19 maart 2010, jaargang 54, nummer 6
Artikel 006485
Column Vrouwen en mannen Jeannette Westerkamp Tegenover mij in de trein zit een jong stel. Hun vingers grabbelen, zonder op te kijken, dropjes uit hetzelfde zakje. Zij leest een boek. Hij zit iets te doen op zijn mobiel. In de verte horen we de opgewekte stem van de conducteur. ‘Goedemiddag dames en heren.’ Ik pak mijn tas en haal mijn portemonnee eruit. Het meisje steekt, al lezend, een hand in haar zak en haalt een kaartje tevoorschijn. De jongen is druk bezig op zijn mobiel. Het meisje kijkt even op. ‘Peter, je kaartje’, zegt ze vriendelijk. Hij knikt, doet nog iets met zijn duimen en zegt dan zonder op te kijken: ‘Heb jij mijn kaartje niet?’ Het meisje fronst, voelt nog eens in haar jaszak, dan in de andere. Ze legt het boek op haar schoot. ‘Heb ik jouw kaartje?’, zegt ze bezorgd. De jongen is weer bezig met zijn mobiel. De opgewekte conducteur nadert hoorbaar. Het meisje begint nu gehaast haar boek door te bladeren, haar tas open te maken en vindt niet wat ze zoekt. Vertwijfelt staart ze een tijdje in het niets boven zich. Dan draait ze zich met een ruk naar de jongen. ‘Doe niet zo idioot. Ik heb in Utrecht een kaartje gekocht en jij in Lunetten. Hoe kan ik nou jouw kaartje hebben? De conducteur is vlakbij. De jongen laat zijn mobiel in zijn borstzak glijden en haalt rustig zijn portemonnee uit zijn achterzak. Ja, daar zit het kaartje in. Met een vriendelijke knik geeft hij het aan de conducteur die inmiddels naast hem staat. Het meisje geeft ook haar kaartje en dan ik. De conducteur loopt door, de jongen pakt zijn mobiel, maar het meisje grijpt zijn hand.
‘Hoe kom je er nou bij dat ik jouw kaartje heb?’ ‘Och, ik weet niet, vorige week had je onze kaartjes ook.’ Hij kijkt een beetje geschrokken door haar toon. Of hij geen idee heeft wat er opeens aan de hand is. De ogen van het meisje schieten vuur. ‘Jij bent later ingestapt. Je hebt je kaartje in je zak. Je kíjkt niet eens. En je laat mij zoeken.’ De jongen begrijpt dat hij zijn mobiel beter weer in zijn borstzak kan doen. Het meisje laat zijn pols los. ‘Ik zei toch niet dat jij mijn kaartje had, verweert hij zich, ik vróeg of jij mijn kaartje had. Ik vroeg je toch niet te zoeken. Toen je zei dat je het niet had...’ ‘Pff’ doet het meisje en draait zich naar het raampje.
De jongen kijkt ineens naar mij, haalt zijn schouders op, aarzelt en pakt zijn mobiel. Maar de lol is er af, dat zie je. Het meisje draait zich weer om en wil wat gaan zeggen, maar is zich nu ook bewust van mijn aanwezigheid. Het is moeilijk om te doen of je er niet bent als je bent opgemerkt. Dus ik zeg de zin die ik al klaar had liggen voor dat geval: ‘Meestal is het leuk dat er een verschil is tussen mannen en vrouwen, soms niet.’
Ze kijken elkaar aan, vragend, dan glimlachen ze onzeker naar mij. Ik verstop me weer achter mijn boek en zie uit mijn ooghoeken dat ze naar elkaar kijken. Een blik van verstandhouding. Omdat ze mij niet begrijpen begrijpen ze elkaar weer.

Jeannette Westerkamp.
Vijfentwintig jaar geleden mocht er niet gepraat worden over verschillen tussen mannen en vrouwen. Dat was politiek niet correct. Nu mag het weer, gelukkig. Mannen komen van Mars en vrouwen van Venus? Welnee. God schiep de mens naar Zijn beeld, man en vrouw schiep Hij hen. Ze hebben elkaar nodig om samen beeld van God te zijn. Een voortdurende zoektocht naar een onbegrijpelijke ander en de vreugde in die ander te ontdekken wat je zelf niet hebt.

Jeannette Westerkamp

Jeannette Westerkamp is parttime justitiepredikant namens de NGK in Houten.
2007-2014 Persvereniging Opbouw