12 januari 1996, jaargang 40, nummer 1
Artikel 006626
Gedichten lezen Wij geloven T. Hoekstra Wij geloven
Wij geloven met hart en mond
het woord dat gestorven is
in stilte en duistemis
het zaad dat kiemt in de grond.
Wij geloven met hand en tand
het brood van de heilige dis
dat met pasen geboren is
de wijn onze bloedverwant.


Wij geloven met hart en ziel
het hart en de ziel van hem
die brak in onze stem
en opstaat uit onze keel.


Uit: Liederen voor de gedachtenis
des heren


Guillaume van der Graft


Elke lezer ziet natuurlijk dat dit gedicht boordevol beeldspraak zit. Het begint direct al: Wij geloven met hart en mond. Is dat niet hét kenmerk van de avondmaalsviering?
Ik zie er ook een verwijzing in naar "geloven met het hart en belijden met de mond", maar het heeft uiteraard eerst betrekking op het zintuiglijke proeven van brood en wijn waardoor ons geloven versterkt wordt.

U moet nu zelf maar eens zien hoe het verder met de beeldspraak zit. Ik moet bekennen dat ik er niet in slaag álles te verklaren; ik voel ook iets van overlading. Dat laatste komt bij Van der Graft wel meer voor: hij kan met een bepaalde beeldspraak aan de haal gaan (of die beeldspraak gaat met hém aan de haal) en dan ontstaat er iets dat de indruk wekt van gezocht, gekunsteld.
Zie vooral de tweede strofe, b.v. bij de wijn onze bloedverwant. De wijn moet natuurlijk verbonden worden met het bloed van de Here Jezus en Hij is ons mensen ook verwant, maar de manier waarop Van der Graft hier de verschillende zaken combineert, spreekt me niet aan.

Toch meen ik dat ook dit gedicht het waard is eens onder uw aandacht te komen.
2007-2014 Persvereniging Opbouw