6 augustus 1999, jaargang 43, nummer 16
Artikel 004964
Tenachterstelling in Chiapas P.J. van Kampen Onlangs werd vanuit Nederland een "bemoedigingsreis" naar het verre Mexico ondernomen. Tien dagen was een groep van twaalf mensen te gast bij een groot aantal verspreid wonende groepen gelovigen in het Zuidelijk gelegen Chiapas. Pieter van Kampen was erbij en schreef twee impressies over de trip. Dit is het eerste verhaal.

In de provincie Chiapas, dicht bij de grens met Guatemala, zijn grote aantallen Indianen te vinden, die voor een aanzienlijk deel nog in traditionele dracht rondlopen.
Vooral de vrouwen dragen kleurrijke en beeldschone kleding. Dat vinden buitenlanders tenminste; net als alle bewoners van buurlanden vindt de gemiddelde Mexicaan die hoort tot dominante mestizo-cultuur dat Indianen voor zijn samenleving maar weinig betekenen.
Mestizo's zijn nakomelingen van de Spaanse Veroveraars, die vanaf 1519 in Mexico binnenkwamen en inheemse vrouwen genomen hebben; sinds die tijd zijn het altijd raszuivere Spanjaarden of de mestizo's geweest die de dienst hebben uitgemaakt. Voor hen zijn de vele afstammelingen van de hoogstaande Maya cultuur min-of-meer achterlijk. Met hun eigen talen als Tzotzil en Chol staan Indianen voor stagnatie of achteruitgang, meent de gemiddelde Mexicaan. Vandaar het opmerkelijke feit (overigens in Latijns-Amerika als geheel te constateren) dat ruim de helft van de bevolking vaak concreet achtergesteld wordt. Op de een of andere manier wordt dat door hen ook geaccepteerd. Het is immers al eeuwen zo...

Opstandigheid broeit
Maar in de provincie Chiapas is de laatste vijf jaar een nogal succesrijke guerillabeweging op gang gekomen: de Zapatistas.
De naam is ontleend aan Emiliano Zapata, een van de leiders van de langdurige en bloedige burgeroorlog, die vanaf 1910 in het land woedde en het leven heeft gekost aan wel een miljoen mensen (de Mexicaanse samenleving telde toen ca. 15 miljoen inwoners). De zwijgende Indiaan Zapata sprak aan vanwege zijn eis dat aan de eeuwenlang onderdrukte Indianen in het diepe Zuiden van Mexico recht gedaan zou worden. De Zapatistas van de jaren '90 brengen in Chiapas bepaaldelijk onrust te weeg en ook een merkwaardig inconsistente situatie. Het leger onderneemt harde acties om 't gebied van guerilla-activiteiten te zuiveren.
Soms wordt een gehele regio hermetisch van de buitenwereld afgesloten om die door het leger te laten uitkammen.
Op de Indianenmarkt, die dagelijks rond de eeuwenoude "Santo Domingo"-kerk in San Cristobal de las Casas te bezoeken is, kan men echter duizenden poppetjes van de Zapatistenleider Sucomandante Marcos, met een doek voor de mond, uitkiezen: souvenirs voor thuis. Ook zie ik een kraampje vol met posters, t-shirts en geluidscassettes met muziek van de guerilla-beweging: alles vrijelijk beschikbaar! Uit allerlei trekjes blijkt dat de Zapatistas bij velen hier populair zijn.

Een andere kloof
Politieke tegenstellingen tussen "links" en "rechts", voorzover die echt hout snijden, zijn niet de enige breuklijn in Chiapas. Zeker zo belangrijk, en de voornaamste reden voor ons verblijf, is de tegenstelling tussen groepen Evangelicos, Protestantse gelovigen, en de lokale bevolking. Officieel rooms-katholiek, hangt die lokale bevolking in feite een syncretistische religie aan; 't is een mengeling van ouderwets Katholicisme en even oud aanwezig gebleven geloof van de Maya voorouders.
De officiële heiligen van de Kerk van Rome zijn onder hun vernis niet anders dan Maya goden van maïs en regen, die ook in "de Spaanse tijd" ononderbroken door de lokale bevolking vereerd en aanbeden zijn - zeker met gedoogsteun van velen in de katholieke clerus.
In de hoofdkerk van het nabijgelegen San Juan Chamula is, ook voor ons buitenlanders sterk ervaarbaar, die religieuze sfeer blijven hangen: heidens, primitief, sjamanistisch en volstrekt uitzichtsloos.
Een paar dagen tevoren is de grootse jaarlijkse processie weer gehouden: het Feest van het Heilig Kruis. Zo is de relatie met de heiligen (lees: de plaatselijke goden van vruchtbaarheid en gewas, vooral de alomtegenwoordige maïs) weer hernieuwd. Aan touwen bungelend is een groep Chamula's bezig de buitenkant van de kerk te pleisteren en versieren.
Op zich een tafereel dat we graag vastleggen, authentiek en een beetje exotisch. We horen echter dat het streng verboden is in het centrum van de stad te fotograferen.
Enigszins onwillig leggen we ons daarbij neer. We zijn immers gasten in dit land. In de kerk is de grond bedekt met verdorde palmboombladeren. In vitrinekasten langs de muren staan de diverse heiligen uitgestald: allemaal bekenden in een katholiek milieu: San Francisco, San Nicolas, San Antonio van Padua en tientallen anderen. De bont beschilderde beelden zijn nagenoeg alle toegerust met spiegels. Op de vraag waar dat voor is wordt door een lokale deskundige een wat vaag en ontwijkend antwoord gegeven. Het is er behoorlijk donker, al treffen we er kaarsen in potjes bij de honderden. Een Indiaans gezin luistert toe hoe hun oude moeder onafgebroken hardop gebeden uitspreekt; het doet erg aan "mantra's" denken, die je in het verre Azië in tempels kan horen opzeggen.
Een cacique, traditioneel Indiaans leider in witte kledij met een brede sjerp om het middel, staat met vrouw en kinderen vooraan in de kerk, vlak voor het beeld van San Juan, officieel dus Johannes de Doper. ('t Is overigens uiterst opmerkelijk dat die kerk feitelijk helemaal geen altaar heeft, die in elke katholieke kerkinterieur de centrale positie inneemt.) Hij staat er als smekeling, benadert de heilige als een godheid, bidt en gaat door de voorgeschreven gebaren.
Dan zet hij (in een soort alternatieve eucharistieviering?), samen met vrouw en kroost een literfles Pepsi Cola aan de lippen.
Het is voor hem en zijn gezin een gewijd liturgisch gebaar. Niet de in de Roomse cultus opgenomen heilige is z'n idool maar de maïs en z'n gewijde drank is Pepsi of een erin meegenomen erg sterke drank. Pepsi reclames in San Juan de Chamula suggereren verband tussen het plaatselijke Indiaans heidendom en de drankindustrie in de VS. Merkwaardig.

Verschillende levensstijl
Niet alleen frisdrank wordt door de "traditionele katholieken" van San Juan Chamula gedronken.
Integendeel! Bij de fiesta's, de tradionele feesten waarin ook alle sier en opsmuk en rijkdom wordt getoond die men heeft, wordt ongelooflijk veel alcohol in keelgaten gegoten, met weinig positief gevolg voor de algemene gezondheid, en met vaak ook triest gevolg voor de economische draagkracht van de gezinnen.
De invloed van de Kerk op Rome op zulke orgie-achtige uitbarstingen van volksvreugde kan, zonder dat men daarin onheus wil zijn, veilig op nul worden geschat!
Katholieke theologie en katholieke spiritualiteit lijken géén enkele inbreuk gemaakt op de traditionele geloofsbeleving van de Chamula Indianen, waarin voorouders en oude goden terug zijn van nooit weggeweest...
Juist dat gegeven maakt dat op vele plaatsen in Chiapas en ook daarbuiten de lokale bevolking compromisloos en fel uithaalt naar diegenen die het aangedurfd hebben de traditionele eenheid van volk en cultuur aan te tasten: de Protestanten, Evangelicos doorbreken met hun opvattingen en levensstijl de door Indiaanse traditionele leiders en medeburgers gewenste traditie. Indianen die Jezus Christus echt als Heer hebben leren kennen, doen niet meer mee aan drinkgelagen en onttrekken zich aan processies of aan de (ook vanuit een rechtzinnig-katholiek perspectief bezien dubieuze) heiligenverering ter plekke. Met dat gedrag steken ze hun nek uit.
Hun ongewenst gedrag maakt hun aanwezigheid onverdraaglijk. Ze moeten dus weg!

Van de geboortegrond verdreven
Tijdens ons verblijf in Chiapas hebben we met honderden Tzotzil sprekende broeders en zusters gesproken, die van huis en haard verdreven zijn.
De voorvaderlijke grond, eeuwenlang al in bezit van hun familie moesten ze achterlaten. Soms hebben ze na lange jaren van touwtrekken met de overheid over hun gekorte rechten een stuk alternatief bouwland gekregen.
Nieuwe omstandigheden geven nieuwe kansen; desondanks was de kansarmoede ook voor ons duidelijk zichtbaar. Met name alleenstaande weduwen en moeders wier de man vermoord is of in de gevangenis zit, hebben moeite om voor hun soms omvangrijke gezin te zorgen. Hun leven is in veel opzichten niet erg opwekkend.
In de buurt van de stad Las Margaritas, helemaal in het Zuiden van de provincie, bevindt zich een nieuwe groep "immigranten".
Hun woonplaats leek idyllisch: een maagdelijke natuur, rust en ongereptheid, bosgrond.
Tegelijk beseften we dat bosgrond voor boeren niet de meest geschikte grond is. Daar kwam nog bij dat ze hier waren beland nadat de tijd om te ontginnen, ploegen en zaaien verstreken was.
Het zal nog zeker een paar jaar duren voordat ze een eerste oogst zien...
En tot die tijd? Ze weten het niet, maar stellen hun hoop op hun Hemelse Vader. De twaalf Nederlanders brengen samen een bedrag van ruim 800 gulden bij elkaar; als men dat ontvangt, kan die hele gemeenschap van 200 mannen, vrouwen en kinderen er maanden van leven... Genoeg is het natuurlijk niet, aan geen kant. Toch, iéts bijdragen aan de aantoonbare nood geeft een goed gevoel.

P.S. Dit is een verkorte en licht geredigeerde versie van een artikel over Chiapas van mijn hand dat onlangs in het Nederlands Dagblad stond.
2007-2014 Persvereniging Opbouw