18 december 2009, jaargang 53, nummer 25
Artikel 005062
Jeannette Westerkamp, categoriaal werkster met meisjes ‘Ik loer op mensen met levensvragen’ Sander Klos Jeannette Westerkamp is een van de categoriale NGK-werkers. De eerste aflevering van deze serie ging over krijgsmachtpredikant Kees Smit, nu zitten we in een jeugdinrichting in Zeist. Sinds kort valt die niet meer onder Justitie, maar onder Jeugd & Gezin. De politiek wilde een scheiding tussen criminele jeugd en jongeren, die andere problemen hebben en daarom onder toezicht zijn gesteld. Denk aan slachtoffers van loverboys en notoire weglopers.

Westerkamp bij de ingang van de inrichting. ‘Ik zou hier zelf gillend gek worden.’ (foto Sander Klos)
‘Je wordt makkelijk een moederfiguur in hun leven’, zegt Westerkamp over haar zes jaar in een penitentiaire inrichting voor volwassenen en de afgelopen twee jaar met jongeren van twaalf tot achttien. ‘Ze kunnen bij je huilen en “een jas uittrekken”. In die macho omgeving van een gevangenis zie je zulke mannen later terug op de ring en dan zijn ze onherkenbaar.’

Wil ik dit horen?
Het categoriale werk staat naast het inrichtingswerk. ‘Wij zijn een soort vrijplaats. Al vraag je je bij sommige verhalen wel af: wil ik dit horen? En je zwijgplicht heeft ook grenzen. Hoor ik over plannen voor moord op een ander of zelfmoord, dan loopt daar ergens een grens. Vertelt een meisje dat ze wil weglopen (tijdens verlof - red.), dan heb je keus tussen erbij lappen of het laten gebeuren. Maar als het gaat om loverboypraktijken, dan weet je dat zo’n meisje verslaafd is aan zo’n man. Ook al wordt ze mishandeld en aan Jan en alleman uitgeleend, zodra ze hem ziet, valt ze weer voor hem. Dan zal ik net zo lang op haar in kletsen tot ze de leiding vertelt wat ze van plan is.’

Wat is waarheid?
‘Je krijgt wel eelt op je ziel. Al kon ik veel beter tegen de verhalen van de mannen in de gevangenis dan tegen wat ik hier soms hoor over mishandeling en misbruik door (pleeg)ouders of anderen. Maar mijn werk is ze te geloven. Ik hoef geen oordeel te hebben, maar moet ze leren omgaan met wat hun is overkomen. En weet ik wat de waarheid is? In de gevangenis zaten mensen, die dingen hadden bekend, die ze helemaal niet gedaan kónden hebben.’

Verlos ons van
‘Als ze - letterlijk en figuurlijk - vastzitten, dan gaan ze heel vaak bidden. Tenminste, ze doen iets wat daarop neerkomt, want vaak weten ze helemaal niet hoe ze moeten bidden. Maar iedereen zegt natuurlijk: “Mama of God, help!”
‘Een man met zelfmoordneigingen vertelde me eens, dat bidden hem had geholpen. Hij wist niet precies wat hij moest zeggen, maar herinnerde zich nog een stuk van een gebed: verlos ons van de boze. En opeens waren zijn zelfmoordgedachten weg. Of ik de rest van dat gebed kende?
‘Maar tegelijk was het ook eng voor hem. Die zelfmoordgedachten waren weg, maar nu was er iets anders in zijn kamer. Iets wat hij niet kende.
‘Ik volg hier God. Ik loer op mensen die met zulke vragen bezig zijn. Zij hebben de Bijbel en gebed nodig.’

Vreselijk dorpje
Het werk in de gevangenis en in een jeugdinrichting verschilt soms sterk. ‘In de PI zitten ze altijd op je wachten. Op je vraag: hoe is het nou met jou? Want in die machosfeer mogen ze geen zachte kant laten zien. Maar die meiden hier worden doodgegooid met therapeuten en gespreksgroepen. Meiden zijn ook anders dan jongens; ze komen dichterbij, maar stoten ook harder af. Dat maakt ze ongrijpbaar. Jongens stellen duidelijker hun grenzen.
‘De meiden hebben soms ook spijt van hun aanvankelijke vertrouwelijkheid. Vinden het opeens niet meer zo prettig dat je iets van hen weet. Het is hier dan ook een vreselijk dorpje (een aantal huizen met elk negen bewoonsters - red.). Ik zou hier zelf gillend gek worden.’

Niet eenzaam
Westerkamp volgde een theologische opleiding, is predikant en werkt 2,5 dag per week in de inrichting. Ze is er niet speciaal voor opgeleid. ‘Er is wel een basisopleiding en via de hoofdpredikant kun je coaching vragen. De afgelopen acht jaar ben ik drie keer op een bijeenkomst voor de NGK-werkers geweest, die de LV-commissie voor categoriaal pastoraat regelmatig houdt. Je merkt dat we er verschillend in staan.
‘Ik ervaar dit niet als een eenzame post, want krijg hulp van veel vrijwilligers. Iedereen vindt het leuk mee te doen aan speciale diensten hier. Vanuit de gemeente van Houten doet een aantal mensen gevangeniswerk en ook de dominee van Houten is heel belangstellend (pretlichtjes in de ogen).
‘Ik vind het haast gevaarlijk als je als categoriaal werker geen lid bent van een gemeente, want dat betekent ook weinig correctie. Je hebt dan de macht van een evangelische voorganger, maar wie councelt jou? Wie bidt voor jou? Zit je zelf in de kerk, dan ontvang je en word je gezegend. Dat vind ik heel belangrijk.’

Derde weg
De keus voor gevangeniswerk was heel natuurlijk. ‘Als kind wilde ik de zending al in en in Afrika heb ik tweemaal een oorlogssituatie meegemaakt. Het kwaad zit ook in mezelf en daarom trok die gevangenis me. Hoe is het om verder te leven met bloed aan je handen? Als Jezus ergens is, dan is hij daar. Ik hang in feite een bordje op met “Andere uitgang”. Je kunt kiezen voor “Jesus loves you” of meegaan in het gevloek en getier. Ik zoek naar een derde weg.’
En dat doet ze nu, tot haar eigen verrassing, met meisjes. ‘Hij wil blijkbaar dat ik weer een meisje wordt’, mompelt ze. ‘En dat is een uitdaging, want zo’n meisje ben ik nooit geweest. Ik was de oudste van vijf, werkte hard op het gymnasium en ging nooit uit. Volgens mij heb ik nooit gepuberd.’

VMBO-probleem
Zodra mensen die vastzitten ‘naar buiten’ gaan, probeert Westerkamp ze te koppelen aan een nieuwe groep. ‘Dat moet al binnen gebeuren, want eenmaal vrij hebben ze daar geen zin meer in. Ik zoek vooral mensen, die met ze gaan zoeken naar een nieuwe groep die bij ze past en ze niet automatisch meenemen naar hun eigen kerk. Komt zo iemand voor het eerst in de kerk, dan kun je daar soms een lachfilm over maken. Hoe mensen reageren op tatoeages! En ook al zijn ze van harte welkom, vrijwel niemand spreekt ze aan. Dus zijn ze zo weer verdwenen.’
Ex-gestraften kunnen een kerk zoeken op de site kerkenmetstip.nl. Kerken staan daar met een profiel en een contactpersoon op. ‘Houten en de Havenkerk ook, maar Houten is in feite veel te chique. Ik hoor wel van mensen die in “de kerk van Jeannette” zijn geweest, maar ze vasthouden is erg moeilijk. Wij hebben een probleem met het VMBO-niveau.’

Verhaalkleuren
Ze werkt vanuit de Bijbel, maar niet al te letterlijk. ‘Je moet er niet uit voorlezen, maar de verhalen vertellen. En die veranderen van kleur met je publiek. Zo vertelde ik in een vrouwengevangenis het verhaal van de vrouw, die Jezus’ voeten zalfde en daarna vergeven werd. Het werd heel stil in die dienst en ik hield het zelf bijna niet droog.
‘Of deze week, het verhaal van de bekering van Saulus. Je vraagt hun of ze zelf wel eens iets hebben gedaan waarvan ze dachten dat het heel goed was, maar dat het tegenovergestelde bleek. Wat dacht Paulus in die drie dagen? Hoe zou ik me voelen?
‘En omgekeerd is het ook zo. Als ik vind dat die gevaarlijke en zielige meisjes iets voor de kerk kunnen betekenen, dan ga ik dat daar vertellen. Maar dan moet ik er wel een interessant verhaal van maken.’

Aan het werk
Wie aan het werk wil in een gevangenis, kan informatie inwinnen bij de stichting Exodus, die zich bezighoudt met de opvang en resocialisatie van ex-gedetineerden en gedetineerden in de laatste fase van hun detentie (www.stichtingexodus.nl). De vraag voorleggen aan de directeur van een instelling in de buurt kan ook. Ook www.gevangenispastor.nl en www.gevangenispredikant.nl bieden extra informatie.
‘Vooral vrouwen zijn vaak heel eenzaam. Ze hebben bijvoorbeeld gewerkt als koerier en zijn daarna in de steek gelaten. Mannen hebben altijd nog wel ergens een vrouw.’
2007-2014 Persvereniging Opbouw