12 januari 1996, jaargang 40, nummer 1
Artikel 006623
Pastorale notities Licht W.J. van der Linde "Mijn God, ik vraag teveel misschien, als ik zo graag weer goed wil zien."

Het waren eenvoudige woorden, die hij opgeschreven had, maar ze vertolkten z'n diepste verlangen.
Als hij het licht in z'n ene goede oog ook nog moest missen...

Hij die zo graag "wil zien de bloemen en de zee van halmen op het land.
De beekjes en de wilde stromen: lijnen in Uw hand."

Hij kende zóveel bloemen en bomen, konze benoemen, determineren: Een lopende bloemen- en plantengids.

Tot die oogziekte kwam.
Eén oog had hij al als kind moeten missen door een ongeluk.
Zou dan nu...

Hij kon het niet aan.
Trok door het bos, waar hij z'n nood uitschreeuwde.
De bomen krompen ineen.
Hij riep God ter verantwoording en voelde zich als een Job, die ook geroepen had: "Kunt U wel, zo groot en machtig als U bent, tegenover zo'n klein mannetje als ik?"

De klacht daverde door het bos.
De vogels vlogen verschrikt op.
Maar hij zag het niet.
Zàg hij ze maar...

Met grote passen banjerde hij verder.
Z'n vrouw volgde op kleine afstand, bijna verpletterd onder zoveel geweld.

Z'n boosheid werd verdriet.
Vroeg hij "teveel misschien?"
Hij, die zo graag wilde zien "de bijen en de wolken van gebruis aan 't wijde strand.
Bij nacht de fonkeling van sterren: juweeltjes uit Uw hand".

Hij wist zich verbonden met psalmisten, die klaagden, riepen.
Evenals zij klaagde hij ook niet óver God, maar tégen Hem.
En de vogels en de bloemen zorgden dat zijn nood Gods oog en hart bereikte.

En als zijn vraag om licht afgewezen zou worden?
Zijn verdriet werd overgave: "Mijn God" ... Wat vertrouwelijk, niet waar? De storm is bedaard.
"Mijn God, ik mag het levenslicht aanschouwen in Uw aangezicht"

Hij kreeg meer den hij gevraagd had...

2007-2014 Persvereniging Opbouw