gebeurtenissen”. Hun eigen suggestie, al wordt die vragenderwijs geformu leerd, luidt dan ook: ”Is het te gewaagd om de conclusie te trekken dat de Handelingen ook gelezen mogen worden als evenzovele parabels betreffende het Koninkrijk Gods?” (16) Het boek Handelingen wordt in de handen van Hemelsoet en Touwen tot een serie parabels (gelijkenissen). Handelingen wordt op deze manier primair een tekst; het historische karakter van het boek wordt van zijn betekenis ontdaan, ”vervluchtigd” tot een cyclus voorlezingen die in het Kerkelijk Jaar passen. Voor hen geldt niet dat ”het Woord vléés geworden”, maar, integendeel: ”het vlees is woord geworden”!
Een volle, dynamische, werkelijkheid vol dramatiek wordt tot een boeiend document voor studie door serene Bijbelgeleerden.

Mijn simpele vraag aan de schrijvers luidt: ”Hoe wéét u dat zo zeker? Is uw scepsis ten aanzien van de tekst - de tekst puur als tekst - goed onderbouwd?
Hoe komt dat u zelfs niet de moeite doet het historisch gehalte van de tekst te onderzoeken?” Ik citeer een uitspraak in hun boek ”Voor alle duidelijkheid: het historisch onderzoek en zogenaamde gegevens, data, kunnen en moeten de aandacht scherpen, moeten de lezer alert houden, om met des te meer aandacht zijn blik te wenden naar hetgeen geschreven staat.” (15) Ook hier blijkt weer hun onuitroeibare voorkeur voor de tekst als tekst.
Mijn vraag is dan: Hoe krijgt die opvatting in de praktijk gestalte? Is Handelingen primair ”een oude tekst”, waarop naar harte lust liturgische of kerkhistorische, exegetische of filologische ideeën losgelaten kunnen worden? Je krijgt de indruk dat alles mag, mits je maar niet gelooft dat het verwijst naar gebeurtenissen die écht hebben plaats gehad! Ik vind dat simpelweg vooringenomen - en, eerlijk gezegd - ook bepaaldelijk niet erg wetenschappelijk.

Als Hemelsoet en Touwen alleen stonden in hun kritische visie, dan zou ik me er niet zo druk om maken. Ze staan echter in een inmiddels omvangrijke en respectabele theologische traditie, die men wellicht nog steeds het best als ”redactie-kritisch” kan omschrijven. De opvattingen t.a.v. de betrouwbaarheid van Handelingen kan men m.i. het meest verbinden met Duitse theologen als Hanns Conzelmann en Haenchen, maar veel meer namen vallen te noemen.

De inzet
De inzet is duidelijk. Lukas zelf voert de pretentie dat hij gebeurtenissen beschrijft die hij zelf heeft meegemaakt of uit door hem betrouwbare geachte bronnen vernomen heeft. Het gaat om feiten, om zaken die ”historisch betrouwbaar” zijn. (Met permissie laat ik hier een aantal wat technische definities achterwege van wat ”feiten” zijn.) Twintig eeuwen later wordt, door zeer achtenswaardige en nauwgezette geleerden die de tekst minutieus willen bestuderen, verklaard dat Lukas’ weergave niet betrouwbaar is. Wie heeft er nu gelijk? En kan dat gelijk door ons nog worden achterhaald?
Om mijn eigen handdoek in de ring te gooien, drie seizoenen heb ik met mijn EO-collega Pim v.d. Hoff op lokatie programma’s over ’t boek Handelingen gemaakt. We zijn in Jeruzalem geweest, maar ook in Antiochië, in Salamis en Paphos op Cyprus, Antiochië in Pisidië, Iconium, Troas, Efeze, Milete, Tarsus, Filippi, Thessaloniki, Berea, Athene en Korinthe en Kenchreeën. (We moeten nog naar Kreta, Malta en Rome.) We hebben het land gezien en de mensen die er nu wonen ontmoet. Waar, eerlijk gezegd, bij ons geen ernstige twijfel over de betrouwbaarheid van Handelingen bestond, heeft die serie reizen bij ons beiden de overtuiging verdiept dat Handelingen in hóge mate betrouwbaar is en Lukas een betrouwbare getuige mag heten! Op nagenoeg alle plaatsen waar het tot nu toe toetsbaar geweest is, bleek ”Lukas” betrouwbare gegevens te vermelden!

De ”oppositie”
Hoewel in onze tijd oude termen als ”vrijzinnig”, ”rechtzinnig” c.q. ”bijbelgetrouw” niet steeds gemakkelijk hanteerbaar zijn, (ze moeten steeds worden her-ijkt) mag je stellen dat auteurs als Hemelsoet en Touwen meer tot het eerste dan tot het laatste kamp gerekend kunnen worden. Opvattingen en vooronderstellingen die m.i. onvoldoende door argumenten ondersteund worden, (het zijn kennelijk vanzelfsprekende axioma’s, die niet meer bewezen hoeven te worden!) horen tot een school van Bijbelkritiek die teruggaat op vooral Duitse theologie-beoefening en geleid heeft tot een bepaalde ”traditie”.
Er zal toch niemand zijn die meent dat ”dogmatisme” alleen in theologisch-conservatieve kring zou voorkomen?
Ik krijg vaak de indruk dat veel van de opvattingen die binnen die ”alternatieve orthodoxie” voorkomen zich daar hebben kunnen nestelen, omdat menige ”moderne” en ”kritische” geleerde in zijn geschriften niet of nauwelijks reageert op de ”feiten”, b.v. recente archeologische vondsten, maar zich haast uitsluitend richt op geschriften van collega’s en voorgangers in de eigen academische kring!
Ze lijken daarin op de Vader van alle vrijzinnige Schriftstudie, de negentiende eeuwse geleerde Julius Wellhausen, van wie eens werd gezegd: ”Hij heeft zo lang geleefd in de papieren wereld van samenstellers en redactors dat hij het contact met de echte wereld om ons heen verloren heeft”. 2)

Natuurlijk: een boodschap!
Net als vele andere zaken in het Nieuw Testament is ook de betrouwbaarheid van Lukas als historicus nogal eens betwijfeld. Was hij geen evangelist? Had hij geen (verborgen) agenda? Heeft dat hem niet ertoe gedrongen zogenaamde ”feiten” zodanig neer te zetten dat ze zijn doel dienden?
Kunnen we Lukas’ weergave daarom wel echt geloven? Kunnen we zijn relaas het predikaat ”historisch betrouwbaar” toekennen?
Inderdaad had Lukas zijn bedoelingen.
Hij wilde ongetwijfeld de christelijke boodschap zó brengen dat mensen vertrouwen zouden gaan stellen in de Here Jezus Christus. Lukas’ Evangelie wil ongetwijfeld aantonen dat alleen in Jezus Christus mensen verlossing wordt geboden.
Uiteraard wilde Lukas die conclusies nadrukkelijk in zijn boek voor Theofilus ”neerzetten”. Hij heeft een bedoeling met zijn lijvige tweedelige werk. De vraag waar het om draait is: als iemand een bepaald doel heeft met een werk, verdraait hij dan noodzakelijk de feiten om zijn argumenten kracht bij te zetten? Dat is de suggestie van (vooral Duitse) Nieuw-Testamentici in de laatste halve eeuw. Daarbij speelde mogelijk twijfel mee over al wat ”voorwetenschappelijk” was. Was er wel reden énige historieschrijver te vertrouwen die vóór onze eigen tijd heeft geleefd? Kan zo iemand wel de juiste opvattingen over wat waar en wat betrouwbaar is hebben gehad?

1 Achterflap van hun boek Handelingen; Lukas ten tweeden Male.
2 J.Stalker, ”A Revolution in New Testament Criticism”; Expos, 8th ser. 20, 1920; p. 352.
2007-2014 Persvereniging Opbouw