8 januari 2010, jaargang 54, nummer 1
Artikel 005206
Overwegingen bij het eerste hoofdstuk van de Bijbel (1) Openingswoorden vol spanning Jaap Dekker Onlangs kopte het dagblad Trouw groot: ‘Openingszin Bijbel klopt niet. Nieuwe interpretatie van Hebreeuwse tekst Genesis haalt God als schepper onderuit.’ De bron van dit verontrustende nieuws lag in Nijmegen. Prof. dr. Ellen van Wolde zou daar de volgende dag haar inaugurele rede houden. Ze had vast wat aan haar PR gedaan door aan te kondigen dat haar bevindingen flink stof zouden doen opwaaien, vooral bij traditionele gelovigen.

Het feitelijke scheppingswerk van God begint pas met de schepping van het licht. (Afbeelding van Anneke Kaai ‘God zei: ‘Er is licht’)
Haar stelling was dat het traditionele beeld van God de Schepper onhoudbaar is. De eerste zin van Genesis 1 betekent niet dat God uit niets hemel en aarde schiep, maar dat Hij die scheidde. Volgens Van Wolde is dat de betekenis van het in vers 1 gebruikte werkwoord. ‘God maakte wel eens iets, maar niet de hemel en de aarde’.1 Deze naar eigen zeggen nieuwe interpretatie werd door de Radboud Universiteit aangekondigd als ‘niets minder dan een ontwrichting van het scheppingsverhaal’.
Bij nader inzien bleken haar inzichten niet zo revolutionair als Van Wolde beweert,2 maar de ophef rond deze inauguratie kan ons wel stimuleren om eens naar het begin van Genesis 1 te kijken. Wat wordt daar over het begin van hemel en aarde gezegd?

Blikversmalling
Als je aan een willekeurig christen vraagt hoe de Bijbel over de schepping spreekt, dan zal hij/zij waarschijnlijk Genesis 1 noemen en de schepping in zes dagen. In de Bijbel wordt echter op meer plaatsen over de schepping gesproken en ook op heel andere manieren dan in Genesis 1. Zie in het bijzonder de Psalmen en profeten.3 Op zich is het natuurlijk volkomen terecht dat een christen bij schepping als eerste aan Genesis 1 denkt. Dit hoofdstuk heeft niet voor niets een prominente plaats gekregen in de Bijbel. Het is de meest gereflecteerde vorm van Israëls getuigenis van God als Schepper. Ook in ons spreken moet het daarom een belangrijke plaats krijgen. Als we maar niet vergeten dat er ook andere scheppingsvoorstellingen in de Bijbel staan die elk hun eigen betekenis hebben. Het is belangrijk om ons van het risico van een blikversmalling bewust te zijn. Een bredere blik op oudtestamentische scheppingsteksten leert bovendien dat het meestal poëtische teksten zijn waarin over de schepping gesproken wordt en dat dit spreken vaak in een hymnische setting staat. Bij de uitleg van Genesis 1 moet dat worden meegenomen, om te voorkomen dat we Genesis 1 teveel vanuit een historische vraagstelling benaderen.

Bescheidenheid
Wat dit laatste betreft voel ik mij ook aangesproken door wat God op een gegeven moment aan Job vraagt: Waar was jij toen ik de aarde grondvestte? Vertel het me, als je zoveel weet?’ (Job 38:3-4) Wanneer we over het ontstaan van de wereld spreken, hebben we primair het besef nodig dat we er geen van allen zijn bijgeweest en dat er wonderen zijn die voor ons te groot zijn om te bevatten. Bij de uitleg van Genesis 1 past ons daarom een grondhouding van bescheidenheid. Laat de preciese oorsprong der dingen voor ons maar iets van een geheim houden. Ook Genesis 1 is ons niet gegeven om onze nieuwsgierigheid te bevredigen. Natuurwetenschappers mogen de werken van de Heer naar hartelust onderzoeken (vgl. Ps. 111:2). De Bijbel zal hen daarin niet tegenhouden, maar de Bijbel zal hen daarin ook niet veel verder helpen. Ook wat Genesis 1 ons vertelt is namelijk geen wetenschap, maar wil eerst en vooral boodschap zijn.

Traditionele uitleg
Om die boodschap op het spoor te komen, zijn de eerste verzen gelijk van cruciaal belang.
1 In het begin schiep God de hemel en de aarde.
2 De aarde was nog woest en doods,
en duisternis lag over de oervloed,
maar Gods geest zweefde over het water.
Hoe moet de in vers 2 beschreven oertoestand verstaan worden in relatie tot wat vers 1 over de schepping van hemel en aarde zegt? De traditioneel orthodoxe uitleg is altijd geweest, dat vers 1 de schepping uit niets beschrijft en vers 2 het eerste resultaat daarvan, de nog ruwe materie die God vervolgens door te spreken tot een bewoonbare aarde maakt. Ik denk niet dat de verhouding tussen deze beide verzen daarmee juist wordt opgevat. Hoe kan een door God geschapen aarde ooit een aarde zijn waarin de chaos heerst? Om dit probleem te ondervangen spreken traditionele uitleggers liever over de aarde als een nog onherbergzaam oord dan over de chaos,4 maar dat werkt camouflerend. De kleuren van vers 2 zijn donkerder dan de klassieke uitleg veronderstelt (vgl. Jes. 34:11; Jer. 4:23-26). Bovendien ziet de combinatie ‘hemel en aarde’ die vers 1 gebruikt, in de Bijbel steevast op de al geordende kosmos. Inhoudelijk blijft er ook in de klassieke uitleg dus een spanning bestaan tussen de eerste verzen van Genesis 1.

Alternatieve vertaling?
In een voetnoot maakt de NBV er melding van dat je de eerste zinnen van Genesis 1 ook anders met elkaar kunt verbinden: ‘In het begin toen God de hemel en de aarde schiep […] zei God…’ Deze vertaling is in de Middeleeuwen al door Joodse uitleggers bepleit en heeft na de vondst van het Babylonische scheppingsverhaal ‘Enuma Elish’ ook moderne pleitbezorgers gekregen. Dit scheppingsverhaal begint namelijk met een relatieve zin: ‘Toen daarboven de hemel nog niet genoemd was en hier beneden de aarde nog geen naam had gekregen…’ Theoretisch is het inderdaad mogelijk om ook het begin van Genesis op deze wijze te vertalen (vgl. Gen. 2:4b-5). Toch lijkt deze vertaling mij niet waarschijnlijk. Een tussenzin in de omvang van vers 2 is niet erg gangbaar in het Hebreeuws en Genesis 1 kenmerkt zich juist door het gebruik van korte zinnen. Ook wijzen gegevens uit de tekstoverlevering en onze oudste vertalingen niet in deze richting. De traditionele vertaling van vers 1 heeft nog steeds de sterkste papieren.

Opschrift
Datzelfde geldt echter niet voor de traditionele uitleg. In een verhaal gebruikt het Hebreeuws doorgaans verhalende werkwoordsvormen. De in vers 1 gebruikte werkwoordsvorm wijkt daarvan af en laat zich beter als inleiding verstaan. In de bijbelse vertelkunst is de eerste regel van een verhaal vaak een aankondiging van waar het verhaal over gaat. Zo begint het bekende verhaal waarin Abraham zijn zoon Izak moet offeren met de aankondiging dat God Abraham op de proef stelde (Gen. 22:1). Hoe dat ging, vertelt het daarop volgende verhaal. Ook Genesis 1:1 laat zich zo het beste lezen. Het is een soort opschrift boven het verhaal: In het begin schiep God de hemel en de aarde, in de zin van onze geordende kosmos. Als je het hoe en wat daarvan wilt weten, dan moet je verder lezen.

Chaostoestand
Wat Genesis 1 dan als eerste vertelt, is dat er een soort chaostoestand heerste, voordat God zijn eerste scheppingsdaad verrichtte. Die chaostoestand is niet door God geschapen, maar veronderstelt Genesis 1 als een gegeven voordat God zei dat er licht moest komen. In het begin lag de aarde verloren… Wanneer de relatie tussen de beginverzen zo wordt opgevat,5 valt de inhoudelijke spanning die de klassieke uitleg kenmerkt weg, wat ook de eerder genoemde alternatieve vertaling beoogt. Het feitelijke scheppingswerk van God begint pas in vers 3 met de schepping van het licht. De in vers 2 beschreven situatie is niet het eerste resultaat, maar het uitgangspunt van Gods scheppingswerk (vgl. Job 26:7). Waar die chaostoestand vandaan kwam en hoe lang die heeft geduurd, vertelt de Bijbel niet. Die vraag ligt buiten het blikveld. Genesis 1 vraagt zelf niet achter dit uitgangspunt terug. Wat dat betreft ligt er een sluier over het begin. In heel het Oude Nabije Oosten ging men daar trouwens gewoon vanuit. Dat de leefbare aarde zoals wij die kennen uit een oeroceaan was voortgekomen. Alleen dachten de Babyloniërs daarbij ook nog aan allerlei godenmachten die als een soort krijgsheren in een strijd verwikkeld raakten. Over zulke godenmachten en een door God met hen gevoerde strijd vertelt Genesis 1 ons niet. Hier ligt alle nadruk op het soevereine spreken van God.

Chaos en evolutieleer?
Sommige christenen zien in wat vers 2 beschrijft een mogelijkheid om de Bijbel met de evolutieleer te verbinden. Een aarde die wie weet hoe lang woest en doods was, lijkt op het eerste gezicht ruimte te bieden voor de miljarden jaren waarmee de wetenschap rekent. Maar Genesis 1 doet daar helemaal geen uitspraak over. De voorstelling van een chaostoestand in het begin deelde Israël gewoon met de andere volken. Zoals Israël met hen ook de voorstelling deelde dat de aarde plat was en dat de zon om de aarde draaide. We moeten oppassen dat wij onze moderne inzichten niet in de Bijbel proberen in te lezen. Genesis 1 wil geen wetenschap bieden, maar boodschap. Zelfs is het nog maar de vraag of in vers 2 een werkelijk bestaande ‘voorwereld’ beschreven wordt. Mogelijk wordt hier niet meer dan een contrast beschreven en is dit enkel de oudoosterse manier van zeggen dat de schepping van de wereld zoals wij die kennen nog moest beginnen. Ik pleit ervoor om deze Bijbelverzen niet te overvragen. Wat deze uitleg voor het geloof in een schepping uit niets betekent en of deze uitleg niet tot een dualistische scheppingsleer leidt, daarover een volgende keer.

In deze serie van drie artikelen biedt dr. Jaap Dekker een bewerkte versie van zijn bijdrage aan de NGP studiedag voor predikanten van 12 november.

Dr. Jaap Dekker is predikant van de NGK van Enschede en docent Bijbelvakken aan de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding.

Voetnoten
[1] Ellen van Wolde, Terug naar het begin. Waarom Genesis 1:1 niet gaat over Gods schepping van hemel en aarde, Nijmegen 2009.
2 Daarbij gaat het mij niet zozeer om de vraag of het in vers 1 gebruikte werkwoord ook met ‘scheiden’ vertaald zou kunnen worden. Etymologisch kan dat, maar de oorspronkelijke betekenis van een woord is niet altijd richtinggevend voor zijn actuele betekenis. In de praktijk voldoet de vertaling ‘scheppen’ beter, omdat de nadruk bij dit werkwoord ligt op de soevereiniteit en de exclusiviteit van Gods handelen. Zie o.a. Koert van Bekkum, ‘Rumoer over eerste zin Bijbel onzinnig’ en ‘Schepping, scheiding of allergie?’, Nederlands Dagblad 9 okt. 2009 en Jaap van Dorp & Matthijs J. de Jong, ‘Scheppen of scheiden’ op www.bijbelgenootschap.nl.
3 De verschillende scheppingsvoorstellingen die het Oude Testament bevat laten zich eenvoudig in vier categorieën verdelen:
  1. Schepping als ambachtelijk werk (zie o.a. Jes. 42,5; 44,24 en 45,9)
  2. Schepping als verwekking of geboorte (zie o.a. Jes. 45,10 en Ps. 90,2)
  3. Schepping als strijd (zie o.a. Jes 51,9-10; vgl. Ps. 74 en 89)
  4. Schepping door spreken (zie o.a. Gen. 1 en Ps 33,6-9).
4 Vgl. J. van Genderen in Beknopte gereformeerde dogmatiek, Kampen 1992, blz. 240.
5 Dit gebeurde al door B. Jongeling in Opbouw 11/32-34 (1967). Zie ook A. van der Dussen, ‘Genesis 1’, Opbouw 38/24-26 (1994).
2007-2014 Persvereniging Opbouw