12 januari 1996, jaargang 40, nummer 1
Artikel 006624
Ds J.F. van Hulsteijn J.F. zn Herder en Leraar J. Bouma Op 27 december is ds Frans van Hulsteijn overleden, 89 jaar oud. Een bijzondere man, die ik heb leren kennen in de jaren, dat ik predikant was in Loosdrecht.

Os Van Hulsteijn woonde met zijn huisgenote 'tante Jans' Liefhebber in Hollandsche Rading, waar hij na het sterven van zijn lieve vrouw (in 1971) en zijn emeritering in 1972 was gaan wonen.
De gemeente van Loosdrecht was toen vacant en ds van Hulsteijn heeft vier jaar 'hulpdiensten' verricht, met name in het pastoraat. Dat had zijn hart. Hij was een echte herder en hij kende zijn schaapjes. Dat was al gebleken in de gemeenten, die hij na de Vrijmaking gediend heeft, Nieuwendam-Amsterdam Nrd en Oostzaan.
Deze twee gemeenten heeft hij naast elkaar gediend, zo'n 25 jaar en hij voelde zich er thuis, hij kende de gezinnen van haver tot gort en was trouw in zijn bezoeken.
In Loosdrecht kreeg hij de gelegenheid om rustig af te bouwen, want stilzitten kon hij niet. Voortdurend was hij op pad, als het even kon op z'n fiets of met de trein, alleen als het nodig was liet hij zich door Jans rijden.
Hij preekte nog regelmatig, was een trouw deelnemer aan de bijbelkringen, hij gaf ieder de gelegenheid z'n zegje te doen, maar had zelf meestal het laatste woord. Vriendelijk, maar gedecideerd gaf hij zijn mening. Hij las veel, hield van de geschiedenis en bleef goed op de hoogte van ontwikkelingen op velerlei gebied. Ook politiek en maatschappelijk.

Voor de Vrijmaking was ds Van Hulsteijn meer dan 10 jaar predikant in Slikkerveer, kort na de oorlog werd hij korte tijd afgestaan als legerpredikant, toen hij daarna in Slikkerveer terug kwam was de gemeente 'synodaal' geworden en mocht hij niet op de preekstoel terugkeren, dat heeft hem erg veel pijn gedaan. Blij was hij toen in de 80'er jaren schorsingen werden teruggenomen en hij door de kerkeraad van de Gereformeerde Kerk van Slikkerveer gevraagd werd om voor te gaan in een dienst. Hij heeft die uitnodiging dankbaar aanvaard.
In kerkelijk opzicht behoorde van Hulsteijn bepaald niet tot richting van de doorgaande Reformatie. Zijn keus voor de Vrijmaking had bepaald ook een kerkrechtelijke kant. Hij dacht sterk vanuit de plaatselijke gemeente, daar klopte het hart van de kerk, en hij verzette zich tegen elke vorm van hiërarchie. Dat bleef zo in zijn vrijgemaakte jaren. Lange tijd verleende hij zijn medewerking aan het blad 'Contact'.
En dat blad deed het in de ogen van zeer veel vrijgemaakten niet goed.
Maar daar trok Van Hulsteijn zich weinig van aan. Hij dacht heel onafhankelijk.
Vormde een eigen mening, op grond van gedegen studie.

Ds Van Hulsteijn had een geheel eigen trant van preken. Hij preekte met zijn hele wezen en dat kwam ook tot uiting in zijn voordracht. Degenen, die hem kennen, begrijpen wel wat ik bedoel.
Nauwgezet bereidde hij de preek voor.
Spitte in het Woord en probeerde zoveel mogelijk naar boven te halen.
Eén van de laatste preken die hij hield was over Psalm 119, opmerkelijk was dat hij in die preek zo goed oog had voor de struktuur van de psalm. Hij had er heel lang op gestudeerd, vertelde hij me, en dat was dan ook te merken.
Os Van Hulsteijn had grote eerbied voor het Woord van God en zocht ook Gods wil te verstaan voor zijn eigen leven, voor de kerk en voor de samenleving.
Daarbij ging hij biddend zijn weg.

Eénmaal heb ik een ziekenbezoek bij hem mogen brengen. Hij vond het zelf eigenlijk niet nodig, in dat opzicht was hij net zo lief zijn eigen pastor. Maar Jans liet me komen. Hij ontving me, in zijn bed gezeten, kompleet in een echt nachthemd en met nachtmuts op.
Helemaal in stijl ook in het ziekbed, maar daarna hadden we een goed geestelijk gesprek.
Ik had het trouwens kunnen vermoeden, want stijl had hij onze ds Van Hulsteijn. 's Zondags preekt hij in toga, kompleet met baret, die hij naast zich op de rand van de kansel legde.
Voor hij de preekstoel op klom verzonk hij een kort ogenblik in stil gebed.

We hadden een goed en regelmatig kontakt met elkaar, ik liep zo meer 'es binnen, hij kondigde zijn bezoeken altijd keurig aan. Ik heb hem nooit bij zijn voornaam genoemd, hij sprak mij aan met Bouma en ik zei netjes ds Van Hulsteijn. Kort voor mijn vertrek naar Sliedrecht stelde hij voor dat we elkaar zouden tutoyeren. Nou komt het, dacht ik. Zeg jij maar Van Hulsteijn, dan zeg ik Jan, zei hij. Zo kwamen we elkaar een klein stapje nader en dat is altijd zo gebleven.

De laatste jaren werd ds Van Hulsteijn verpleegd in 'De Wijngaard' te Bosch en Duin. Het zijn moeilijke en zware jaren geweest. Heel wat keren leek zijn levenseinde nabij te zijn, maar dan moest hij toch weer verder. Tot zijn hemelse Vader hem van zijn aardse taak onthief, want ook in 'De Wijngaard' bleef hij dominee Van Hulsteijn, zo was hij met zijn dienst vergroeid geraakt.
2007-2014 Persvereniging Opbouw