8 januari 2010, jaargang 54, nummer 1
Artikel 005196
Column Goede voornemens Jeannette Westerkamp Ik neem mij voor geen voornemens meer te maken waarvan ik van te voren weet dat ik ze niet waar kan maken. Alhoewel, kan ik dat waar maken? Begin ik nooit meer een dag met het voornemen, het huis aan kant te maken, mail te beantwoorden, boodschappen te doen, te koken voor een aantal mensen, een boek te lezen en die dag lekker uit te rusten? Zou het helpen als ik dat laatste eraf haal en niet probeer uit te rusten van zo’n dag? Waar komt mijn oordeel over een dag eigenlijk vandaan? Is het een manier van kijken die ik kan veranderen?

Jeannette Westerkamp.
‘Ha hoe is het?’ vraag ik, als ik Anja tegen kom in de gang van de jeugdinrichting. Anja lacht naar me en zegt prompt: ’Goed!’ Dan slaat ze de handen voor de mond en roept: ‘Wat erg, wat erg!’ Ze is namelijk vast besloten dat het niet goed met haar gaat. Ze zit op een plek waar ze niet wezen wil. In een gesloten jeugdinrichting. Ze heeft het gevoel dat ze als een hond in een hok zit. Met toestemming van haar ouders nog wel. Ze mist ze. Ze wil niet dat ze komen. Ze wil niet dat ze zeggen zullen: ‘Het valt wel mee. Jullie hebben een gezellige leefruimte.’ Het is hier niet gezellig. En nu zegt ze spontaan tegen mij dat het goed gaat . Hoe komt dat? ‘Ik vind het leuk u te zien’, zegt ze verlegen, ’maar het gaat natuurlijk niet goed.’
’Hoezo, natuurlijk niet?’, zeg ik. ‘Als jij mij ziet en je vindt dat leuk, dan is het toch even goed? Of is het al weer over?’ Nee, het is nog niet over. Ze wil graag met me praten, als ik maar niet zeg dat het meevalt om gesloten te zitten, ver van je familie. Dat zeg ik niet. ‘Maar was er niet een moment vandaag dat er even een beetje licht was? Dat iemand je aan het lachen maakte of een groepsleider je een compliment gaf? Of dat je plotseling een leuke inval kreeg? Durf je mij iets leuks te vertellen en vertrouwen dat ik begrijp dat je verdriet niet zomaar weg is?’ Het is een voortdurend gevecht met dit in en in verdrietige kind dat de moed om te leven lijkt te verliezen. Als ze zichzelf dwingt zich alleen negatief te uiten, hoe praat ze dan met zichzelf? Ze schrijft gedichten. Op een dag geeft ze me een schrift. Ik lees met stijgende verbazing. In haar gedichten is wel degelijk hoop. Durf ik haar dat te zeggen of zal de censuur dan ook bij het dichten wakker worden?
Ik probeer niet teveel over problemen te praten. De meisjes praten er al zo veel over. Met elkaar met groepsleiders en therapeuten. Ik vraag ze waar ze gelukkig waren, wie er belangrijk voor ze is en wat er voor leuks is gebeurd de afgelopen tijd. Diamant zoeken noem ik het. Zwoegen in het donker en dan iets vinden dat oneindig kostbaar is en onverslijtbaar. Soms eerst onherkenbaar.

Ik ga naar huis. Het is donker geworden en het regent. Ik hijs me in mijn regenpak. Drie kwartier fietsen! Grote plassen op de straat. Ineens vallen de bomen me op in het licht van de straatlantaarns . Ze glanzen in een bijzondere kleur bruin-groen. Er zit geen blad mee aan. Naakt maar rechtop in de regen wachten ze de morgen af en de lente en de tijd van vrucht dragen. Hoeveel jaar al? Het ontroert me. Goed te kijken en schoonheid te zien in alles, ja dat neem ik me voor.

Jeannette Westerkamp

Jeannette Westerkamp is parttime justitiepredikant namens de NGK in Houten.
2007-2014 Persvereniging Opbouw