29 mei 1998, jaargang 42, nummer 11
Artikel 005033
Van Pinksteren tot wederkomst: de taak van de kerk P.J. van Kampen Ook in deze dagen rond Pinksteren moeten we als Christenen nadenken over de taak die gelovigen wereldwijd hebben voor Kerk en Wereld. Als de uitstorting van de Heilige Geest een van de belangrijkste gebeurtenissen is in de wereldgeschiedenis, wat betekent dat voor ons zicht op die wereldhistorie en de rol die wij als christenen daarin mogen spelen? Als aan ons de taak is gegeven om verlossing te prediken, maar die ook in de dagelijkse praktijk uit te dragen, wat wil dat dan zeggen? Als ’de bediening van de verzoening’ toevertrouwd is aan de volgelingen van Jezus, hoe geven we daaraan gestalte? Het is ongetwijfeld een buitengewoon veelkleurige, gevarieerde taak; iets van de veelkleurigheid van Gods wijsheid komt ook in de geschakeerdheid van mensen en doelen in de Wereldkerk naar voren.

Stellig is in heden en verleden van zending en evangelisatie veel aan falen te registreren. En toch ben ik het eens met de uitspraak van Hassan Dehqani Tafti, een Anglicaans bisschop in Iran, die zei: „Ik ben overtuigd dat de zendingsbeweging van de kerk van Christus, ondanks al haar vele tekortkomingen en fouten, meer goed aan de mensheid gedaan heeft dan enige andere beweging in de geschiedenis.”1 Hoewel ik dat citaat niet bewust had onthouden, heeft het wel geresoneerd in een passage in mijn eigen boek over de geschiedenis van de zending, Tot het Uiterste gaan. „Ik zou van mijn kant de stelling aandurven dat er in de wereldgeschiedenis geen beweging te vinden is waarin zoveel mensen zo belangeloos en zo integer echt hun naaste hebben willen dienen. Dat door mensen van zending en missie fouten gemaakt zijn, ernstige fouten zelfs – wie zal dat ontkennen? Wie kan echter, bij onpartijdige studie, zich aan de indruk onttrekken dat hier mensen aan het werk zijn geweest die, met alle menselijke beperktheid, inderdaad gedreven zijn door de liefde van Christus, zoals ze zelf zeiden?”2

Alle continenten
Die beweging van de verbreiding van het Evangelie op alle continenten gaat steeds door, op vele manieren. Tegenstellingen die men vroeger maakte tussen ’verkondiging’ en ’daadwerkelijke hulp’ zijn gelukkig grotendeels overstegen. Er is inmiddels bijna geen werkkring of specialisme te bedenken dat niet op de een of andere manier inzetbaar is in missionaire situaties! Als zendingspredikanten en theologen uitgaan, in veel grotere aantallen zijn dat landbouwkundigen, taalkundigen, vroedvrouwen, onderwijsgevenden, computerspecialisten, piloten, chauffeurs of medische deskundigen van de meest uiteenlopende aard. De lijst is bepaald niet volledig. Er is besef gekomen dat zending moet plaatsvinden op alle continenten, inclusief de delen van de wereld van waaruit vroeger zendelingen vertrokken. Waar de beweging vroeger was van Europa of Noord-Amerika naar Azië en Afrika, is nu een tegenbeweging op gang gekomen, met reden en met zegen. Afrikaanse broeders en zusters werken inmiddels in westerse binnensteden.
De grootste zendingsorganisaties ter wereld vindt men in de ’Derde Wereld’ (voorzover men die term nog mag bezigen). In India zijn vanaf de jaren ’80 organisaties in het leven geroepen met zo’n 2000 werkers, voornamelijk inzetbaar in eigen land. Gigantisch! We hebben veelal geen idee wat er aan activiteit van ’Evangelicos’ plaatsvindt in Latijns-Amerika. Opnieuw, indrukwekkend. Er is – gelukkig maar – het besef gekomen dat nationale kerken in Azië, Afrika en Latijns-Amerika eigen verantwoordelijkheid dragen voor taken in hun samenleving. Ze zijn noch theologisch noch financieel, noch technologisch en qua visie aan de Kerk in het Westen gebonden. Alleen op hun nadrukkelijk verzoek moet de Kerk in het Westen mensen naar hun gebied uitzenden; culturele, politieke of financiële expansie van het Westen hoort immers achterhaald te zijn... Dat is goed!

Missionaire denkers en werkers
In de komende weken vindt u artikelen over missionaire denkers, te weten onze landgenoot professor Verkuyl en Lesslie Newbigin, de onlangs overleden Britse zendeling, spreker en schrijver over vragen die de wereldwijde Kerk aangaan. Vervolgens zijn er bijdragen ’aanbesteed’ van leden van onze kerken die in den vreemde werken of juist van ’overzee’ zijn teruggekeerd. We krijgen ook meer zicht, als het goed is, op het toenemende lijden van het wereldwijde Lichaam van Christus.
Daarover is veel te melden dat ronduit tragisch is, maar tegelijk tonen de verhalen vaak op indrukwekkende wijze de zorg van de Heer der Kerk voor zijn lijdende Kerk. Omdat de zondag na Pinksteren tegenwoordig vaak ’de Zondag voor de Lijdende Kerk’ heet en terecht aandacht wordt gevraagd voor onze broeders en zusters in gebieden waar het erg moeilijk is uit te komen voor het Evangelie, vindt u in dit nummer daarvoor ook aandacht. Zo is een verhaal van de familie Rietkerk in Abu Dhabi, een van de Emiraten aan de Perzische Golf, dat bemoedigt maar tegelijk iets aangeeft van zorgen die men in ’verlichte’ Moslimlanden al hebben kan. In andere delen van de islamitische wereld is het voor christenen aanmerkelijk zwaarder om samen te komen en hun geloof te beleven/belijden. Het ligt in de bedoeling om geregeld in de toekomst aandacht te geven aan ’gemeenteleden overzees’ en de omstandigheden waarin zij verkeren.
Het plan om dat te doen ligt er al heel lang. Het wordt tijd om dat eens uit te voeren! In de komende maanden kan de lezer(es) geregeld van her en der verhalen tegemoet zien. In elk geval ter informatie van ons, maar ook bedoeld tot versterking van onze band met het Wereldwijde Lichaam van de Heer.

Noten:
1. Anton Wessels, Arabier en Christen; Christelijke Kerken in het Midden-Oosten. Ten Have, Baarn; 1983; pp. 160-161.
2. Pieter van Kampen, Tot het Uiterste gaan; Mensen en Motieven uit de Zendingsgeschiedenis.
Barnabas, Leiden; 1996; p. 9.
2007-2014 Persvereniging Opbouw