21 augustus 1998, jaargang 42, nummer 17
Artikel 005081
Christenen in Nepal P.J. van Kampen De geschiedenis van de jonge kerk in Nepal is uniek – een geschiedenis van zendelingen die de weg gebaand hebben en gebeden hebben voor een opening in het ”gesloten land”, van Nepalese bekeerlingen die eerst over de landsgrenzen, in Tibet en later Noord-India verbleven, van hun riskante binnendringen over de grenzen ondanks het beleid van de regering om iedereen die Christen was het land uit te zetten, en tenslotte van hun leven binnen de landsgrenzen, nu veertig jaar lang. Het is fascinerend, een epos van hoop en teleurstelling, van moed en visie, van moeiten en vervolging, volharding en overwinning, vreugde en pijn. Het meest belangrijk, het is het verhaal van een volk dat God ontmoet heeft – mensen uit een klein onbekend landje in de Himalaya voor wie Christus gestorven is – mensen die Gods liefde in Christus herkend hebben, die bereid zijn om hun bestaansmogelijkheden en zelfs hun leven in de waagschaal te stellen om die liefde aan anderen door te geven.
Cindy Perry 1

Zoals is aangekondigd, hopen we vanaf nu regelmatig in ons blad aandacht te geven aan ”de Wereldkerk”. Waar mogelijk, liefst in twee fasen. Eerst een verhaal over land X of regio Y, graag wat verdeeld over de verschillende delen van de wereldbol. Daarna (meestal in die volgorde, verwacht ik) vertellen leden van onze kerken hoe ’t is/was om in dat land, die regio, onder die stam, te wonen en te leven.
We beginnen met Nepal, vanouds een Hindoe-koninkrijk, gelegen in het Himalaya gebergte. Nepal is een van de hoogst gelegen landen ter wereld, door onherbergzame bergketens moeilijk te bereiken. Deze keer dus een ”algemeen” bedoeld verhaal over de kerk in dat verre land. Volgende keer hopen Henk-Peter en Dona Dijkema, die onlangs in ons land zijn teruggekeerd, een indruk te geven hoe het was om daar ca. 8 jaar te wonen. Juist in het geval van Nepal kan ik minstens vier anderen bedenken die ook daarover een onderhoudend verhaal zouden kunnen vertellen! De Dijkema’s zijn echter de meest recent teruggekeerden.
Het verhaal van de Nepalese kerk is een uniek verhaal: pas in de jaren ’90 heeft ze zich openlijk aan hun volk gepresenteerd. Toen ik in mei 1992 in de hoofdstad Kathmandoe verbleef, hoorde ik dat juist een paar weken eerder de eerste ”Jezusmars” uit de geschiedenis was gehouden. (Alleen al om die reden moet men erg positief tegenover het fenomeen ”Jezusmarsen” staan!) Voor het eerst in hun vrij korte, maar zeker al turbulente geschiedenis traden broeders en zusters naar buiten, vertoonden zich aan de diverse stammen: de Thamangs, de Goeroengs, de Newari’s en nog veel meer. (Ook aan Tibetaanse vluchtelingen die na de Chinese overweldiging van Tibet zich ook hier gevestigd hebben.)

Onstuimige groei!
Nepal is een gebied dat al sinds vele eeuwen door het Hindoeïsme is gestempeld. Ook het Boeddhisme is al lange tijd op Nepalese bodem aanwezig; de geboorteplaats van de stichter van deze religie, prins Siddharta Gautama, ligt in het huidige Nepal. Er was een kleine moslimse bevolking, maar Christenen waren er niet. Die situatie bestond tot de jaren ’50 van deze eeuw. Toen kwamen de eerste Christenen het land binnen. Nu is er een soms vervolgde, maar ook alleszins krachtige kerk, die door deskundigen geschat wordt op 80.000 tot 150.000 mensen. In verafgelegen valleien, op plaatsen waar bijna geen buitenlander komt, heeft het Woord van God zich genesteld. Een ontzagwekkend wonder! Überhaupt worden uit Nepal wonderbaarlijke zaken gemeld – een vriend van mij (uit de Gereformeerde Bond afkomstig) zei me voor mijn reis: ”Weet je, méér dan de helft van de mensen die hier tot geloof komt is of op wonderbaarlijke wijze genezen, op herkenbare wijze van boze geesten bevrijd of heeft visioenen en dromen gehad die tot hun bekering hebben geleid...”

Een hermetisch gesloten land
Als ik de allereerste roerselen van christelijke verkondiging mag overslaan 2 – kleinschalige pogingen van missionarissen in de 18e en vroege 19e eeuw – kom ik bij het ronduit enerverende relaas van Nepalezen die beland zijn in het Noordelijk gelegen Darjeeling, toen deel van Brits-Indië.
In 1754 kwam er in Nepal een nieuwe dynastie aan de macht die het Christelijk geloof vijandig gezind was. Het koningshuis dat men verdreef had steun gevraagd en gekregen van de Britten die uiteraard als ”christen” bekend stonden. Toen Britse steun de zittende koninklijke familie niet redden kon, werd dat verbond van ”Kerk en Staat” de Kerk noodlottig. Twee volle eeuwen was het in Nepal strikt verboden om Christen te zijn! Het land was immers een Hindoe koninkrijk. Dat moest zo blijven; het beleid was erop gericht het land voor politieke invloed van de Britten én voor ondermijnende activiteiten van de Christelijk Kerk te vrijwaren!
De leiders wensten in hun zelfgekozen politiek en geestelijk isolement te volharden.
Buitenlanders mochten zonder toestemming het land niet in. Een bepaling verbood ook inheemse Christenen in het land te wonen! Het Evangelie werd dus alleen onder Nepalezen buiten Nepal verkondigd. In 1908 werd door een colporteur een grote voorraad traktaten en boekjes naar Nepal gebracht, de eerste zending in de historie. Ze werden in Kathmandoe verkocht, tot men merkte dat het om Christelijke boeken ging. Uitwijzing van de betreffende colporteur en confiscatie van de boekjes volgde onmiddellijk.

Darjeeling
Vermoedelijk was hij afkomstig uit Darjeeling, waar vanaf het midden van de vorige eeuw de thee-industrie draaiend gehouden door duizenden gastarbeiders, vooral Nepalezen. Hier, op Brits-Indische bodem, was het wel mogelijk om hen met het Evangelie te bereiken.
Onder de Nepali in Darjeeling heeft het Evangelie echt wortel geschoten. Het begin van dat werk ligt bij de ”Church of Scotland Mission” die in 1868 een zendeling naar de afgelegen theeplantages stuurde. Dagelijks preekte hij in de bazaars en dorpen en deelde hij traktaten uit. De oppositie daartegen kwam, toen hij na vier jaar de eerste bekeerling doopte, Bhim Dal. Bijna van het ene op het andere moment bleven praktisch alle Nepalese leraren en leerlingen op de zendingsschool uit de kerkdiensten weg.
De gedachte dat mensen Christen konden worden en al doende hun kaste-achtergrond verbraken was schokkend! Geleidelijk aan kwamen velen terug en velen lieten zich ook mettertijd dopen.
Bhim werd later politieman; hij had ook de zorg voor een kleine gemeente. ”Weinigen herinneren zich Bhim nog. Hij was geen dynamisch christelijk leider of pastor of evangelist. Maar hij was een moedige jonge man die bereid was om in geloof een onbekende toekomst in te stappen, waarbij hij voor vele anderen de weg gebaand heeft. Hij was getrouw en heeft de gemeenschap een duidelijk getuigenis gegeven, terwijl hij voor de overheid werkte.” 1 Nepalese geloofsgenoten kregen met exact dezelfde problemen te maken als vroegere Christenen ervaren hadden: ze werden uit hun familie verstoten en zwerven ontheemd door het land. Ik heb, in de vroege jaren ’90, diverse vergelijkbare verhalen gehoord van betrouwbare, integere gesprekspartners. ”De voornaamste moeiten zijn van sociale aard. Men mag geen enkel Nepalees huis betreden. Men moet z’n voedsel buiten opeten en luisteren naar grappen over het voeren van ’de christenhond’. Ook moet men buitenshuis slapen, in een loods of in de jungle onder de open hemel.” Uit de tijd rond 1900 stammen verhalen van toegebracht lichamelijk letsel en van christelijke lectuur die verbrand is. Niettemin bleef de kerk groeien. In 1880 waren er in de regio Darjeeling 130 christenen; in 1900 waren dat er 2500 en in 1945 bijna 14.000! We lezen van mensen die geregeld naar de grenzen van het oude Nepal gingen in de hoop op de een of andere manier daar traktaten te kunnen verspreiden.

”Belegerd Land”
In 1892 werd de zgn. Ghorka Mission opgericht om het afgesloten Nepal voor het Evangelie te winnen. De Zending werd geheel door Nepalezen gerund. Vanaf 1901 had men een medewerker die in de bazaars bij de grens preekte en literatuur uitdeelde. Geregeld werden mensen gedoopt, ook mensen uit het gesloten Nepal. Deze man, Buddhi Singh, volgde ook een medische opleiding, die voor zendingswerk nuttig werd geacht. Hij startte daarna een kleine medische post, waar hij dertig jaar lang trouw zijn werk deed. Later keerde hij naar zijn geboortedorp terug, waar hij z’n vak als horlogemaker weer opnam. Na een paar jaar kwam de overheid erachter dat hij Christen was en werd hij prompt over de grens gezet! In zijn land werd nog steeds geen prijs gesteld op gelovigen. De Ghorka Mission diende bij de overheid een formeel verzoek in om Christenen toe te laten op haar grondgebied. Er kwam nooit antwoord op...
Tenminste dertig jaar lang was de Ghorka Mission een drijvende kracht in het werk om het Hindoe-koninkrijk te bereiken; toen volgde neergang. Anderen namen de taak over. Van een zekere Nawalbir James Rai is bekend dat hij in zijn jonge jaren, tot 1927, tenminste vier pogingen heeft ondernomen om in Nepal door te dringen. Toen hij opnieuw werd betrapt, liet de Maharaja van het district weten dat, als hij weer gesnapt werd, diens olifant hem het hoofd zou verpletteren! Later heeft Rai tenminste nog één keer een moeizame en langdurige reis ondernomen om zijn geboorteland binnen te komen. Opnieuw lukte het hem niet, net zo min als ’t anderen lukte. Steeds opnieuw ”belegerden” Nepalese gelovigen echter de Nepalese staat en de Nepalese bevolking, probeerden er in door te dringen. Al had vooralsnog geen enkel resultaat, er werd op vele plaatsen intens voor land en inwoners gebeden...

En toen: nieuwe kansen
Toen kwam in het begin van de jaren ’50 een revolutie die het bewind der Rana’s, een adellijke kliek, deed ineenstorten. De koning van Nepal, Tribhuvan, ontsnapte aan zijn feitelijke huisarrest en kwam na omzwervingen aan de macht. Hij besloot om zijn verarmde en onontwikkelde volk uit het isolement te halen. Nepal werd lid van de Verenigde Naties, gaf allerhande organisaties toestemming om het land binnen te komen, en bleek blij met alle hulp, van welke kant die ook kwam. Ook de UMN, United Mission to Nepal, (een overkoepelende organisatie van tientallen zendingsgenootschappen) mocht komen.
De UMN is nu 45 jaar in het land bezig, onthoudt zich van expliciet zendingswerk, maar is wel actief in menslievende projecten en in vele vormen van ontwikkelingssamenwerking.
De aanwezigheid van buitenlandse Christenen heeft inheemse gelovigen stellig bemoedigd en ook gestimuleerd.
Er hebben in die bewogen jaren heel wat Christenen gevangen gezeten en er was sprake van onderdrukking. Ronduit tragische verhalen van verstoting uit gezin en samenleving heb ik zelf van diverse broeders gehoord, maar nu is de situatie bezig echt anders te worden. Zoals gezegd, gingen in 1992 voor het eerst de Christenen de straat op, voor een Jezusmars. Dat heeft op velen toen grote indruk gemaakt. De verhalen die we nu met de regelmaat van de klok vernemen vertellen ons dat er op vele plaatsen in het geïsoleerde Himalaya bergmassief grote of kleine gemeenten ontstaan. Er is een krachtige beweging van de Heilige Geest waar te nemen. Stellig valt een compleet beeld van de kerk in Nepal niet te geven, maar één ding is zeker: velen die in het verleden hun leven (en soms hun dood) voor de verbreiding van het Evangelie hebben overgehad zijn de voorhoede geworden van een krachtige kerk, die onze steun en ons intense gebed verdient.

P.S. Wie bidt voor de bevolking van Mustang, ”het Land van de Demonen”, er vlakbij, waar nooit een christen zou zijn geweest?


Noten
1 Wie meer wil weten van de Nepalese Kerk kan bij geen auteur beter terecht dan bij Dr. Cindy Perry. Haar scriptie uit 1989 – A Biographical History of the Church of Nepal; Wheaton Ill., VS. – is uitgewerkt tot een proefschrift dat Ne-pali around the World heet. EKTA Books, Kathmandu; 1997; 463 pp. Aan te vragen bij ”Interserve”, dat ook een goed blad over hun werk uitgeeft. Krakelingweg 10, 3707 HV ZEIST, tel. 030- 6913741; fax. 6932620; Email 100121.1477@compuserve.com

2 Meer hierover staat in mijn boek Tot het Uiterste gaan. Mensen en Motieven uit de zendingsgeschiedenis. Barnabas; Leiden, 1996.

3 Twee prachtige en ook humoristische boeken over (medische) zending in Nepal zijn van Thomas Hale. Don’t let the Goats eat the Loquat Trees en On the far Side of Liglig Mountain. Zondervan, (1986, 1989) Bestellen, mits voorradig, kan ook via ”Interserve”
2007-2014 Persvereniging Opbouw