28 mei 2010, jaargang 54, nummer 11
Artikel 007336
Jaarboekjes 2010: kerkverlating en groeiende samenwerking Henk Algra Kerkverlating en groeiende samenwerking, dat zijn de opvallendste gemene delers uit de jaarboekjes van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), de Christelijk Gereformeerde Kerken en de Nederlands Gereformeerde Kerken. Een overzicht van de ontwikkelingen en statistieken van de drie kerkverbanden.

Het jaarboekje 2010 van de NGK.

GKV: Turbulentie en dalend ledental

Jaarverslag
Het Handboek 2010 van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) is een lijvig boekwerk van 560 bladzijden. De vrijgemaakte kerken hebben een grote organisatie opgebouwd, maar redacteur J.H. Kuiper plaatst in zijn jaaroverzicht op het niveau van de plaatselijke gemeente een kritische kanttekening: veel kleine kerken vormen qua organisatie een kopie van de grote gemeenten. Is dat wel terecht? “Misschien moeten we eens goed nadenken over onze visie op de kleine gemeente.” In zijn verslag besteedt Kuiper verder aandacht aan de samenwerking met andere kerken, waarbij speciaal de groeiende samenwerking met de Nederlands Gereformeerden wordt genoemd.

Statistieken
Sinds 2003 daalt het aantal leden van de GKV. Er zijn 277 kerken met 295 dienstdoende predikanten, die samen 124.260 leden tellen (een afname van 354). Naast het verlies van leden aan de Nederlands Gereformeerden, de Christelijk Gereformeerden en de PKN valt vooral het vertrek van ruim duizend leden naar ‘Overige kerken’ en naar ‘onbekend’ op. Is dat de aantrekkingskracht van bepaalde ‘megagemeenten’ (genoemd wordt: de gemeente van ds. O. Bottenbley) of zijn dat leden die toch nog elders zoekende zijn en misschien geleidelijk verdwijnen uit het zicht van de kerk? Het meest verontrustende cijfer wordt gevormd door de leden die zich onttrokken hebben aan (ieder) kerkverband: bijna 300 leden.

Turbulentie
Hoewel het aantal leden dat in 2009 de overstap maakte naar ‘de herstelden’ beperkt was (37 leden) is er sprake van de nodige turbulentie binnen de kerkelijke gelederen. Ds. Kuiper schuwt een kritische noot niet. Over een lezing van ds. Hoogendoorn (inmiddels afgescheiden) zegt hij dat deze normatief was, passend in het recente verleden. Heel helder, maar dit afwijzen van de ander is nu juist wat de Vrijmaking niet wilde. Daarmee past Hoogendoorn met zijn kritiek op de moderniteit bij de vrijgemaakten juist zélf in de tijdgeest van vandaag: het willen verabsoluteren van het eigen standpunt.


CGK: Veel grensverkeer en onttrekkingen

Jaarverslag
Minder analyserend en meer beschrijvend is het jaaroverzicht in het jaarboek van de Christelijke Gereformeerde kerken. Dit staat onder redactie van een deputaatschap en werd geschreven door ds. R.W.J. Soeters uit Amersfoort. In het overzicht is er veel aandacht voor persoonlijke gegevens van predikanten, zoals jubilea. Daarnaast komen de vele deputaatschappen uitgebreid aan de orde. Vrij beknopt is de aandacht voor de plaatselijke kerken, de samenwerking met andere kerken en de missionaire initiatieven.

Statistieken
Bijna honderd bladzijden van het Jaarboek worden gevuld door gegevens van de 181 plaatselijke gemeenten.
Twee gemeenten, Lutjegast en Rotterdam-West, werden opgeheven. In 41 kerken is er samenwerking met de GKV en in 38 gemeenten met de NGK. Als we het aantal leden meewegen, is er naar verhouding meer contact met de kleinere en regionaal minder gespreide Nederlands Gereformeerde kerken.

De CGK telt 74.374 leden (min 289). In de meeste classes is sprake van een achteruitgang, waarbij het ledenverlies rond Rotterdam eruit springt (min 247). De sterkste groei was in de classis Zwolle (plus 199).
Er is rond de CGK sprake van een aanzienlijk kerkelijk grensverkeer. Ruim 600 leden vertrokken naar de PKN. Ruim honderd leden vertrokken naar de NGK, de Hersteld Hervormde Kerk en verschillende evangelische kerken. Uit de GKV en uit de verschillende Gereformeerde Gemeenten kwamen ruim 300 leden over.
Verontrustend is het aantal onttrekkingen. In 2009 vertrokken 677 leden uit de Christelijke Gereformeerde Kerken zonder zich – voor zover bekend – elders aan te sluiten. Daar staat tegenover dat 69 leden de weg naar de kerk wisten te vinden.

Rotterdam-West
In het Jaarboek vinden we ieder jaar enkele artikelen uit de volle breedte van de kerken. Dit jaar zijn deze bijdragen beknopt. De ontwikkeling van de kerken in de grote steden wordt geïllustreerd met de opheffing van de kerk van Rotterdam-West. In 1934 werd hier een kerkgebouw geopend met 1050 zitplaatsen. In 1956 telde de gemeente ruim 900 leden. Daarna zakte het aantal leden geleidelijk: in 1984 waren er 200 leden, in 2001 telde de gemeente 113 leden en het Jaarboek 2008 gaf 63 leden aan.
Drie bijzondere kanttekeningen uit de gemeente van Rotterdam-West. Er was geen rooster van aftreden voor ambtsdragers, zodat sommigen tientallen jaren ouderling of diaken bleven. Een ander opmerkelijk gegeven was het feit dat in 1926 besloten werd geen mannenvereniging op te richten ‘omdat de vaders dan teveel uithuizig zouden worden’. En tenslotte: een vacante periode van de destijds grote gemeente van maar liefst 15 jaar (er werden 50 beroepen uitgebracht!).
De gemeente is overigens niet helemaal opgeheven. Het werk gaat op een andere manier door: een nieuw missionair diaconaal project ‘Thuis in West’.


NGK: Lichte groei, kleine kerken

Jaarverslag
Sinds 1970 verschijnt binnen de Nederlands Gereformeerde kerken het Informatieboekje. In het dagelijkse spraakgebruik wordt het nog steeds het ‘blauwe boekje’ genoemd, hoewel het wel wat van kleur verschoten is.
Met grote nauwgezetheid heeft ds. L. Compagnie een aantal jaren het jaaroverzicht geschreven. Zijn taak is nu overgenomen door Ds. J.M. Mudde.
De NGK zijn veel minder verspreid over het land dan beide andere kerken. Ook zijn de plaatselijke kerken vaak aanzienlijk kleiner. Er zijn 91 plaatselijke kerken, twee meer dan in het voorgaande jaar. Nieuw zijn de kerken in de nieuwe Vinexwijken van Utrecht en Amersfoort (Rijnwaarde en Vathorst).
Ds. Mudde merkt in zijn jaaroverzicht op dat in 1997 ruim 40 kerken minder dan 200 leden hadden en dat in driekwart van die kerken het ledental sinds die tijd is geslonken. Welke impact heeft dat op zo’n kleine plaatselijke gemeente? Het kleine getal maakt deze gemeenten vaak kwetsbaar. Het jeugdwerk komt moeilijk tot stand, catechesegroepen zijn klein, vacatures op allerlei terreinen (ambtsdragers, organist, scriba) kunnen moeilijk worden vervuld, etc. Toch zou ik aan de andere kant willen opmerken dat dit de Nederlandse situatie is. Wie in het buitenland een protestantse kerk bezoekt, kijkt soms opeens weer met andere ogen naar de situatie. Klein maakt kwetsbaar, maar tegelijkertijd worden we in Nederland gezegend met zóveel kerken waar iedere zondag de Bijbel opengaat.

Statistieken
Uit de eerder genoemde jaarboekjes bleek dat uit de GKV en de CGK meer leden vertrekken naar de NGK dan omgekeerd. Ook uit de PKN kwam een aanzienlijk aantal leden over (uit CGK, GKV en PKN samen ongeveer 500, ten opzichte van een vertrek naar die kerken van 300). Daardoor was er bij de NGK sprake van een (geringe) groei.
In de Randstad daalde het aantal leden, en dan vooral in de regio’s Amsterdam-Haarlem en Schiedam. In de regio’s Arnhem en Utrecht is het ledental het meest gestegen.
De nieuwe gemeente van Rijnwaarde is niet bij het aantal totaal aantal leden opgeteld. Omgekeerd is het aantal leden van Amersfoort Vathorst dubbel geteld (zowel als leden van Amersfoort-Noord als van Vathorst).
We moeten op dit moment daarom volstaan met de schatting dat het aantal leden van de NGK in 2009 is gestegen met ongeveer 60 leden. Daarmee komt het totale aantal op ongeveer 32.800 leden (in 1985: 29.300).

Er vertrokken 106 leden naar evangelische kerken en groepen, terwijl er 76 leden uit die kerken overkwamen.
Ter vergelijking: in 1985 vertrokken 39 leden naar evangelische kerken terwijl één lid over kwam naar de NGK. Vermoedelijk is de herkenbaarheid over-en-weer gegroeid. Daarnaast valt op dat er geen sprake meer is van eenrichtingsverkeer (van Gereformeerd naar evangelisch).
Los daarvan valt op dat het kerkelijk grensverkeer in de volle breedte aanzienlijk toeneemt. Het is niet meer vanzelfsprekend dat men na een verhuizing op zoek gaat naar een gemeente uit hetzelfde kerkverband.
Waar vroeger mensen ‘een dominee achterna liepen’ (van de ene wijk naar de andere) stapt men nu over de muur van een kerkverband heen.

Kerkverlating
Een groei in de statistiek, maar tegelijkertijd ervaren alle gemeenten dat er ook leden aan de rand functioneren.
Bovendien kennen alle gemeenten de zorgen rond mensen aan de rand van de kerk. Ds. Mudde schat het aantal op 10 procent, ik vrees dat het hoger ligt. Zelf wijst hij op zijn ervaringen dat naar schatting de helft van de jongeren die gedoopt is in de loop van of na de puberteit uit het gezichtsveld van de kerk verdwijnt.
Maar liefst 7000 leden hebben zich in de afgelopen jaren onttrokken heeft aan de kerken zonder zich aan te sluiten bij een andere kerk. Ds. Mudde citeert Ad de Boer: “Het aantal kerkverlaters onder de Nederlands Gereformeerden stijgt zelfs (van onder de 200 oplopend naar 300) en is naar verhouding het hoogste in Noord-Holland. En dat terwijl het gemeenteleven in de afgelopen decennia steeds meer en steeds beter op jongeren is ingesteld.” De vraag dringt zich op: wat is er aan de hand? Dat is ook een vraag waar het Missionair Steunpunt zich mee bezig houdt.

Interkerkelijke samenwerking
Van de drie jaarboekjes geeft die van de NGK veruit de meeste aandacht aan interkerkelijke contacten. Is die aandacht in de andere boekjes minimaal (GKV: vier bladzijden, CGK: ruim één bladzijde), in het Informatieboekje loopt de kerkelijke eenheid bijna als een rode draad door het verslag. Ds. Mudde citeert uitgebreid uit vroegere artikelen van ds. H. de Jong over de identiteit van onze kerken en vraagt vooral aandacht voor de sterk groeiende contacten met de GKV.
De jaaroverzichten van de NGK kenmerken zich door (soms kritische) analyses van wat er binnen en buiten de kerken gebeurt. Dat leidt tot een vaak boeiende diepgang. Wie deze boekjes spaart heeft alleen al dankzij de jaaroverzichten een boeiende kroniek in handen van de (korte) geschiedenis van de Nederlands Gereformeerde kerken.

Henk Algra is lid van CGK/NGK in Alkmaar. In Alkmaar wordt het merendeel van de kerkdiensten samen met de GKV gehouden.

Gegevens jaarboekjes
Handboek 2010 van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Onder redactie van ds. J.H. Kuiper. Scholma Druk Bedum, 560 p, € 13,50.
Jaarboek 2010 Christelijke Gereformeerde Kerken. Onder redactie van: G.P.M. van der Linden, R.W.J. Soeters, H.J.
Th. Velema. Buijten & Schipperheijn Motief, Amsterdam, 300p, € 10,50.
Informatieboekje 2010 voor de Nederlands Gereformeerde Kerken. Onder redactie van drs. J.M. Mudde. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam; 288 p. € 10,50.

Statistieken 2009
GKV: 277 kerken, 295 predikanten, 124.260 leden
CGK: 181 kerken, 134 predikanten, 74.374 leden
NGK: 91 kerken, 85 predikanten, ca. 32.800 leden
© 2007-2014 Persvereniging Opbouw