20 augustus 1999, jaargang 43, nummer 17
Artikel 004979
Bemoedigen en bemoedigd worden P.J. van Kampen Wat is dat, een "bemoedigingsreis?" Wat voor soort mensen gaan mee en wat ervaar je onderweg? Een van de reizen die Stichting "Open Doors" dit jaar organiseerde was een reis naar Chiapas, Zuid-Mexico, waar veel Indiaanse broeders en zusters onder zeer kommervolle omstandigheden leven.

Esdras is ogenschijnlijk een doorsnee Latijns-Amerikaanse man. Als we aan tafel met elkaar praten, blijkt hij ongeveer alle spelers van alle teams van de laatste drie Wereldkampioenschappen voetbal bij naam te kennen en te weten wat ze op de grasmat hebben laten zien!
Buitenspelvallen en aanvalstactieken hebben weinig geheimen voor hem.
Als je ook van voetbal houdt, is eten met hem smullen, in alle opzichten.
Dat dat niet de enige kant van zijn persoon is hebben we echter inmiddels al gemerkt. Samen met twee collega's, ook predikanten die een rechtenstudie zijn gaan doen, besteedt Esdras een groot deel van z'n tijd met het behartigen van de rechten van Protestantse gelovigen in San Cristobal de las Casas en wijde omgeving.
Zo'n 35.000 gelovigen daar maken soms barre tijden mee - dan hier, dan daar, breekt ergens een soort "vervolging" uit, die maakt dat men met verdrijving van de grond te maken krijgt, discriminatie, intimidatie, of nog iets anders. Het is in geen van die gevallen zo dat dit gebeurt met de officiële steun van de landelijke overheid (integendeel, die probeert er, soms wat halfhartig, wel iets aan te doen en stelt soms elders een stuk grond ter beschikking, als schadeloosstelling aan gedupeerden).
Soms gebeurt onrecht wel met stilzwijgend gedoogbeleid van de nationale overheid. Tot de laatste verkiezingen, waarbij de (al zestig jaar aan de macht zijnde!) oppermachtige regeringspartij werd weggevaagd, gaf deze PRI de lokale caciques (traditionele Indiaanse leiders) feitelijk de vrije hand bij hun volstrekte willekeur in het regeren van hun mensen; in ruil daarvoor kreeg de regeringspartij al sinds jaar en dag nagenoeg 't gehele blok stemmen in Chiapas... Zo werd het ons tenminste verteld.

Esdras
Terug naar Esdras. We troffen hem in een klein kantoortje in San Cristobal, waar bijna alle straten onder loodrechte hoek elkaar snijden; een plattegrond van de stad levert zo een keurig raster van straten op, dat al sinds het begin van de Spaanse kolonisatie (in 1519) vastligt. "Comision Evangelica” en “Defensa de los Derechos Humanos A.C." is niet zo moeilijk om te snappen: een Evangelisch Mensenrechtenbureau.
Een simpele deur, een klein gangetje en een minuscuul kantoortje; we kunnen er met ons twaalven net in. Je zou zo naar binnen kunnen lopen met een geweer in je hand en hem een kogel door het hoofd jagen; ‘t is een kwestie van seconden, denk ik, als ik hem ontmoet. We weten dat hij en zijn collega's herhaalde malen bedreigd zijn en dat er ook diverse malen daadwerkelijk een aanslag is beraamd; aan het begin van dit jaar is hij nog door een wonder gered. In z'n welkomstwoord noemt hij het incident kort.
Aandachtig luisteren we naar zijn verhaal en krijgen de kans vragen te stellen. Dan stellen we voor om voor hem, zijn gezinsleden en zijn collega's om Gods bescherming te bidden. Is dat goed? Graag! Hij komt ervoor van achter zijn bureautje vandaan, knielt neer op de kale vloer en de mannen van onze groep leggen hun handen op zijn hoofd of schouders.
Er wordt vurig gebeden.
Uiteraard bidden de vrouwen van onze groep ook, maar ze raken hem niet aan. Het is een tijd van grote intensiteit en emotionaliteit. Esdras zou geen echte Latino zijn, als hij dit uiterlijk onbewogen zou meemaken.
Dan gaan we weg, na drie kwartier. Er moeten uiteraard foto's worden genomen en we worden uitgezwaaid, door zijn secretaresse want zelf heeft hij net een echtpaar op bezoek gekregen. Zoals meestal, zijn ze onverwacht komen binnenvallen.
De man heeft de traditionele grote witte cowboyhoed op, die in deze streek nog door veel Mexicaanse mannen gedragen wordt. Wie er verstand van heeft kan aan haar klederdracht waarschijnlijk onmiddellijk zien uit welke streek, stam of clan ze komt.
Voor ons zijn ze echter gewoon Indiaans en daarmee uit.

Van hun man gescheiden
Dat bemoedigen van mensen, vaak hen ook lijfelijk "nabijkomen", maken we mee op diverse andere plaatsen, die we bezoeken. Vaker is het in die gevallen de beurt aan de vrouwen in onze groep. Vaak zijn het immers juist kansarme vrouwen die we treffen en die we hopen te bemoedigen.
Nergens ervaar ik dat sterker dan in Chenalho, een dorp ver weg in de bergen; de wegen erheen zijn redelijk, maar we schieten desondanks niet hard op. Het ligt in een gebied dat door het Mexicaanse leger is afgesloten; we komen er alleen maar in met vertoon van paspoorten, die bij een controlepost nauwkeurig (en zeer langdurig!) bekeken worden.
Dan mogen we verder, langs een paar diepe ravijnen.
We zwaaien naar de weinige mensen die we onderweg ontmoeten.
Over een pad door palmbomen en bananenbomen omzoomd, lopen we 't laatste stukje naar de Iglesia Presbiteriano" (zeg maar: de Gereformeerde Kerk). Het is er heerlijk koel en de mensen blijken uiterst gastvrij. De vrouwen dragen kleren die, zo mogelijk, nog kleurrijker zijn dan elders. Het gebouw is zeer ruim en schoon, en heel goed bezet vanwege onze komst, op een door de weekse dag. Het oogt allemaal dus voortreffelijk, maar de nood is er groter dan bijna overal elders!

Bloedbad
Dat heeft te maken met een vreselijk bloedbad dat anderhalf jaar tevoren in de regio is aangericht.
Tientallen aanhangers van de Zapatistas zijn, niet ver hier vandaan, gruwelijk vermoord. Bij onderzoek naar de toedracht van het drama kwam al gauw de aanklacht van nabestaanden dat "de Protestanten van Chenalho" dat hadden gedaan! Voorganger en gemeenteleden ontkennen in alle toonaarden dat dat het geval zou zijn, maar feit is dat de overheid zo'n zestig mannen uit de gemeente heeft gearresteerd; al ruim een jaar zitten ze in een cel in het verafgelegen Tuxtla de Guttiérez, de provinciehoofdstad.
Een proces zit er nog niet in. Van niemand is zelfs maar formeel de schuld vastgesteld.
Toch kan hun verblijf in de cel jaren gaan duren... Op de vraag van de voorganger of alle vrouwen wier man vast zit willen opstaan, staat bijna iedereen in één vak van de kerk op (vrouwen zitten ook hier afgezonderd van de mannen). Wel 60 vrouwen, qua leeftijd variërend van redelijk oud tot onvoorstelbaar jong (in elk geval onder de twintig) moeten maar zien hoe ze in deze kommervolle situatie rondkomen en hun gezin op de rails houden.
Toch heerst ook hier opgewektheid. Er wordt heel goed gezongen, door een (gelegenheids?)koor.
Zeer voortreffelijke gitaarmuziek wordt ten gehore gebracht. Toen we ons hadden gepresenteerd en met behulp van tolken (Spaans én Tsotsil) hadden verteld wat we kwamen doen, bleek hoezeer men prijs stelde op onze aanraking, gebaar, liederen.
Omdat het overgrote deel van de aanwezigen vrouwen waren, was hier evident een taak voor het vrouwvolk in onze groep weggelegd, maar ook de mannen deden wel (bescheiden) mee. Er werd gekust, en gebeden; handen werden op hoofden gelegd, en er vloeiden rijkelijk tranen. Men was ons op de meest uitbundige wijze dankbaar voor onze komst! Dat is voorstelbaar.
Denk je in, deze mensen zijn zo geïsoleerd - aardrijkskundig en geestelijkdat ze het als een weldaad ervaren, als er buitenlanders komen, speciaal voor hèn! De armen en verschopten van hun samenleving krijgen broeders en zusters uit het buitenland. Waar Indianen als zodanig niet erg in tel zijn, zijn zij veelal mensen die bij hun eigen Indiaanse volksgenoten ook al niet in meetellen.
En dan komt er zomaar een groep mensen uit Nederland bij hén op bezoek. (Of iemand enig idee heeft waar ons land ligt, ik betwijfel het in grote mate, maar dat doet er niet zo toe.) Dan wordt de eenheid van het Lichaam van Christus ervaren en dat is uitermate groots en kostbaar, voor hen én voor ons.
Het zijn onvergetelijke indrukken die we opdoen.
Dat de anderen in de groep daar net zo over denken blijkt uit het feit dat diversen ook in andere landen geweest zijn: Noord-Korea, China, Vietnam, Cuba, Egypte.
Ook daar hebben ze met de broeders en zusters contact gehad, onder hen verkeerd. Het valt op dat er in onze groep weinigen zijn die deze dure reizen (want dat zijn het natuurlijk wel) vanzelfsprekend kunnen bekostigen. Het vergt van ons allen een financieel offer om dit te kunnen doen. En tegelijk, dat we het graag doen!
Het is zo bemoedigend, ook voor ons, er zijn zoveel kostbare contacten te leggen, met mensen die vaak verschoppelingen zijn, maar in hun leven wel grote schoonheid en zuiverheid tonen. Christus krijgt in hen gestalte en dat is zeker een belangrijke reden zo'n reis te ondernemen.

Naschrift
Kunnen wij, hier en nu, iets voor mensen in Chiapas of elders doen?
Dat kan zeker: begint u maar met gebed voor hen. Vraagt u informatie aan bij Stichting "Open Doors" (postbus 47; 3740 AA Ermelo) over hen en anderen, die om hun geloof verdrukking mee maken. We krijgen zo allengs meer zicht op "De vuurgloed der beproeving", waarover we ons, zegt ons Petrus in zijn brief, niet moeten verwonderen, maar die ons in feite steeds weer mateloos verwondert en van ons stuk brengt. We dienen echter te weten dat miljoenen broeders en zusters dagelijks discriminatie aan den lijve meemaken.
Kan dat ons echt wat schelen?
2007-2014 Persvereniging Opbouw