12 januari 1996, jaargang 40, nummer 1
Artikel 006630
Het (gereformeerde) kerklied J. van der Spek In Opbouw van 28 juli 1995 (39/15) schrijft mijn collega-organist H.R.S. van der Veen over het onderwerp ‘Het lied in de christelijke gemeente’. Ik heb zijn artikel met belangstelling gelezen, omdat hij belangrijke dingen schrijft over het kerklied. Hij reageert daarin nogal fel op een uitspraak die ik in Opbouw van 21 oktober 1994 deed. Maar, collega Van der Veen heeft mijn opmerking uit zijn verband gerukt. Daarom wil ik in dit artikel mijn uitspraak verduidelijken en in een breder kader zetten. Ik denk nl. dat collega Van der Veen te weinig oog heeft voor de tijd waarin wij leven.

Foto: ND/Jaco Klamer
Paarse bundel
In het kader van de discussie over 'Liedboek 2000', opgestart door Johan Klein, heb ook ik geprobeerd een bijdrage te leveren. Van der Ven citeert mij (helaas zonder mijn naam te noemen) alsvolgt: "Bewust is gekozen voor een losbladige uitgave. Wat nl. op een bepaald moment populair is, kan na een aantal jaren weer uit de gratie zijn, en andersom natuurlijk. Af en toe wordt een lied uit de bundel voor en tijdens de dienst gezongen".
Ik schrijf hier over de gang van zaken in mijn eigen gemeente, de N.G. kerk van Den Haag.
Wij zingen tijdens de erediensten uit de psalmen (meestal in de nieuwe berijming) en uit de gezangen uit het Liedboek voor de Kerken. Bij uitzondering maken we gebruik van de zgn.
Paarse bundel. Deze bundel is (weinig origineel) genoemd naar de kleur van het voorblad. Het initiatief voor de bundel is in ong. 1990 genomen. Het kwam voort uit de wens van verschillende gemeenteleden, m.n. ouders van jonge kinderen om tijdens de dienst liederen te (kunnen) zingen die gemaakt zijn op het niveau van kinderen.
In goed overleg met de ouders is een selectie gemaakt van een 30-tal kinderliederen. Van deze 30 komen er 20 uit Alles wordt nieuw.
Ik denk dat collega Van der Veen het met me eens is dat in het Liedboek nauwelijks liederen geschikt voor kinderen zijn opgenomen. Ik vind het belangrijk vast te stellen dat de kinderen in woord en lied bij de diensten betrokken worden. Niet zo af en toe, maar steeds weer opnieuw. We doen daar als gemeente op deze manier een poging toe.
De bundel is dit jaar flink uitgebreid.
Op verzoek van jongeren zijn een dertigtal liederen uit de bundel Opwekking en Johannes de Heer geselecteerd.
Daarnaast zijn uit de Aanvullende Gezangenbundel een aantal liederen overgenomen die als aanvulling op de al beschikbare liederenschat bruikbaar worden geacht in onze gemeente.
De liederen zijn losbladig gebundeld.
Dat biedt de mogelijkheid de bundel later uit te breiden. De vernieuwde Paarse bundel is in september j.l. feestelijk in gebruik genomen. We hopen graag en veel gebruik van de bundel te zullen maken!
Zijn er dan geen bezwaren tegen de bundel? Zeker wel. De inhoud van sommige liederen geeft soms aan lei ding tot discussie. De muzikale vorm heeft ook niet ieders instemming. Veel melodieën komen bepaald niet uit een protestantse traditie. Ik wil op deze aspekten hier niet ingaan. Alleen merk ik op dat de psalmen en gezangen evenmin kritiekvrij zijn. Ik vind het in ieder geval een goede zaak dat hierover wordt nagedacht en over wordt gepraat. Kinderen en jongeren hebben ook over dit soort zaken een eigen mening. Het is goed naar ze te luisteren en er ook zoveel mogelijk rekening mee te houden. Ik kom daar nog op terug.

Criteria
Terug naar het artikel van collega Van der Veen. Hij schrijft over belangrijke keuzen die gemaakt moeten worden t.a.v. de theologische, literaire en muzikale aspekten.
Over de theologische schrijft hij: De Heilige Schrift is de enige betrouwbare bron voor de tekstdichter. Bijbelse noties, trefwoorden, begrippen en beelden beheersen als vanzelf in hoge mate het lied van de gemeente". Ik ben dat van harte met hem eens. Ik wil er een opmerking aan toevoegen.
Een lied is geen exegetisch werktuig.
Wat bedoel ik hiermee? Verlang niet dat in een bepaald lied alles wordt gezegd wat de bijbel vertelt m.b.t. een bepaald begrip of notie. Zo kan onmogelijk in een lied alles weergegeven worden wat de bijbel vertelt over Gods liefde.
Ik wil ervoor pleiten dat op dit punt de zgn. vrije liederen niet onevenredig worden beoordeeld. Een lied mag naar zijn bijbelgetrouwheid niet worden overvraagd. Ik meen dat wel eens te bespeuren in gemeenten of kringen waar men nog niet vertrouwd is met het zingen van andere liederen en psalmen. Een lied is een lied. In een lied kan en mag het eens anders gezegd worden. Want een lied is meer dan uiting van het verstand! Daarmee kom ik vanzelf bij de literaire aspekten.
Van der Veen schrijft hierover o.a.: "Het lied is echter meer dan theologie dat redenerend en argumenterend is". Dat ben ik helemaal met hem eens. Als een lied een optelsom is van bijbelse kernwoorden en begrippen (liefst in de vertaling van het NBG!) dan is het niet meer te zingen.
Ik merk dat meer dan eens op. Het komt een enkele keer ook voor bij liederen die in de Aanvullende Gezangenbundel zijn opgenomen.
Het zingt niet prettig, ook al kan ik niet altijd met woorden aangeven waarom.
Wie een lied maakt is met kunst bezig.
Dat kan ook betekenen dat in het lied iets persoonlijks weerklinkt. Dat mag in mijn ogen. De psalmdichters doen niet anders. zolang de inhoud maar recht doet aan de Here God. Als in een lied iets van ervaring of doorleving meespreekt dan wordt een lied nog niet direkt subjektief van karakter. Ook hoeft het om die reden nog niet afgekeurd te worden als kerklied. Zolang een lied niet een te persoonlijke inslag heeft, kan het door de hele gemeente gezongen worden. Niet iedereen kan altijd evenveel binding met een lied voelen. Tenslotte gaat de Here God niet met iedereen dezelfde weg. En onze omgang met de Here is niet altijd iedere dag opnieuw dezelfde.
Dat heeft o.a. te maken met onze leeftijd, onze ervaring, onze cultuur enz.
Kinderen hebben er daarom m.i. recht op dat die weergave van het evangelie op hun niveau in liederen weerklinkt.
Ouderen mogen in de dienst graag liederen zingen waaruit een vertrouwde omgang met de Here God blijkt.
Prima! En de vormgeving van 1650 is een andere dan die van 1995. En een neger gebruikt (in zijn negro-spirituals) een andere beeldtaal dan de Engelsman (in zijn hymnen). Lastig? Integendeel, zo merken we pas goed hoe de Here verschillende gaven aan de mensheid geeft in telkens wisselende tijden. Ik huiver er daarom voor om te dogmatisch met het begrip kerklied om te gaan.
Het gaat mij veel te ver om zoals Van der Veen te zeggen dat de christelijke gemeente "geen genoegen (zal) nemen met een type liederen waarin eindeloos dezelfde woorden worden herhaald of gevarieerd, die eigenlijk nietszeggend zijn". Een dergelijke opmerking kan een gemeente van zwarte broeders en zusters kwetsen.
Of misschien wel de gemeente van de Hoeksteen in Amsterdam. Op zich is er m.i. niets tegen een (opwekkings)lied waarin belangrijke begrippen vaak worden herhaald. De bijbel zelf benadrukt b.v. Gods trouw ook bij herhaling. Of een lied daardoor saai wordt is iets geheel anders. Dat hangt mede af van de melodische vormgeving. Een lied spreekt in de beeldtaal van mensen. Dat betekent tegelijk dat niet iedereen altijd evenveel waardering zal kunnen opbrengen voor alle liederen. Dat zal n.m.m. moeten inhouden dat het ene lied vaker gezongen zal worden dan het andere. De onderlinge verdraagzaamheid staat hier op het spel. Het lijkt mij niet goed elkaar voor te schrijven wat ieder lid als poëzie mooi moet vinden. Ik zou daarom de geciteerde opmerking van Van der Veen liever als een persoonlijke bijdrage aan het gesprek over dit onderwerp willen beschouwen dan als een definitie.

De muzikale vorm
Ik denk op dezelfde manier over de muzikale aspekten. Maar ik neem een minder star standpunt in als Van der Veen. Op zich ben ik het helemaal eens met het eerste deel van zijn samenvatting: "Zo is in de funktie van de melodie ten opzichte van de tekst een meerwaarde toegevoegd die de christelijke gemeente gegeven is om de grote woorden ekstra kracht te verlenen".
Ik wil aan zijn opmerkingen toevoegen dat wie een melodie componeert zich in de eerste plaats aan de muzikale spelregels zal moeten houden. Dat is een objektief gegeven.
Daar kan niet over gediscussieerd worden. De componist kan gebruik maken van verschillende technieken.
Die technieken zijn in Zuid-Afrika anders dan in Noord-Duitsland, in 1750 en in 1995. Ik zou niet graag willen beweren dat de melodieën waarop de gemeente in Noord-Italië, waar ik te gast mocht zijn, pleegt te zingen geen melodieën van kerkliederen mogen worden genoemd. Behalve de wijze van componeren mag ook de wijze van waarderen van een bepaald muzikaal produkt in de beoordeling betrokken worden. Een jongere zal vaak andere normen aanleggen dan ouderen. De melodieën van (wijlen) Wim ter Burg spreken veel kinderen aan, ouderen zullen er vaak niet zoveel aan vinden. Maar is een lied uit Alles wordt nieuw daarom per definitie geen kerklied? Ik zou dat niet graag willen verdedigen. Dat is een waardeoordeel.
Een dergelijk oordeel is per definitie subjektief.
Ik begrijp daarom ook niet dat Van der Veen als conclusie uit zijn boven geciteerde opmerking trekt: "Daarom houdt zo'n gemeente zich niet bezig met vlotte meezingers uit Johannes de Heer, Youth for Christ, Opwekking of E&R-bundel. Zulke liederen hebben geen kerkelijke, maar evangeliserende funktie". Waarom, zo vraag ik mij af, wordt een vlotte meezinger als psalm 136 ('Loofd den Heer, want Hij is goed') wel als kerklied aanvaard maar Lied 114 (de eerste vier regels uit de onberijmde psalm 116) uit Opwekking niet. Kennelijk spreekt de melodie van de eerste hem wel aan, maar van de tweede niet. Maar mag je dat subjektieve oordeel over de vorm opleggen aan een gemeente? We moeten oppassen met het opplakken van etiketten als 'evangeliserend' en 'kerkelijk'.
De vraag is wel of iedere gemeente behoefte heeft aan het als gemeente zingen uit de door Van der Veen genoemde bundels. Dat denk ik niet.
Als in een gemeente veel jongeren lid zijn dan zal daar eerder behoefte aan zijn dan in een overwegeld 'oudere' gemeente.
Dat geldt ook voor de kinderliederen!
Laat niemand zeggen dat een kinderlied alleen om die reden geen kerklied mag worden genoemd. Als het maar goed gecomponeerd is. Hoe vaak een voorganger (of liturgiecommissie) een kinderlied of een opwekkingslied laat zingen, dat is een kwestie van wijs beleid.

1996
Ook Van der Veen wil wel ruimte laten voor andere liederen naast het Liedboek. "Natuurlijk, mits ze niet alleen eigentijds klinken, maar ingebed zijn in de liturgie en de traditie".
Bij eerste lezing komt me dat wel redelijk over. Maar het klinkt weer zo objektief. En het biedt ook geen ruimte voor een gesprek. Ik begrijp de angst van Van der Veen wel. Hij vreest dat we binnenkort geen psalmen en gezangen meer zullen zingen. Ik ben daar helemaal niet bang voor. De psalmen en gezangen zullen niet verdwijnen uit het kerkelijk repertoire.
Kwaliteit handhaaft zichzelf!
Maar de keuze zal wel breder worden.
Dat komt omdat onze maatschappij verandert. Dat is altijd al zo geweest, maar het lijkt de laatste tijd sneller te gaan. En de positie van de christelijke gemeente in de wereld verandert in een rap tempo. Het kan niet zo zijn dat we ons uit angst maar ingraven in de keuze van de traditie. Wij leven in 1996. Dat heeft konsekwenties. We raken er steeds meer aan gewend dat kinderen en jongeren hun eigen mening hebben en die ook uitdragen.
We spelen verstoppertje door in de kerk tegen ze te zeggen dat hun liederenkeuze niet aanvaardbaar is, omdat de liederen niet voldoen aan de traditionele criteria. Ik denk dat ook die criteria aan verandering onderhevig zijn.
Ik ben getroffen door de lezing die br. J.J. Lakerveld uit Emmeloord heeft gehouden op de Landelijke Ouderlingenconferentie van 12 november 1994 (gepubliceerd in Opbouw van 14 en 28 juli 1995). Heel indringend beschrijft hij hoe belangrijk het is dat we de kinderen en de jongeren serieus nemen. Vertaald naar dit onderwerp betekent dat dat we luisteren naar hun wensen als het gaat om de liederen die in de diensten gezongen worden. Dat betekent dat we ze niet categorisch verwijzen naar de bijeenkomsten van de J.V. of de evangelisatiekampen.
En we schepen ze ook niet af met af en toe es een versje voor Votum en Groet. Ook zij zijn volwaardig lid van de gemeente van Christus. Doen we dat niet dan sluit ik een uittocht naar de evangelische gemeenten niet uit.
En dan gooien we met het badwater ook het kind weg! Nee, we moeten kerk in deze tijd durven zijn. Daarom kan een eigen aanvullende bundel in sommige gemeenten een oplossing zijn. Niet ter vervanging van de psalmen en gezangen, maar om recht te doen aan de veelkleurigheid van de gemeente van Christus.
2007-2014 Persvereniging Opbouw