18 september 1998, jaargang 42, nummer 19
Artikel 005756
Als het zoete bitter wordt H. Algra Op 1 september werd de rechtszaak tegen sekteleider Sipke Vrieswijk en zijn vriendin Aagje afgesloten. De rechter oordeelde op grond van psychiatrische rapporten dat de leider van de Gemeente Gods en zijn vriendin volledig ontoerekeningsvatbaar waren. De uitspraak luidde dan ook: geen ’gewone’ gevangenisstraf, maar T.B.S.

De rechter was verder van mening dat contact tussen de (inmiddels bijna 70-jarige) sekteleider en de overgebleven leden van de Gemeente Gods voorkomen moest worden. Het gevaar van een collectieve zelfmoord werd niet denkbeeldig geacht.

Innemend, ernstig en betrouwbaar
In de pers wordt Sipke Vrieswijk omschreven als een buitengewoon autoritair leider, die er behagen in schept om mensen volledig van hem afhankelijk te maken. Een heel ander beeld krijgt de lezer als ds. Bram Krol Vrieswijk introduceert in zijn boekje ’Als het zoete bitter wordt’. Hij beschrijft de eerste indruk van de gemeenteleden in ’s Gravendeel als volgt: ”Iedereen bewonderde zijn grote kennis. Hij had goede contactuele eigenschappen. Heel gemakkelijk wist hij mensen voor zich in te nemen. Vrieswijk was ernstig en betrouwbaar.
Hij boezemde ontzag in.” De kleine evangelische gemeente in de Hoekse Waard zag het dan ook als een bijzondere leiding van de Geest dat Sipke Vrieswijk in hun midden kwam wonen.

Degelijke bijbelstudies
Ook de bijbelstudies onder leiding van Vrieswijk boezemden ontzag in. ”John wist niet wat hij hoorde! Dit was nieuw. Vroeger hoorde hij altijd dezelfde thema’s. Eenvoudig, vrolijk en een tikkeltje oppervlakkig.” John laat zich meeslepen door ’die gezellige prater’. ”Dat weet ik allemaal niet uit de Bijbel”, moest John toegeven. ”Dan wordt het tijd dat je de Bijbel eens goed leert kennen!” antwoordt Vrieswijk. En daarmee had hij John te pakken. En -na een bezoek aan een samenkomstmoest hij erkennen: ”Hier werd pas echt gewerkt aan de geestelijke opbouw van de leden. Hij hoorde iedere week nieuwe dingen. Zijn geloof groeide.” ”Dat ik daar toch altijd overheen gelezen heb!” verzuchtte iemand, die al jaren kerkelijk actief was.

Zelfstudie
Over de jonge Vrieswijk wordt in het boekje weinig verteld. Vrieswijk groeide op ten zuiden van Dokkum, in een streek, waar de bevolking in Friesland bekend staat vanwege een enigszins bevindelijke inslag. Sipke ontving nauwelijks vervolgonderwijs. Wel bestudeerde hij buitengewoon intensief de Bijbel. Op die manier verzamelde hij honderden eigen bijbelstudies. Van een theologische opleiding moest hij niets hebben. ”In een paar minuten bij God leer je meer dan in jaren aan de universiteit!.... In feite weet ik meer van de Bijbel dan een professor!” Volgens Vrieswijk was hij al op jonge leeftijd door God geroepen. Maar eerst had hij een andere weg gekozen. Pas op zijn 35e jaar zag hij ’het licht’. En daarbij ook direct een opdracht van God: ”Je moet Mijn komst op aarde verkondigen, want die is aanstaande!”

De sterken en de zwakken
Voor de gemeenteleden in ’s Gravendeel leek het een christelijk sprookje, bijna te mooi om waar te zijn. Een nieuwe geestelijk leider, vol van de Heilige Geest. Er kwamen nieuwe leden bij. En toch zien we in die tijd al duidelijke voortekenen dat het niet goed gaat. Vrieswijk splitst de gemeente in twee gedeelten: de zwakken en de sterken. Hij alleen weet wie er sterk zijn en wie zwak. Eén van die (volgens Vrieswijk) zwakke mensen is een zuster die een ’voortrekker’ van de gemeente in ’s Gravendeel was.
We zien hier al een psychologisch mechanisme dat zich voortdurend zal herhalen. Kennelijk wordt iemand die ’sterk’ is door Vrieswijk als bedreiging gezien; daarom moet ze worden ’uitgeschakeld’.
Het is hetzelfde mechanisme als bij dictatoriale regimes die op angst zijn gebaseerd: de leider wil absolute macht en de sterken in het land vormen een bedreiging. Om die angst te bezweren wordt de groep opgeroepen om zich af te zetten tegen de nieuwe gemeenschappelijke vijand.
Er is namelijk sprake van een complot.
Als de zuster die door Vrieswijk wordt geëxcommuniceerd het er niet bij laat zitten, is het antwoord van Vrieswijk duidelijk: ze is occult belast. En met demonisch besmette mensen mag geen enkel gemeentelid contact hebben.
Alles wat ze zegt en doet komt immers van de duivel. Wie toch contact heeft, raakt zelf ook besmet.

Psychische druk
Veel mensen, die zich in hun eigen kerkelijke gemeente niet thuis voelden, voelden zich snel thuis in de gemeente van Vrieswijk. Dat was nu waar ze al die tijd naar hadden gezocht. Daarbij sprak Vrieswijk op indrukwekkende wijze in tongen. ”Dat komt van de Geest. Ieder die de Geest ontvangt, krijgt speciale gaven.
Eerst tongentaal.” De prediking van Vrieswijk hield een belofte in: ”Dit huis is een bedehuis en de mensen zullen komen van oost en west.” Maar tegelijkertijd werden de leden van de gemeente onder forse druk gezet. Vrieswijk kende de zwakke plekken van de gemeenteleden. Vaak hadden ze hem in een eerste gesprek al hun vertrouwen gegeven. Van die kennis maakte hij later misbruik. In huizen van gemeenteleden werden occult besmette voorwerpen aangetroffen. Een kastje, een fluitketel, een kerstversiering: alles moest weg.
Gemeenteleden, die zich juist hadden aangesloten omdat ze de warmte in hun eigen kerkelijke gemeente hadden gemist, werden geïsoleerd van de gemeente. Daarmee raakte Vrieswijk hen op een kwetsbare plek en maakte hij hen extra afhankelijk. Kleine kinderen moesten uren lang luisteren naar de preken van Vrieswijk. Als ze even niet opletten werden ze onder zware psychische druk gezet. Ouders mochten geen contact meer hebben met hun kinderen. Het ging allemaal van kwaad tot erger.

Psychologie
Je vraagt je als lezer af: wat voor man is Sipke Vrieswijk? Zijn manier van optreden vertoont opvallende overeenkomsten met die van Jim Jones (the Peoples’ Temple Church) en van David Koresh (the Branch Davidians). Beide groepen eindigden hun bestaan met een collectieve zelfmoord.
Een klein uitstapje in de richting van de psychologie. Van de jeugd van Sipke Vrieswijk weten we weinig. Jim Jones en David Koresh kwamen beiden uit gebroken gezinnen. Ze waren als kind eenzelvig. Ondanks hun solistische gedrag hadden ze een grote behoefte aan erkenning. Beiden hadden geen degelijke theologische opleiding gevolgd. Ze kozen hun eigen manier om de Bijbel uit te leggen. Zo konden ze hun eigen gang blijven gaan en hoefden ze zich niet te voegen naar de mening van anderen. Een kritische opmerking werd door hen nauwelijks verdragen. Ook zetten ze zich af tegen de ’gevestigde’ theologie.
Waardering kregen ze uiteindelijk van mensen die zelf in de problemen waren geraakt en die een grote behoefte hadden aan warmte en ondersteuning. In die eerste contacten waren zowel Jones als Koresh en Vrieswijk buitengewoon innemend. ”Eindelijk iemand die me begrijpt, die naar mij luistert, die aandacht voor mij heeft.” Bij Jones en Koresh ging het in wezen om diepbeschadigde mensen, die (dus) hun leven lang op zoek waren naar erkenning en waardering. Echter: zodra ze die erkenning kregen, kwam er ook angst naar boven. Dat was de angst om (weer) verlaten te worden. Die angst gingen ze te lijf door steeds hogere eisen te stellen aan de leden van de sekte, door de leden tegen elkaar op te zetten en door een gemeenschappelijke vijand aan te wijzen.

Verbroken huwelijken
Ook de huwelijken van de leden van de sekten werden ontbonden. Het is alsof de leiders jaloers waren op mensen met een goed huwelijk. Immers: het huwelijk van hun eigen ouders was gestrand. Bovendien kon een hecht echtpaar een bedreiging zijn voor de macht van de leider.
Een ander psychologisch mechanisme is het emotioneel afwijzen van het ene lid van de sekte, terwijl het andere lid steeds meer privileges krijgt (in de vakliteratuur wordt dit wel ambitendentie genoemd). ”Martine kan ik in vertrouwen nemen, maar jij hebt mijn vertrouwen steeds weer beschaamd.” Soms wisselt deze voor- en afkeur sterk, waardoor ook de afhankelijkheid versterkt wordt. De echtgenote van Vrieswijk (Tiny) wordt door hem steeds verder geïsoleerd en geestelijk beschadigd, terwijl zijn nieuwe vriendin (Aagje) alle denkbare privileges krijgt en ook de slaapkamer met de leider deelt. Ondertussen waren de volgelingen al psychisch aan de leider gebonden.
Het is hetzelfde principe dat we zien bij kindermishandeling en bij mishandeling binnen het huwelijk. Het is zelden zo dat er voortdurend sprake is van mishandeling. Vaak is er sprake van een naar zich toe trekken en dan weer afstoten. Deze relaties kennen dus ook zachte, tedere momenten.
Daarom blijven de kinderen op zoek naar geborgenheid en is het weglopen uit huis pas een uiterste stap. Daarom ook blijft de mishandelde partner vaak bij haar echtgenoot. Vroeger was hij immers anders, ”zo is hij eigenlijk niet.” Het lijkt erop dat in het leiderschap van Vrieswijk o.a. deze psychologische principes een rol hebben gespeeld. En dat gedurende een lange reeks van jaren, want het begon allemaal in de jaren ’70. Hoe heeft deze geestelijke terreur zó lang kunnen duren? vraagt ds. Bram Krol zich terecht af.

Van kwaad tot erger
Hoe erg het allemaal is geworden, is bekend uit publicaties in de pers. De groep trok zich terug in een voormalig klooster in Velddriel. De intimidatie, het isoleren van gemeenteleden, de machtswellust van de leider: het nam groteske vormen aan. Vrieswijk werd de hoofdpersoon in zijn eigen preken.
Uiteindelijk was er o.a. op seksueel gebied voortdurend sprake van ernstige excessen. Geen enkel huwelijk had stand gehouden. Dat Vrieswijk bij zijn komst naar ’s Gravendeel al een eerder huwelijk achter de rug zou hebben, werd door hem een praatje van de duivel genoemd. Die was immers op volle toeren actief, nu er een geestelijke opwekking zou staan te gebeuren. Uiteindelijk werden zelfs kinderen vele malen het slachtoffer van de seksuele uitspattingen van Vrieswijk en van zijn vriendin Aagje. Ds. Krol heeft het verhaal van de Gemeente Gods op sobere, maar indringende wijze te boek gesteld. Het boek leest als een roman, maar wel een roman met een verschrikkelijke werkelijkheid. Hoe kon dit allemaal zó ontsporen? Hoe konden mensen, op zoek naar God de Vader, zich zó laten misleiden?
Je vraagt je ook af: hoe gaat het verder met de ex-sekteleden? En met de resterende 15 leden van de sekte?
Onlangs was er op de radio een documentaire over de Gemeente Gods. De luisteraar hoorde de indringende stem van Vrieswijk, luisterde naar de meditatieve zang van Aagje. Geen ex-sektelid wilde echter voor de microfoon verschijnen: men was te zeer aangedaan en beschadigd.
Ds. Krol noemt aan het slot van zijn boek enkele vroegere sekteleden. Verloren jaren, weggegooide kapitalen, een beschadigd geloof. Contacten met familieleden zijn soms hersteld, in andere situaties blijvend onmogelijk.
De één werd evangeliste, de ander wil niets meer met het geloof te maken hebben. De één leidt een puriteins leven, de ander is losgeslagen als een Veronica-idool. En Vrieswijk? Hij zwijgt in alle talen.
Maar voor de rechter hadden hij en Aagje een verweer. Ze deden dit (bedoeld is vooral: seksuele omgang met minderjarige kinderen) niet uit vrije wil. ”We hebben de Here vaak gevraagd om deze moeilijke opdracht van ons
weg te nemen. Maar toen zei Hij dat we anders niet konden groeien in genade.”

Kenmerken van een sekte
In het laatste hoofdstuk stelt ds. Krol de vraag: ’Hoe kon zoiets gebeuren?’ Hij legt een verband met de groei van extreme charismatische groeperingen en met de New Age beweging. Beiden dragen het risico met zich mee van sterk subjectief gekleurde opvattingen.
Daarnaast raakt de samenleving ontworteld: de wereld is verbrokkeld en individualistisch. Het tij is tegen, en een ’totalitaire commune’ zoals die van Vrieswijk kan zomaar opnieuw ergens ontstaan, binnen of buiten christelijke kaders. Het slothoofdstuk vormt een waardevolle afsluiting van het boek, omdat het nog eens een aantal kenmerken en risico’s op een rijtje zet. In maar liefst 15 punten schetst Krol de belangrijkste kenmerken van een sekte. De opsomming zou zelfs nog verder kunnen worden uitgebreid of toegespitst. Zo noemt de auteur als 14e punt: het misbruik maken van het onvermogen van mensen om te denken in grotere verbanden. Een concrete toespitsing zou het bij dit artikel geplaatste voorbeeld kunnen zijn. Ds. Krol noemt ook enkele voorwaarden die sektarische misstanden zouden kunnen voorkomen. Daarbij worden de kerkordelijke aspecten nadrukkelijk genoemd, zoals de doelstelling, de financiële verantwoording en de beroepsmogelijkheden in geval van een conflict. Maar de Gorkumse predikant noemt ook de positieve kant van de sekte als een mogelijke correctie op de eenzijdigheid van de gevestigde kerken.

Eindbeoordeling
Als het zoete bitter wordt is een boek dat het waard is om gelezen te worden. Het is vlot geschreven, met korte zinnen en daardoor prima leesbaar. Een kleine aanmerking: het is jammer dat een enkel woord aan het slot van het boek niet voor iedereen begrijpelijk is (contemplatief, populistisch).
Het boek laat zien hoe in onze subjectief gekleurde, verbrokkelde wereld een gemeente tot een sekte kan worden. Die kans is, zo stelt ds. Krol terecht, in onze tijd zeker niet denkbeeldig. De kerken moeten inspelen op de fundamentele vraag van mensen naar warmte en emotionele beleving.
Maar diezelfde vraag kan ook doorslaan in een louter gevoelsmatig geloven. Vooral ’losse’ gemeenten, met weinig interne structuur en onvoldoende contact met andere kerken lopen het risico van ’sektarisch afglijden’.
Laten we daarom waakzaam zijn. De inhoud van dit boek vormt daartoe een goede les voor de christelijke kerken. En het laatste hoofdstuk is zeker een bespreking op bijbelkring of catechisatie waard.

Naar aanleiding van: Ds. Bram Krol, Als het zoete bitter wordt. Uitgave: Gideon, Hoornaar, 1998; 190 pagina’s, prijs ƒ 19,95.
2007-2014 Persvereniging Opbouw