20 maart 1998, jaargang 42, nummer 6
Artikel 004889
2. Vele heilige boeken Het Hindoeïsme P.J. van Kampen Het hindoeïsme heeft niet slechts één opvatting over de Waarheid, maar laat vele opvattingen toe, heb ik de vorige keer betoogd. Het heeft evenmin een ‘gesystematiseerde’ visie op de Realiteit. Dat blijkt uit de vele soorten geschriften die onmogelijk tot één “Dogmatiek” terug te voeren zijn.

Als we de Brahrnana's, Purana's en Soetra's even overslaan, is er noodzaak stil te staan bij drie collecties geschriften, die uit verschillende perioden stammen: de Veda's, Oepanishads en de Bhagavad Gita. Deze keer hebben we het over de eerste twee.

1. De Veda's
De vroegste gewijde geschriften zijn de Veda's, die geleerden dateren tussen 1200 en 1000 V.Chr. (of tussen 1200 en 800) De Veda's zijn vier grote werken met vooral Hymnen en Gezangen ter ere van de goden. Het Sanskriet woord 'Veda" is verwant aan ons woord "weten". Het gaat om kennis en wetenschap in die boeken. De Veda's lijken niet echt het land India of het Indische volk op het oog te hebben.
De bekendste en vermoedelijk ook oudste is de Rig-Veda: vooral gebeden en gedichten worden opgedragen aan goden en pitris, de voorouders. De Yajur-Veda bevat vooral spreuken om bij offers uit te spreken. De Sama-Veda werkt de inhoud van de Rigveda in methodische zin uit. De Atharva-Veda bevat bezweringen en ook vervloekingen.

a. Persoonlijke, wispelturige goden
In de Veda's worden tenminste 33 goden aanbeden; er zijn er echter meer, volgens geleerden. Sommige zijn bekend, zoals de .regen- en dondergod Indra; of Varuna (Varoena), god van hemel en van dag en nacht. Rudra is de stormgod, maar ook doder van mensen. Agni is god van het vuur en wellicht de belangrijkste van de oude Indische goden. Yama is god van dood en dodenrijk en ook, heel fascinerend, is er de schemerige Dyaush-Pitar, wel gelijkgesteld met de "Deus Pater" van de Romeinen, de onkenbare 'Vader" van de hele godenwereld. (Hadden de oude Indiërs op de een of andere wijze weet van een Schepper God, die onze Vader wil zijn? Deze goden heten de Deva's: de stralenden.
Ze moeten de macht met elkaar delen en zijn per definitie dus niet almachtig. De gedachte dat ook goden aan beperkingen onderhevig zijn is aan de orde door het gegeven dat onder de stralenden twee dokters aanwezig zijn; konden ook de goden dan ziek worden? Opmerkelijk is ook een geval van polyandrie: twee goden deelden dezelfde vrouw.
Ze zijn ook - op twee uitzonderingen na (Varuna en Yama) niet zo erg ethisch! Wie "morele heiligheid" nastreeft moet niet bij deze goden te rade gaan of hun voorbeeld volgen, hebben critici gesteld.
Gebeden om vergeving van zonde zijn relatief zeldzaam in de Rig-Veda; veel vaker gaat het om bezit of voorspoed: "Geef ons, 0 Indra, hoop op schone paarden ..en varkens in duizendtallen."(1.29) 'WEt'éldden om regen, uw gave (Mitra) en onsterfelijkheid."(V.63) Voor de bier drinkende, vlees etende, krijgslustige en ookÎevenslustige Indiërs van die tijd, de Ariërs, kunnen de goden ons helpen bij het vinden van het goede leven op aarde en dan van een eeuwig tehuis.

b. Hunkering naar "eeuwigheid"
Want er is ook dit ontroerende gebed: "0 Pavamana, plaats me in die wereld zonder dood, die onvergankelijke wereld, waarin het licht van de hemel is geplaatst, en waar eeuwig schijnsel is. Maak me onsterfelijk in dat rijk van diepe wens en krachtig verlangen, die streek van de gouden zon, waar voedsel en volle genieting worden gevonden. Maak me onsterfelijk in dat land, waar geluk en genietingen, waar vreugde en gelukzaligheid, samengaan en waar verlangens en wensen worden vervuld." Het is de wens om in gezelschap van de god van de onderwereld, Yama, het ware geluk te vinden. (Rig Veda, Mandala IX, Gezang 113) In de veertiende Hymne van de Xe Mandala wordt de ziel van een overledene, wiens lichaam op de brandstapel tot as vergaat, als volgt aangesproken: "Laat zonde en kwaad achter, zoek uw woning opnieuw, en draag stralend van heerlijkheid een ander lichaam. Voeg u bij de genadevolle vaderen die zich in het gezelschap van Yama verheugen." Er wordt verlangd naar een persoonlijke onsterfelijkheid, er wordt gebeden om een goed verblijf in het rijk der doden, in Yama's rijk. Er is wel vaneen ander lichaam sprake, maar dat is een soort "verheerlijkt lichaam". In de tijd waarin de Veda's ontstonden was kennelijk het geloof in het principe van reïncamatie nog niet aanwezig. Mensen leefden eenmaal en stierven eenmaal.

C. Twee tendenzen
Waren de goden niet almachtig en niet moreel, in de loop der tijd ontstaat er ook een tendens die zegt: "AI die verschillende goden zijn feitelijk niet écht verschillende goden! Ze zijn verschillende uitingsvormen van de Ene God", "Manifestaties van de Ene". "Dat wat één is, wordt door de wijzen op verschillende manieren genoemd. Zij noemen het Agni, Yama of Matarisvan." Rig Veda. 1.169.

Zo zien we twee tendenzen in de oude Vedische godsdienst. Er is de neiging om ieder van de goden als een uitingsvorm van de Ene te zien; de andere is om iedere god als een echt onafhankelijke persoon te beschouwen.

2. De Oepanishaden lets later, tussen 800 en 500 v.Chr., komen de "Oepanishaden". Ze omvatten ongeveer 200 werken. Tien (of dertien) zijn van belang. Het woord zou afgeleid zijn van een Sanskriet werkwoord "zitten"
(aan de voeten van de Meester). De geschriften zijn namelijk neerslag van persoonlijke onderricht dat een meester aan een leerling of een kleine groep discipelen geeft. Ook de term "Aranyaka's" komt voor, vertaald met 'Woudboeken". Voor onderricht trok men zich terug in de wouden, waar de stilte te vinden was.

a. Een bovenpersoonlijke "god"
De sfeer en de inhoud van deze "Oepanishads" is geheel anders dan de Veda's. Tegenover het veelgodendom van de Veda's ontstaat nu een ééngodendom; tegen het persoonlijke karakter van de Vedische goden zien we nu de opkomst van een onpersoonlijk godsbeeld. Die godsbeschouwing van de Oepanishads noemen we vaak Monisme. Waren de goden in de Veda's persoonlijk en onstuimig - "goden van vlees en bloed" - de "god" die ons in de Oepanishaden verschijnt, "Brahman", is te typeren als een onpersoonlijke Kosmische Orde. Brahman is soms "hij" of "zij", maar even vaak een "her'. Brahman is boven-persoonlijk.
Je kunt niet echt tot Brahman bidden, maar wel via meditatie wezenlijke eenheid met Brahman realiseren. Je kunt met Brahman één worden! In deze Geschriften worden mensen vergeleken met waterdruppels, die de Oceaan moeten bereiken en met de Oerbron "samenvloeien". In dat beeld wordt een misschien aantrekkelijk beeld geschetst van de mogelijkheid tot eenheid met het AI, met het Absolute. Als wij mensen zo onze eenheid met "het Absolute" realiseren, is dat een "bewijs" van onze goddelijkheid.
Tegelijk ver1iezenwij zo als mensen wel ieder "zelfstandig" bestaan. We maken deel uit van de godheid, zoals dat ook (zij het op een ander niveau) kennelijk geldt voor de dieren, de planten, de rotsen en rivieren. We worden in een "Grote Eenheid" opgenomen, die het hele Heelal omvat. Bij ons sterven "gaan we op" in Brahman, in "het bezielde verband" van alle dingen. Een individuele identiteit, die ons tot unieke mensen maakt, blijft echter niet bestaan.

b. Milieuvriendelijk
Er is immers Samenhang tussen de mens en "al wat is". Zie daarom het geloof van Hindoes in astrologie. Ook hun vaak vegetarische eetgewoonten, hun weigering om schadelijke dieren als ratten, die grote delen van de oogst vernietigen, te verdelgen. Zie de onaantastbare positie van de heilige koe. Bij sommige verwante groepen, zoals de Indiase Jani's, is er het strikt voomemen om nooit enig leven (menselijk of dier1ijk)te doden; de pogingen die worden gedaan te verhinderen dat men ooit per ongeluk een insect zou inslikken hielden in dat muskieten die op onze arm of been landen met de grootste omzichtigheid verwijderd worden in plaats van hen met een forse mep uit te schakelen. "Ahimsa", de leer van het "niet-aantasten van enig levend wezen", gaat soms heel ver. In Boeddhistische kring is het al niet anders; ook daar treft men een verregaand "milieu-vriendelijke" visie aan t.o.v.
de ons omringende natuur. In de regentijd mogen monniken feitelijk niet reizen, om geen torretjes en wormen te schaden! Er is geen strikte scheiding tussen mens en dier; de lijn is veeleer vloeiend. De goden komen niet alleen als menselijke avatara's, "afdalingen" op aarde. Ze kunnen zich eveneens in de gestalte van een dier manifesteren. De in Maharashtra, een van de Indiase staten, zeer vereerde god Ganapati (oftewel Ganesh) wordt voorgesteld als een dikbuikig mannetje met de kop van een olifant. Het rad der wedergeboorte kan, naar Hindoes menen, ons ook in en uit het dierenrijk voeren.

c. Maar ook kastenstelsel
De milieuvriendelijke levenshouding van Hindoes roept bij velen in het Westen sympathie op, begrijpelijk.
Tegelijk moet men echter opmerken - ik k~n daar omwille van de waarheid toch niet omheen...,.dat er dat er een soms verbijsterende mate van onverschilligheid bestaat tussen mensen onder1ing.Vooral blijkt dat in het kastenstelsel, met zijn strikte scheiding van mensen op basis van geboorte, sociale standing, huidskleur, naam of beroep. (Daaraan moet weer worden toegevoegd dat er ook beroepsgroepen zijn met mensen uit verschillende kasten; grenzen van kaste en werk vallen dus niet altijd samen.) Daar zijn dan de Brahmanen, de hoogste kaste, en drie andere hoofdkasten. Daaruit zijn tientallen andere kasten ontstaan, die op hun beurt weer verdeeld zijn in vele subkasten. Daar is de vaak nog zeer beperkte sociale en religieuze positie die aan de laagste kasten wordt toegekend of aan hen die daar nog onder horen, de zgn."onaanraakbaren". Een paar keer heb ik Indiërs zelf horen verzuchten dat "het kastenstelsel honderd keer erger is dan het apartheidssysteem, alleen mag je dat niet hardop zeggen ..." Wat is immers de "officiële" grondslag van die indeling in die vele kasten? Dat is het geloof in reïncamatie en in "Karma"!
Er is in de goddelijke werkelijkheid van Brahman geen onrecht; er is uiteindelijk steeds sprake van de onverbiddelijke "Wet van Oorzaak en Gevolg" die maakt dat ieder mens geboren wordt onder omstandigheden die door zijn/haar Karma zijn verdiend. Het totaal van al je acties in alle voorgaande levens bepaalt - al voor je geboorte - of je in kommervolle omstandigheden zal worden geboren of dat je in een omgeving van rijkdom en van geluk het levenslicht ziet.

d. Wel heel anders!
In de Oepanishads, die door Indiërs en ook veel Westerlingen zeer vereerde collectie "wijsheidsliteratuur" treffen we een meer mystieke, filosofische en "onthechte" sfeer aan dan in de oudere Veda's. Het valt niet mee om in de Oepanishads snel de weg te vinden, maar tegelijk is moeiteloos op te merken dat er geen goden in voorkomen die onsterfelijk zijn, tot wie men om onsterfelijkheid of om geluk in dit leven kan bidden. Er is geen geloof in een persoonlijk voortbestaan na de dood. Er is voortdurend het besef dat mens, dier, plant en ding, alles, is opgenomen in een Groter Geheel, Brahman. "Goddelijkheid" doortrekt de kosmos.
Het geloof in de Ene God is overduidelijk anders dan het geloof in zo'n God dat Christenen, Joden of Moslims hebben: daar wordt ook geloofd in één God, maar die is persoonlijke, Schepper en hoorder de gebeden.
2007-2014 Persvereniging Opbouw