17 april 1998, jaargang 42, nummer 8
Artikel 005018
4. Hindoes en christenen (slot) Hindoeïsme P.J. van Kampen In het eerste verhaal van deze werd gesproken over het hindoeïsme als een mystieke religie en als een religie die “de eenheid aller dingen” beklemtoont. Een paar gevolgen daarvan zijn al genoemd, maar het is goed om er nog wat verder op in te gaan en hier ook een (proeve van) christelijke beoordeling te geven.


Naar ik meen, staan Hindoeïsme en Christelijk geloof zo ver bij elkaar vandaan dat, hiermee vergeleken, de verschillen met b.v. de Islam haast verbleken! Ze zijn elkaars ultieme tegenpolen.
Die stelling kan ik hier slechts op enkele punten toelichten.

a. God is Eén, Hij is de Ene!
Als Hindoes spreken over (de kosmische) "Eenheid", dan is dat een eenheid die verder reikt dan wat wij mensen kunnen zien of doorgronden. AI wat bestaat hoort ertoe, de voor ons zichtbare alsook onzichtbare realiteit.
Die Werkelijkheid is één, maar we kunnen er vele namen aan geven.
Hindoes kennen volgens opgave wel honderdvierenveertig miljoen goden!
Uiteindelijk zijn dat "verpersoonlijkingen van de Ene God", zullen Hindoes ons echter uitleggen. Want het Absolute is Eén!

De Bijbel spreekt ook over God als "de Ene" of als "Eén". Zie Deuteronomium 6:4 e.v.: "Hoor, Israël, de HERE is onze God; de· HERE is één! Gij zult de HERE, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw zielen met geheel uw kracht." Die belijdenis werd het eerst uitgesproken, toen het volk Israël aan de grens van het Beloofde Land stond. In de woestijn waar God zijn volk onderwees met betrekking tot de weg die ze met Hem moesten gaan werd Israël een compromisloos monotheïsme aangeleerd.

In de profetieën van Jesaja lezen we: "Zo zegt de HERE, de Koning en Verlosser van Israël, de HERE der heerscharen: Ik ben de eerste en Ik ben de laatste en buiten Mij is er geen God. En wie is als Ik - hij roepe het uit en verkondige het en leg ge het Mij voor. Heb Ik het u niet van oudsher doen horen en verkondigd? Gij zijt mijn getuigen: is er een God buiten Mij? Er is geen andere Rots, Ik ken er geen." (44:6-8; 43:10,11)

In de profetieën van Zacharia lezen we over de situatie van de toekomst.' Te dien dage (zullen) levende wateren uit Jeruzalem vlieten, de helft daarvan naar de oostelijke en de helft naar de westelijke zee; in de zomer zowel als in de winter zal dat geschieden en de HERE zal koning worden over de gehele aarde; te dien dage zal de HERE de enige zijn, en zijn naam de enige." (Zacharia 14:8.9)

God is de Ene, de Enige. Hij is Degene die Uniek is. Niemand is ooit met Hem te vergelijken. Hij staat aan het begin van schepping en tijd en ook aan het einde van de wereldtijd zal Hij de Enige zijn. "Wij weten dat er geen afgod in de wereld bestaat en dat er geen God is dan Eén. Want al zijn er zogenaamde goden in menigte en heren in menigte - voor ons nochtans is er maar één God, de Vader, uit Wie alle dingen zijn en tot Wie wij zijn, en één Here, Jezus Christus, door wie alle dingen zijn, en wij door Hem." (1 Korintiërs 8:4-6)

Er is dus accent op Gods "eenheid" in beide religies, maar al meteen valt op dat er een enorme kloof gaapt tussen beide opvattingen aangaande deze God.

b. Geen persoonlijke Schepper-God
Het Hindoeïsme (een religie met buitengewone verscheidenheid!) kent immers geen Schepper die buiten de schepping staat. "God", Brahman, valt met de schepping samen: de god die alles is en in allen en die alles doortrekt is niet de God die alles gemaakt heeft, die sprak en zie, het was er. Geen Goddelijke Wil gaat aan de geschapen werkelijkheid vooraf; ons bijbels onderscheid tussen Schepper en schepping is daarom niet relevant, zeggen Hindoes. Bovendien, nooit is de kosmos er niet geweest; altijd zal het heelal er ook zijn! We kunnen God niet als Persoon vereren, want dat zou Hem veel te sterk beperken. (We kunnen Hem geen Hem noemen, want God is ook "zij" en "het"; Brahman omvat immers alles!) Die God is - althans in een aantal invloedrijke wegen binnen de religie, zoals de al eerder genoemde "Advaita"-stroming - geen Persoon, tot Wie je spreken kan en die naar ons luistert. "God" is een boven-persoonlijke "kosmische ordening" met welke we één kunnen worden! Bidden is onmogelijk of onnodig, maar mediteren is de manier bij uitstek om "eenheid te realiseren". Hij is ook geen heilige Persoon, ten opzichte van Wie we ons zondig en onheilig kunnen voelen. Het Hindoeïsme spreekt vaak over onze "onwetendheid", meer dan over onze zonde. We zijn onwetend aangaande onze "goddelijke identiteit". Want "in God leven we, bewegen we ons en zijn wij". (Paulus citeert in Handelingen 17:28 dan ook een heidense denker.)

c. Eénheid boven alle tegenstellingen
De eindeloze uitgestrektheid van het heelal is "in god". Dat is ook het geval met de "dans" van de allerkleinste deeltjes materie die bv ons beendergestel of ons bloed vormen en die, zeggen geleerden, eens per zeven jaar geheel vervangen worden. Hindoes (en New Agers) spreken dan van "de Dans van Sjiva", deqodheid, die het zowel de schepper als de vernietiger is van het heelal. Sjiva vernietigt wat hij geschapen heeft. Daarna danst hij wat hij vernietigd heeft weer tot aanschijn. Dat geschapene wordt op een bepaald moment weer vernietigd, en dan wordt het al weer tot aanzijn gedanst, in een kringloop die geen einde neemt, zo menen Hindoes.

Omdat ze die werkelijkheid zo zien, ervaren ze de eenheid van het AI: mensen- en dierenleven, en ook de planten - alles hoort bijeen. Daaruit komt hun befaamde milieuvriendelijkheid voort; onvermogen om zelfs het kleinste torretje of insect te doden, ook als het ons (naar ons beperkte inzicht) schaadt. Weinig tot niets wordt ook aan bestrijding van vernietigers van de oogst gedaan. Wat een onschadelijke houding t.o.v. het milieu, zeggen bewonderaars in het Westen. Een geestelijke basis voor zorg. In het verre China spreekt men over "yin" en "yang", mannelijk en vrouwelijk, licht en donker, dag en nacht, zon en maan, die niet tegengestelden zijn, maar de twee polen binnen de ultieme Eenheid. Die in hun eindeloze afwisseling steeds creatief zijn. Evenzo moeten wij in onze ijdelheid van denken niet menen dat zulke definitieve tegenstellingen bestaan als wij beleven tussen licht en donker, of goed en kwaad. In "god" is mannelijk en vrouwelijk, leven en dood, begin en einde, goed en kwaad. Wat naar ons menselijk begrip niet bij elkaar hoort of kan horen, wordt tezamen gevonden, in de harmonieuze Werkelijkheid van god die de menselijke beperktheid (ook van ons denken) overstijgt!

De "vele wegen", ook de diametraal tegengestelde wegen, "zullen elkaar ontmoeten bovenop de berg", waar God is. Alle tegenstelling wordt daar immers te boven gegaan. Tegenstellingen horen wel bij onze logica, bij ons beperkte denkvermogen. Ze liggen echter niet in de Uiteindelijke Realiteit! In "god" is licht én duisternis, leven én dood.

d. Licht met/zonder duisternis
Wij lezen echter in de Bijbel (1 Johannes 1:5) dat "God licht is en in Hem is géén duisternis". De uitspraak pretendeert méér te zijn dan neerslag van menselijke ervaring van het goddelijke en samen te hangen met Christus' buitengewone en "betrouwbare" kennis van de Vader. In God zoals Hij Zich in de Bijbel doet kennen is niet alles zonder onderscheid aanwezig of mogelijk! Zichzelf verloochenen kan Hij niet (2 Timotheüs 2:13), liegen kan Hij niet (Numeri 23:19; 1 Samuel 15:29; Titus 1:2; Hebreeën 6:18). Zijn Almacht houdt in dat Hij alles kan wat met zijn heiligheid overeenstemt, maar het betekent niet dat Hij soort "een oceaan van alle denkbare mogelijkheden" zou zijn. Hij is geen Brahman ...

e. Omgaan met de dood
Ook de dood hoort erbij; de dood hoort er net zo goed bij als het leven, zullen Hindoes zeggen. In "god" is er net zo goed dood als leven. De dööd is niet zozeer een vijand als wel onze. doodsangst. Wij maken de dood kwaad! In zichzelf is die niet kwaad ...
Vandaar dat er pogingen zijn om je zo te trainen datje even "onbewogen" en ' "gelijkmatig" kan kijken naar leven·als naar dood, even neutraal bentt.o.v. angst en hoop als "god" is. Sommige uitspraken van dr. Elizabeth Kübler-Ross, voorvechtster voor (een bepaalde wijze van) stervensbegeleiding gaan ook in die richting. Uitspraken die ze over deze zaken deed, zijn al lang geen "wetenschap" meer; ze spreekt als een goeroe, als een gelovige in wat haar "geesf' (een "geleidegeesf', zoals ze die zelf noemt) haar ingeeft. Steeds gaat het over het ene punt: de dood is niet kwaad! Hij hoort erbij.

De Schrift zegt echter dat God "in den beginne" een goede schepping heeft bedoeld en gemaakt, zonder dood en verderf. En dat eens, als Christus terugkomt, de dood niet meer zal zijn. Dat iedere traan van de wangen zal worden gewist. De .dood hoort er niet bij! In Oude en Nieuwe Testament blijkt dat de Heer van het Levens met de dood niets te maken heeft. Dat zegt Hij zelf. Boutens' bekende gedicht "Goede dood, wiens zuiver pijpen / door het verstilde leven boort" is geen christelijk gedicht! De dood is niet goed, maar een vijand, de laatste weliswaar, in principe verslagen, maar desondanks een vijand. Tot in eeuwigheid zal dood en leven niet onder één noemer vallen. Dat zegt God zelf. Op Gods niveau van kennis komen dood en leven ook niet tezamen.

f. Omgaan met de waarheid
Duidelijk komt ook het verschil tot uitdrukking tussen Hindoe en Christen in ons antwoord op de vraag: kunnen wij de Waarheid (in principe) kennen? Voor Hindoes komt alle kennis van de Werkelijkheid klaarblijkelijk "van onderen".
Het is een neerslag van onze ervaring van de Werkelijkheid". Onze ervaring en kennis van de Werkelijkheid zijn beperkt en daarom past ons grote bescheidenheid en verdraagzaamheid t.a.v. andersgelovigen.

Waarom zou het niet kunnen, vraagt de Indiase Jezuïet dr. Ishanand zich af, dat Christus én Krishna uiteindelijk één zijn? In Ishanands visie vertegenwoordigt Krisjna "the playful aspect of God", terwijl Christus "the serious aspect of God" belichaamt. Maar hééft God een "ernstig" en een "ludiek aspect"? Toont de Zoon die als enige . de Vader echt kent en Hem ook ons doet kennen slechts één bepaald aspect van Hem? Hebben we Krisjna nodig om "de lichtere kant van God" te leren kennen? De gedachte vind ik gruwelijk! Ishanands vislels derhalve niet "christelijk" te noemen, maar in feite Hindoeïstisch ...

Zo moet men zeggen dat het Hindoeïsme (net als andere religies van het Oosten) tolerant zijn, maar dan meteen tolerantie die ontkent dat er één Waarheid is, en dat wij die kunnen kennen.

Dr.Os Guinness, een in de VS woonachtige Brit uit de l'Abri- school, schrijft in zijn boek The Dust of Death over Oosterse tolerantie: "Het verschil tussen de uiteindelijke intolerantie van het Oosten en de intolerantie van het Christelijk geloof kan als volgt worden geïllustreerd: het Christelijk geloof confronteert je op je pad, als een soldaat met getrokken zwaard, en zegt .tot je: 'Wat doe je?' 'Aanvaard of weiger', 'leven of dood'; 'ja of nee'? Zowel de keuze als de consequenties van die keuze zijn uitermate duidelijk! Het subtiele van de Oosterse religie is dat het als een reukloos gas je huis binnendringt, onder de deur door komt, door het sleutelgat, door het open raam, zodat degene die in de kamer zit erdoor geveld wordt zonder ooit zelfs maar te beseffen dat er gevaar dreigde.'" . .

Naschrift
Of het Hindoeïsme, ondanks zijn nauwgezet gecultiveerde imago van verdraagzaamheid, ook echt verdraagzaam is? Men moet dat maar zelf beoordelen, aan de hand van talrllke verhalen over dé oor Hindoe-militanten gepleegde moorden op Indiase christelijke evangelisten. India kent namelijk nadrukkellik z'n eigen vorm van onverdraagzaam Hindoe-fundamentalisme.

Nu de BJP onlangs de Indiase verkiezingen gewonnen heeft, moeten we maar veel bidden voor de broeders en zusters daar: zo'n 15 miljoen op een totale bevolking van rond de miljard! Naar te vrezen is, staan hun vanaf nu zware tijden te wachten, vol intimidatie of erger ...

1. Os Guinness, The Dust of Death. IVP. Downers Grove, 1973; pp. 229, 230.
2007-2014 Persvereniging Opbouw