12 januari 1996, jaargang 40, nummer 1
Artikel 006621
"Hij zei tot mij: Mensenkind..." (Ezechiël 2:1) Mensenkind J. Kranenburg Het Bijbelprogramma van mijn computer vertelt mij dat de uitdrukking ‘mensenkind’ 107 keer in het oude testament voorkomt. Daarvan staat het op 93 plaatsen in het boek Ezechiël.

Voor het eerst gebruikt God het woord in Ez. 2:1, maar ik kies die tekst willekeurig.
Het gaat hier om al die plaatsen waar we het woord mensenkind tegenkomen als de titel waarmee de Here God de profeet Ezechiël aanspreekt.
Dat is een merkwaardig verschijnsel.
Het is ook bemoedigend.
Met het boek Ezechiël krijgt de profetie in het oude testament een andere inhoud en een andere toon. Tot aan dit boek is de toon waarschuwend, dreigend, onheilspellend. De toorn van God hangt eigenlijk zonder onderbreken boven de heilsgeschiedenis als een donkere wolk en de profeten moeten daartegen waarschuwen. Bij Ezechiël verandert de toon. Die krijgt dan meer de hoogte die zo kenmerkend is voor Jesaja 40. "Troost, troost mijn volk.." Ik wil dat het nu getroost wordt.
De profetie is dan niet langer onheilspellend, maar heilbelovend. Het volk wordt niet langer bedreigd, maar gesteund. Troosten is ook steunen.

Keerpunt
Ezechiël is de profeet die is opgetreden onder de eerste groep ballingen, die aan de rivier de Kedar verbleven.
De eerste fase van de ballingschap is dan begonnen, maar de tempel en de stad bestaan dan nog. De profeet moet voor de val van de stad waarschuwen en doet dat met ongekende felheid. Aan de Kedar krijgt hij ook het bericht van de val van de stad. God is niet meer tegen te houden. Zijn toorn brandt dan in alle hevigheid los. Het is uit met het geduld van God.

En dat is het grote keerpunt in de profetie.
Maar dit is nu het verrassende: op het moment dat God er aan toe is, Zijn toorn de vrije loop te laten, roept Hij een man die in zijn titel al de boodschap meekrijgt: Wàt je ook moet zeggen en hoezeer Mijn toorn daarin ook is, je bent 'mensenkind', net als alle andere mensenkinderen. Je bent mens onder de mensen. Je staat maar niet aan Mijn kant tegenover de anderen maar je staat ook naast de mensen, want ik wil dat ze getroost worden als Mijn toorn ontbrandt.

Ik noem dat bemoedigend.
Misschien gaat in het massale lijden van deze tijd de toorn van God opnieuw over de wereld. Je kunt daarin een raakvlak zien met de dagen van Ezechiël. Het is alsof de Here God niet meer tegen te houden is. Ik zeg dat niet zo stellig want ik ben niet zo goed in het duiden van de geschiedenis. Maar ik durf het ook niet te ontkennen: de toorn van de Here God om het verlaten van Hem is nu toch merkbaar.
En de kerk zal naar woorden moeten zoeken om dat aan de wereld door te geven: de toorn van God is in de dingen die over u komen.

Begrepen worden
Maar dan moet de kerk ook weten dat zij mensenkind is. Mens onder de mensen. Zij is niet geroepen om alleen maar aan Gods kant tegenover de mensen te staan, maar hun zijde te kiezen, hoezeer haar woorden ook van God komen.
En in de kerk moet dat op een of andere manier te merken zijn en te horen vooral.
In de kerk moet je verrast worden door het gevoel: Die man op de preekstoel mag dan woorden van God spreken, maar het is alsof hij naast mij in de bank zit, of hij zelf ook luistert en weet wie ik ben. Hij deelt mijn zorg, mijn angsten. Hij weet een aantal dingen zeker, maar er zijn ook zaken waarin hij minder zeker is. Hij zit ook vol met vragen en soms lijkt hij zelfs mijn twijfels te delen.

Onze hervormde mede-christenen herdachten kort geleden een groot theoloog: Miskotte. Hij was ook een machtig prediker al hing voor veel mensen de ruif wel wat erg hoog. Het verhaal gaat dat iemand na een dienst waarin Miskotte had gepreekt, aan een eenvoudig kerkganger vroeg: "Hebt u de dominee ook begrepen?" De man dacht even na en zei toen: "Nee, dat niet, maar hij begreep mij zo goed".
Ik pleit niet voor te moeilijke preken, maar ik denk wel dat dit het feestelijkste is wat je in de kerk kunt beleven, dat gevoel: ik begrijp het niet helemaal maar ik word wel begrepen.
Ik weet ook niet hoe dat precies moet.
Wie het uit alle macht moet proberen wordt demagoog. Ik denk dat je je aangesproken moet weten door God met het woord 'mensenkind'. Je bent de eerste die luistert, je ben zelf ook schaap en dan pas herder, je bent eerst leerling en misschien niet de beste van de klas, maar als leraar kun je toch slagen.

Het ergste wat de mensen in de kerk kan overkomen is dat gevoel: hier wordt ik bepreekt door een man hoog in de lucht die alles zeker weet en helemaal aan de kant van God staat.
Ik ken één Man die helemaal gedaan heeft wat God bedoelde: aan de kant van de mensen staan én aan de kant van God. Hij was ook een profeet. De Profeet des Allerhoogste. Maar Hij is ook mens: Zoon des mensen. De mens bij uitstek.
En toen de Here God Zich in Zijn toorn helemaal liet gaan is Hij nog verder gegaan: Hij werd mensenkind in de plaats van alle andere mensenkinderen.
OHeer Jesu, God en mense.
2007-2014 Persvereniging Opbouw